Ontwapeningslasagne

| Femke Nijboer

Columnist Femke Nijboer keek naar het verkiezingsdebat en ergerde zich groen en geel. 'Ik wil mensen zien die nadenken over hun antwoord. Die tijdens een interview peinzend omhoog kijken en stil zijn. Ik wil mensen die de bezwaren van hun tegenstander ter plekke durven te overwegen.'

Photo by: AJF

Tenenkrommend. Debiel. Populistisch. Nep. Stelletje draaiorgels. Ontzettende robots dat oe-leu d’r bint. Ik zuchtte vaak tijdens het RTL debat van de lijsttrekkers. Waarom krijgen deze dolgedraaide mensen überhaupt aandacht van de media? Je zou bijna denken dat journalisten geen journalistiek willen bedrijven, maar enkel en alleen een podium willen bieden aan de politieke partijen. Iedereen mag twee minuten blaten wat ‘ie wil.

Zouden de politici het zelf leuk vinden? Dat geblaat? Of ervaren ze het als iets wat erbij hoort. Net zoals ik, als docent, liever geen cijferadministratie doe van opdrachten en tentamens. Een rotklusje dat erbij hoort.

Laten we wel wezen. Die lijsttrekkers zijn in feite mensen die het zicht op hun partij blokkeren. Ik stemde het afgelopen decennium op die ene partij ondanks de lijststrekker. Ik stem niet op die andere partij ondanks hun voortreffelijke lijsttrekker. Dankzij de grote leider van weer een andere partij, bespaar ik me het lezen van het partijprogramma. Scheelt tijd.

Is het opgelost als we de nummer twee meer primetime geven? Een nieuw format: van Tweetje naar Tweetje, in plaats van ‘van Torentje naar Torentje’? Ook dát is geen garantie voor een fijn debat  lees ik in de Volkskrant (Ook in debat zonder lijsttrekkers is de premier het mikpunt: ‘Waarom is Rutte niet mans genoeg?’). Moet het dan de nummer drie of elf zijn, die een echt gesprek kan voeren? Hoe laag in de lijst moeten we gaan om een betekenisvol gesprek te krijgen?

Ik wil namelijk mensen die nadenken over hun antwoord. Die tijdens een interview peinzend omhoog kijken en stil zijn. Ik wil mensen die – laten we gek doen - de bezwaren van hun tegenstander ter plekke durven te overwegen. Ha! Ik wil mensen die willen samenwerken, die hun partij en eigen rol ondergeschikt willen maken aan het landsbelang.

Misschien ligt het aan de media. Hoewel de media zal zeggen dat het volk nou eenmaal hapklare brokjes wil, de tegenstellingen wil horen, de ophef wil zien. Ik ben ook het volk, maar ik zie liever de gesprekken waarin ze tot een gemeenschappelijk besluit komen. De media lijken langzamerhand net zo populistisch te worden als sommige lijsttrekkers. Bij WNL mocht Thierry Baudet vandaag als mede-presentator het NPO nieuws aankondigen als nepnieuws. Maaike Timmerman zat er gniffelend naast. Dezelfde Timmerman overigens die DENK-leider Kuzu in februari 2019 vertelde dat hij niet naast haar mocht zitten als mede-presentator omdat er ophef over hem was. Hij zou zich tegen de persvrijheid hebben uitgesproken. Even later neemt ze dan toch afstand van Baudet’s uitspraak. Iemand lijkt haar in te fluisteren dat ze er nog een kritische vraag over moet stellen. Weifelend zegt ze: ‘Eerder noemt u het NOS fake news. Daarmee draagt u toch ook bij aan de polarisatie?’ WNL noemt dit keihard uithalen naar Baudet. Juustem.

Grappig genoeg kwam juist het jeugdjournaal met een geschikt format om politici te ontwapenen. Op 16 februari gaven Mark Rutte en Hugo de Jonge een persconferentie over corona voor kinderen. Een meisje vroeg aan Rutte en de Jonge hoe ze omgaan met conflicten. Bam, gelijk de beste vraag als eerste. Rutte liet daarop weten dat ze het echt hartstochtelijk oneens geweest zijn met elkaar. Ze losten conflicten op met koekjes en lasagne. Kijk, dat wekt vertrouwen. De Italianen hebben een gezegd: ‘Chi non mangia in compagnia o é un ladro o una spia’. Wie niet eet in gezelschap, is óf een dief óf een spion. Oh, dit soort wijsheden. In plaats van vier jaar psychologie studeren, had ik beter een  jaar door Italië kunnen zwerven.  

En nu droom ik van een mediaformat waarin we politici aangenaam een maaltijd met elkaar zien nuttigen. Een soort First Dates met politici. Victor - met zijn blauwe ogen - mixed een drankje voor hen, terwijl hij vraagt ‘wat voor type zoek je? Wat past bij je?’. Maître Sergio brengt ze vervolgens naar hun tafel. Tijdens het eten wil ik oogcontact en lichaamstaal zien. Ik wil zien en horen wat ze gemeen hebben, waar ze naar op zoek zijn, wat hun samenwerkingsverleden is. Aan het eind kijkt Sergio zwoel de camera in en smijt met Barry-White-stem een oneliner: ‘Samen regeren, is samen lasagne eten’.