Halverwege de zomervakantie begon mijn LinkedIn-tijdlijn te gonzen van wat ik maar ‘polarisatiestimulatie’ noem. Een Leidse hoogleraar Koreastudies fulmineerde: ‘Het is ziek, obsceen en pervers om de man uit te nodigen uit wiens naam de universiteiten naar de gallemiezen worden geholpen.’ Ook Twente for Protest, Enschede Students for Palestine, Enschede Student Movement en de Climate Crisis Coalition lieten van zich horen. In hun brief naar het college van bestuur wordt dezelfde man neergezet als een boegbeeld van ‘extreemrechtse retoriek en structurele desinformatie over klimaat, migratie en sociale gelijkheid.’
Nee, het gaat niet over Willem Engel of Pepijn van Houwelingen. Het gaat over ons demissionair premier Dick Schoof, die maandag gastspreker is bij de opening van het academisch jaar van het Saxion en de UT.
Uiteraard bevatten de brieven óók inhoudelijke argumenten voor een andere spreker bij de jaarlijkse mediastunt. Maar bij mij bleef vooral de toon hangen. Het vocabulaire spreekt meer over de persoonlijke verontwaardiging van de schrijvers dan over de kritiek op het beleid van Schoof. En persoonlijke geraaktheid is iets anders dan politieke kritiek. Ik deel de zorgen over het beleid van het kabinet. Maar dat beleid moet ter discussie staan, niet de aanwezigheid van de premier zelf.
Daarom lees ik de brieven liever andersom. Want juist nu ‘academische vrijheid, solidariteit en inclusiviteit zwaar onder druk staan.’ Juist nu ‘desinformatie over klimaat, migratie en sociale ongelijkheid niet worden weersproken, maar omarmd’. En juist nu ‘minderheden, mensenrechten en het vrije woord’ bedreigd worden. Precies dan vind ik het betekenisvol dat de premier spreekt op een academische opening. Niet omdat hij het ideale boegbeeld is, maar omdat ik het belangrijker vind om visieverschillen te verdragen.
Want het hoger onderwijs en de samenleving moeten geen veilige bubbel zijn, maar plekken waar verschillen botsen en wrijving kennis oplevert. Luisteren is sterker dan verweren. Tegenspreken waardevoller dan verketteren. Wie de premier als ‘obsceen’ en ‘pervers’ wegstuurt, treft niet zijn beleid. Hij treft de basisvoorwaarde voor democratie: openheid voor verschil. En juist die openheid is iets wat we juist in de wetenschap én in de samenleving hard nodig hebben.
De actiegroepen vroegen: ‘Waarom zou je een man uit het verleden uitnodigen voor een evenement over de toekomst?’
Omdat de toekomst niet wordt gemaakt door gelijkgestemden. Omdat we in de samenleving het met elkaar moeten doen.
Noem het ziek, noem het obsceen. Maar daarom is het noodzakelijk.