Photo by: Gijs van Ouwerkerk
Spotlight

‘Jongeren enthousiasmeren, daar doe ik het voor’

| Rik Visschedijk

In 2004 ontving hij de Veni, in 2008 de Vidi en dit jaar de Vici, de laatste en tevens hoogste persoonlijke onderzoeksbeurs in Nederland. Daarmee zit professor Alexander Brinkman al op zijn 41e aan de top wat onderzoek betreft. Gelukkig haalt hij zijn plezier niet alleen uit werken in het lab. ‘Onderwijs geven aan studenten is juist het meest dankbare deel van mijn werk.’

Eigen kweek, zo kun je de hoogleraar Quantum Transport in Materie wel noemen. Hij studeerde technische natuurkunde aan de UT en promoveerde hier ook. ‘Ik ben wel een paar keer weggeweest, hoor’, lacht hij. ‘Mijn laatste jaar als student deed ik in Bergen in Noorwegen, tijdens mijn promotie ben ik een tijd in Boston geweest en in Geneve werkte ik als postdoc. Maar ik blijf terugkomen. Ik vind het hier prettig en de faciliteiten, zeker bij MESA+, zijn wereldtop.’

Ook op andere terreinen ontpopt de onderzoeker zich als een echte Twentenaar. Zo is hij opvallend bescheiden; een karaktertrek die door zijn indrukwekkende carrière niet is veranderd. ‘In mijn studententijd haalde ik best goede cijfers’, zegt hij desgevraagd. Pas later bekent hij, schoorvoetend, dat ‘ie de beste van zijn lichting was en dat een wetenschappelijke carrière al vroeg voor hem in het vat zat. Ook zijn benoeming tot hoogleraar op zijn 35e   - wat ook voor internationale begrippen jong is- onderging hij kalm. ‘Nee, ik ben niet zo van de titels. Het mooiste vind ik dat je eindverantwoordelijk bent.’

Alexander Brinkman in een notendop

  • 2017 – VICI laureate
  • 2013 – ERC Consolidator grant
  • 2011 – Member of ‘De Jonge Akademie’ of the Royal Dutch Academy of Science
  • 2011 - Professor of Quantum Transport in Matter
  • 2010 – Best lecturer of the University of Twente award
  • 2008 – VIDI laureate
  • 2005 - Assistant Professor in Low Temperature Division
  • 2004-2005 - Maître d’Assistants, Université de Genève, Switzerland
  • 2004 – VENI laureate
  • 2003 - PhD at University of Twente
  • 1999 - MSc at University of Twente (Erasmus at University of Bergen, Norway)

Quasi-deeltjes

Brinkman en zijn groep houden zich bezig met wat hij noemt: fundamenteel onderzoek. De zogenoemde quasi-deeltjes, die zij maken voor chipmaterialen, zijn de eerste tien, twintig jaar zeker nog niet op de markt. Maar dat maakt het werk niet minder spannend. Zo zijn ze op zoek naar Majorana fermionen en magnetische monopolen, deeltjes die alleen nog maar als hypothese bestaan. ‘Met ons team zijn we in een wereldwijde race verwikkeld om die deeltjes te maken.’

De tijd dat hij dit alles in het lab najoeg, ligt inmiddels achter hem; dat is een taak voor de jonge collega’s. Brinkman heeft het overzicht en de verantwoordelijkheid voor de groep. ‘Het is te stellig om te zeggen dat ik het lab mis’, zegt hij. ‘Maar als ik er weer eens kom, dan is dat meteen het hoogtepunt van de dag.’

‘Nee, ik ben niet zo van de titels’

Het is ook de vraag of hij nog wel helemaal op z’n plek zou zijn in het lab. In werkgesprekken merkt Brinkman dat zijn studenten, promovendi en postdocs iets hebben dat hij zelf inmiddels is kwijtgeraakt. ‘Creativiteit en analytisch vermogen’, noemt hij het. ‘En de onbevangen blik op een probleem. Die gave raak je met de jaren langzaam kwijt.’ En ja, beaamt hij, het is best bijzonder als je merkt dat jijzelf niet meer degene bent die het snelst een som oplost of een oplossing aandraagt voor een probleem.

Daar is echter wel het nodige voor in de plaats gekomen: de liefde voor het onderwijs. Brinkman beschouwt het doceren inmiddels als zijn hoofdtaak en dat neemt gemiddeld veertig procent van zijn arbeidstijd in beslag. ‘Kennis overdragen en jongeren enthousiast maken, dat is waar ik het voor doe. Dáár maak je echt het verschil. Het is het meest dankbare deel van het werk.’

(Tekst loop verder onder de foto)

Alfa, betà of gamma

Alexander Brinkman zag het levenslicht in Oostenrijk, waar zijn Nederlandse ouders voor werk waren neerstreken, maar hij groeide op in Ede. Het vwo kwam hij makkelijk door en zijn betà-talent manifesteerde zich al snel. Net als zijn intrinsieke motivatie om te puzzelen, om dingen uit te vogelen. ‘Dat zat er al vroeg in. Ik weet niet anders dan dat ik als kind uitvinder wilde worden.’

Toch twijfelde hij na zijn vwo-opleiding welke kant hij op zou gaan. Zo overwoog hij zelfs de kunstacademie en ook de talen vond hij interessant. Die twijfel was tekenend voor zijn uiteenlopende interesses. ‘Daarom genoot ik ook zo van mijn lidmaatschap van De Jonge Academie van de KNAW: daar wissel je kennis en ervaringen uit met wetenschappers uit heel andere vakgebieden.’

‘Als kind al wilde ik uitvinder worden’

Uiteindelijk koos Brinkman voor de studie technische natuurkunde. ‘Omdat dat een uitdagende en brede studie is.’ Achteraf kijkt hij met plezier terug op zijn studententijd. ‘Ik woonde op de campus en heb genoten van het studentenleven. Ik was lid van de Twentse Studenten Alpen Club en had genoeg tijd voor het sociale. Er zijn vriendschappen ontstaan die ik nog steeds koester.’

Iets nieuws uit het bestaande

Tijdens een rondleiding door het laboratorium onder gebouw Carré, op de plek waar zijn groep nog niet bestaande deeltjes probeert samen te stellen, laat Brinkman weten dat hij regelmatig naar de kerk gaat. Dan rijst al gauw de vraag of een wetenschapper, die op zoek is naar nieuwe bouwstenen, niet op de stoel van God gaat zitten. ‘Ach nee, zo zie ik het helemaal niet’, lacht de hoogleraar. ‘Het geloof speelt zeker een rol in mijn leven, maar dan op persoonlijk niveau. Niet bij dit soort onderzoeksvragen. Bovendien, wij proberen iets nieuws te maken uit wat er al is. Dus die vergelijking gaat niet helemaal op.’

‘Je onbevangen blik raak je met de jaren kwijt’

Zijn protestantse achtergrond bracht hem overigens in contact met zijn vrouw. ‘We ontmoetten elkaar in Taizé, een klooster in Frankrijk’, vertelt hij. ‘We waren daar voor een bijeenkomst met zo’n tienduizend andere scholieren en studenten.’ Ze bleek de liefde van zijn leven te zijn. Samen met zijn vrouw, die psychologe is, en met zoon Kasper (6) en dochter Marit (4) woont Brinkman nu aan de rand van Borne, vlakbij een natuurgebied. Daar, bij zijn gezin, vindt hij afleiding; het werk valt er voor even weg. ‘Ik probeer iedere week één of twee dagen thuis te zijn als de kinderen van school komen.’ Op die momenten doen ze leuke dingen samen, maar zodra Kasper en Marit in bed liggen, gaat de laptop vaker wel dan niet open. ‘Dan pluis ik graag nog even verder aan een probleem.’

Plannen is topsport

Wetenschap wordt wel eens vergeleken met topsport. Ervaart Brinkman dat ook zo? ‘Ergens wel, en dan vooral omdat je veel ballen in de lucht moet houden. Dat vraagt een goede planning. Ik blok momenten om onderzoeksvoorstellen en artikelen te schrijven, om me op lopende projecten te richten en voor mijn onderwijstaken. Maar ik heb een goede balans in al die werkzaamheden.’

Echter, een passie waar hij met zijn drukke werk en jonge gezin te weinig aan toekomt, is alpinisme. Of dat nu de klimmuur is of de geliefde bergen in Noorwegen. ‘Dat was deels ook de reden dat ik in mijn studententijd naar Bergen ging; ik vind Noorwegen een fantastisch land. Met de ski’s een berg op klimmen… het geeft een gevoel van vrijheid en het maakt je hoofd helemaal leeg.’ Net als een topsporter heb je ook als wetenschapper zulke momenten van rust nodig, vindt Brinkman. ‘Want alleen dan kun je in je vakgebied excelleren.’