‘Ik kom overal op de campus, in alle hoeken en gaten’

| Jelle Posthuma

We werken bijna iedere dag met ze samen, maar hoe goed kennen we de collega’s nu echt? U-Today is benieuwd naar de persoonlijke verhalen achter het ondersteunend- en beheerspersoneel en zet ze in deze rubriek ‘On the spot’. Aan het woord is chauffeur van de postkamer Henri Wennink (64).

Photo by: Frans Nikkels

Hoe lang ben je al werkzaam aan de UT?

‘Ik ben dertien jaar geleden begonnen, in 2006. Via een detacheringsbureau kwam ik op de UT te werken als algemeen medewerker. Nu ben ik voornamelijk chauffeur. Daar zullen mensen mij ook van kennen. Ik kom overal op de campus, in alle hoeken en gaten. Als chauffeur zorg ik ervoor dat de post op de juiste plek terechtkomt en de retourpost neem ik weer mee terug.’

Ga je nog altijd met plezier naar je werk?

‘Absoluut. De vrijheid en het sociale aspect van mijn dagelijkse werkzaamheden vind ik prettig. Ik kom overal op de campus en kan met iedereen goed overweg. Over tweeënhalf jaar moet ik met pensioen. Dat hoeft van mij niet zo nodig. Het liefst zou ik doorgaan – ook vanwege het financiële aspect, eerlijk gezegd. Ik heb wel hobby’s, maar zodra je met pensioen gaat, moet je daar plichtmatig mee bezig. Dat is toch een stuk minder. Ik zeg vaak: met pensioen gaan is werkeloos zijn, maar dan zonder uitzicht op werk.’

Wat is het gekste dat je tijdens je werk hebt meegemaakt?

‘Een ontmoeting met koning – toen nog prins – Willem Alexander. Zo’n man ken je alleen uit de Story. Ik leverde post af bij de Vrijhof, achter bij de sintelbaan, en opeens stond-ie voor m’n neus. Hij was op werkbezoek en had daar in de buurt zijn helikopter geparkeerd. Ik weet nog dat-ie zei: ‘’Is hier wat te doen ofzo?’’ Omdat iedereen meteen kwam aanstormen. Dat vond ik wel een mooie opmerking.’

Wat doe je graag ter ontspanning?

‘Ik speel muziek op m’n gitaar en orgel. Voornamelijk rock en klassiek. Denk aan Led Zeppelin en Deep Purple. Allemaal bands uit de jaren 70. Op het orgel speel ik Bach en Händel. Vroeger zat ik in een bandje. Dan traden wel nog wel eens op. Heel sporadisch, hoor. Af en toe een keer op een schoolfeestje, of iets dergelijks. Ik heb een hekel aan – in mijn ogen – slechte muziek. Van die TROS-deuntjes. Dat kan echt mijn stemming beïnvloeden.’

‘Daarnaast schrijf ik verhalen, zonder de intentie om het ooit uit te geven. Eigenlijk schrijf ik over van alles. Wel altijd fictie. En altijd in de ik-vorm. De verhalen gaan niet over mijzelf, want ik speel er nooit in mee. Hoewel de eerste de beste psycholoog zou zeggen: het gaat natuurlijk wel over jou. Je kunt ook nooit helemaal buiten je eigen beleving om schrijven.’

Welk boek ligt er op je nachtkastje?

‘Om te beginnen korte verhalen van Youp van ’t Hek, Carmiggelt, Finkers en Herman Pieter de Boer. Deze boeken zitten vol humor en herkenbaarheid. Daarnaast lees ik romans. Mijn favoriete romanschrijvers zijn Alistair MacLean en Desmond Bagley.’

Verliefd, verloofd, getrouwd?

‘Ik heb een latrelatie met Violanda, inmiddels alweer vijf jaar. Ze woont net als ik in Enschede, maar in een ander huis. Ik ben een geboren en getogen Enschedeër. Ik wil hier nooit weg, nee. Waarom zou ik weg willen. Mijn sociale leven en mijn werk heb ik in Enschede. Het is maar net waar je wieg staat. Was ik in Hengelo geboren, dan zat ik daar.’

Wat heb je gister gegeten?

‘Andijvie met worst. Ik kook altijd zelf, maar echt leuk vind ik het niet. Het is een noodzakelijk kwaad. Anders word je zo mager.’

Wat is je favoriete reisbestemming?

‘Het mooiste van de reis is thuiskomen. Maar als ik moet kiezen, ga ik voor Ierland. Het is daar prachtig. Wat mij aanspreekt is de ongerepte natuur. Ik zou ook graag eens naar Scandinavië willen, waar nog van die uitgestrekte bossen zijn. Of een trip naar Australië. De outback lijkt me geweldig. Maar ik moet eerlijk zijn: dat blijft een droom. Ik zou er nooit zoveel geld voor over hebben. Dan besteed ik het liever aan andere dingen.’

Ben je een hondenmens of kattenmens?

‘Een kattenmens met een hoofdletter K. Ik heb altijd katten gehad. Ze zijn eigenzinnig. Als je een hond de les leest, dan kijkt-ie je aan met van die schuldige hondenogen. Een kat steekt – als-ie dat zou kunnen – zijn middelvinger naar je op. Dat vind ik een mooie eigenschap. Of ik dat zelf ook doe, mijn middelvinger opsteken als iemand mij uitfoetert? Niet echt. Alleen in mijn gedachten.’

Ben je een wijn- of bierdrinker?

‘Ik drink geen alcohol. Dat is niet echt rock-'n-roll, nee. Vroeger met de band dronken we wel. Misschien ben ik daarom gestopt, haha.’

Wat is het mooiste cadeau dat je ooit kreeg?

‘Wat een moeilijke vraag. Mijn eerste kinderfietsje, denk ik. Dat kan ik mij nog levendig herinneren. Ik heb later ook mooie cadeaus gehad, maar ik ben nooit meer zo ondersteboven geweest als toen ik mijn eerste fietsje kreeg. Ik ging ’s nachts mijn bed uit om te kijken of-ie er nog stond.’

Tot slot, als je collegevoorzitter zou zijn voor een dag, wat zou je veranderen?

‘Ik zou zeggen: iedereen een ferme loonsverhoging, maar dat kan natuurlijk niet. Laat ik het bij mijn eigen straatje houden. Ik zou wat doen aan de verkeerssituatie op de campus. Er zijn geen twee weken dat je overal langskomt. Er is altijd wel een blokkade. Daar krijg ik dagelijks mee te maken. Toch is het geen frustratie, hoor. Ook dat went.’