Cum middelmaat

| Jenna Zaagsma

Jenna Zaagsma (23) is masterstudent biomedische technologie en educatie in de bètawetenschappen. In haar vrije tijd is ze te vinden bij studentenscouting Radix en vechtsportvereniging Arashi. Ze schrijft over haar belevenissen en wat haar bezighoudt op en rondom de campus.

Photo by: RIKKERT HARINK

Deze column is eigenlijk twee weken te laat. Maar goed: een achter de actualiteit aan sukkelende columnist is précies de middelmaat die ik wil promoten.

Cum laude promoveren kan niet meer op de UT. De afgelopen twee weken kon ik geen kop koffie drinken zonder dat het daarover ging. De meningen lopen uiteen van ‘Another step down a dangerous path’ tot ‘Een goed besluit van de UT en dat zeg ik als iemand die niet cum laude is gepromoveerd, maar zelfs magna cum laude. Ja ja, wat een onzin’.

Vooral veel boze medewerkers. Dus het is tijd voor wat studentenperspectiefolie op het nét uitgebrande vuur. Want volgens mij is die magische cum laude eigenlijk maar leuk voor twee groepen. Groep één: hoog perfectionistische, zeer onzekere hockeymeisjes die hun hele eigenwaarde ophangen aan acht letters. Groep twee: hoge piefen op de academische apenrots, die net zo exclusief en prestigieus willen blijven als ze vroeger waren.  

De eerste groep was ik (minus de hockey). Maar op de fiets in 5 vwo, hallucinerend van slaapgebrek, viel het kwartje: ‘Zo ga ik nou niet echt gelukkig worden.’ De tweede groep zou ik willen zijn, maar vooral omdat ik dan tegen een boom aan kan plassen.

Ik haalde mijn coronadiploma cum laude. Op mijn bachelor ontbreekt dat stempel en daar ben ik trotser op. Simpelweg omdat ik vier jaar lang een weg baande door een oerwoud aan persoonlijke omstandigheden en leerde dat ‘voldoende’ soms al heel knap is. Nu, in mijn lerarenmaster, streef ik met een 8.9 gemiddeld opnieuw op een cum laude af.

Maar één ding weet ik zeker: die cum laude wil ik niet. Ik hoef geen grote wapperende excellentievlag achter mijn naam. Ik wil een werkgever die enthousiast wordt over mij als mens, niet iemand die denkt dat acht letters mij definiëren.  Het liefst draag ik mijn cum laude over aan iemand die knetterhard voor zijn diploma heeft moeten werken, het combineerde met mantelzorg, persoonlijke chaos, of simpelweg is genaaid door de talige opzet van ons onderwijsstelsel.

Het viel me op dat de discussie over cum laude tot nu toe vooral ging over ‘objectiviteit’. Die bestaat niet. Niet tussen mannen en vrouwen bij promoties. Ook niet als je gemiddeld een 8.0 staat en je afstudeeronderzoek minimaal een 8.5 is. Beoordelingen (en dus cijfers) zijn schijnobjectiviteit. Achter een vijf (of een negen) kan van alles schuilgaan: een hersenschudding, een suïcidale huisgenoot of een perfectionistische student die voor het eerst leert dat cijfers niet bepalen wie zij is. Of het was gewoon een slechte toets. Of een slechte docent.

Maar eerlijk: daar zou deze discussie niet om moeten draaien. We hebben een veel grotere taak. Afgelopen september adviseerde de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving: ‘Op de rem! – Voorbij de hypernerveuze samenleving’. Iedereen kreeg de nobele taak om samen te werken aan een meer ontspannen maatschappij.

Ik zie graag een tegenopinie tegemoet die beweert dat cum laude onze hypernerveuze samenleving bestrijdt. Want volgens mij heeft de academische wereld vooral nog de rem te zoeken waarop getrapt moet worden. Afgelopen maanden keek niemand raar op als ik ‘even’ tot 23 uur op de universiteit bleef om aan mijn manuscript te werken. Mijn afstudeerbegeleider en ik voerden meer dan eens na één uur ’s nachts nog een gemoedelijk maildraadje. Hoe bevrijdend zou het zijn als we juist in die gekte de middelmaat wat meer gaan waarderen?

Daarom heb ik besloten dat ik mijn eigenwaarde niet laat afhangen van acht letters. Ik stuur direct na mijn colloquium een brief naar de examencommissie dat ik mijn cum laude niet wil. Niet omdat excellentie, of het (h)erkennen ervan verkeerd is, maar omdat het systeem rare dingen doet met mensen zodra je er een label aan hangt.

Wat mij betreft is dit een kleine stap in een veel grotere opdracht: leren om middelmaat te waarderen. Te erkennen dat je ook een uitstekende wetenschapper, docent of mens kunt zijn zonder ronkend lintje. En ja, daarvoor moeten we soms het kind mét het badwater weggooien.

Ik hoop in mijn toekomstige promotietraject de cum middelmaat te ontvangen.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.