‘Kijk’, zegt Marjolein Demmers. ‘Enschede zit hier.’ En ze spreidt haar armen horizontaal uit. ‘Aan de andere kant ligt Den Haag. En wij zitten er tussenin.’ De uitbeelding van de geografische ligging symboliseert de intermediaire rol van Natuur & Milieu: het hoofdkantoor in Utrecht als verbindende schakel tussen bijvoorbeeld de wetenschap en politiek.
Demmers kwam er in 2017 aan het roer. De thuisbasis van Natuur & Milieu ademt duurzaamheid en is ingericht met natuurlijke kleuren en materialen. Meubels en de vloerbedekking krijgen er een tweede leven. De koffie is biologisch en fair trade en de kantoorruimtes dragen namen als ‘trein’ en ‘klimaat’. Ruim zestig mensen werken dagelijks aan de doelstelling van de organisatie: een duurzame toekomst voor iedereen, met gezonde lucht, schoon water, een vruchtbare bodem en een groene leefomgeving.
vier interviews
De UT reikt tijdens de 65e dies natalis op vrijdag 27 november vier eredoctoraten uit. De redactie van U-Today heeft alle eredoctoren geïnterviewd en publiceert de komende weken deze verhalen. De eerste aflevering is met Marjolein Demmers, directeur-bestuurder bij Natuur & Milieu.
‘De focus ligt op klimaat en biodiversiteit’, zegt Demmers. Volgens de organisatie overschrijden onze samenleving en economie wat duurzaam houdbaar is, de veilige grenzen van de natuurlijke systemen op aarde. ‘Terwijl dat niet nodig is. En dat weten we. Er zijn heel veel oplossingen om én binnen die grenzen te blijven én om als samenleving in onze welvaart te voorzien. Ik heb een sterke drive om mij hiervoor in te zetten. Ik draai al een tijdje mee en heb veel gezien waarbij ik mij vaak afvroeg of het goede wel gebeurde. Tegelijkertijd merk ik hoe lastig het in de praktijk is om al die krachten te bundelen en in te zetten voor de urgente en concrete vraagstukken waar we als land voor staan.’
Een voorbeeld dat ze schetst is de mismatch tussen academisch onderzoek en de praktijk van beleidsmakers. ‘De universitaire wereld is zó anders dan de realiteit van een beleidsmaker. Er gelden andere tijdslijnen, een andere taal en andere definities van succes. Zelfs toegepast onderzoek staat nog te ver af van de uitdagingen in de praktijk. Er wordt veel tijd gestoken in een grondige probleemanalyse. Dat moet ook. Maar de beleidsmaker is ondertussen allang weer bezig met de volgende maatschappelijke opgave.’
‘Bij Natuur & Milieu hebben we vrijheid om scherp en ambitieus te zijn’
In het overbruggen van die kloof ziet de directeur-bestuurder een belangrijke taak weggelegd voor Natuur & Milieu. ‘Er zijn mediators nodig om deze twee werelden dichter bij elkaar te brengen. Dat kunnen wetenschappers zijn die zich daarin bekwamen of derden die een tussenschakel vormen. Zoals wij. Als NGO (Non-Governmental Organisation, red.) werken we heel autonoom. We hebben geen klanten aan wie we verantwoording hoeven af te leggen. Onze ‘klant’ is de samenleving. Daardoor hebben wij de vrijheid om scherp en ambitieus te zijn in het aandragen van oplossingen.’
En dat doen ze praktisch en effectief. ‘We baseren ons op feiten en inzichten. Het liefst op de nieuwste inzichten vanuit de wetenschap.’ Door oplossingsgericht te zijn laat Demmers zien hoe wetenschappelijke kennis vertaald kan worden naar maatschappelijke verandering. Een voorbeeld: Natuur & Milieu doet onderzoek naar het gebruik van bestrijdingsmiddelen en de effecten daarvan op milieu. Samen met andere maatschappelijke organisaties pleit zij voor beleid waarmee het intensieve gebruik ervan wordt verminderd. Tegelijkertijd werkt ze ook samen met een van de grote supermarkten en hun vaste leveranciers om het gebruik van bestrijdingsmiddelen omlaag te brengen. De ervaringen uit de praktijk voeden de beleidsbeïnvloeding en laten zien dat de voorstellen realistisch en haalbaar zijn.
![]()
Praktisch, resultaatgericht en met maatschappelijke impact. Een werkwijze die haar een eredoctoraat oplevert. Iets wat ze ‘uitermate verrassend’ vindt. ‘Ik voel me zeer vereerd. Ik ben erg van de concrete resultaten en niet zozeer bezig met status of titels. Deze onderscheiding voelt als een grote erkenning van mijn werk en het werk van Natuur & Milieu. Daar ben ik echt dankbaar voor. Ook omdat een aanzienlijk deel van mijn werkzaamheden zich afspeelt achter de schermen. Het is leuk dat het gezien wordt.’
Mooie, nieuwe stap
Hoe ze het eredoctoraat wil inzetten, weet ze nog niet. ‘Toen ik het goede nieuws kreeg, belde ik mijn zus. Zij is hoogleraar in Utrecht en zei direct: “Dit is een hele eer hoor”, maar ik begeef mijzelf nog niet heel actief in de universitaire wereld. Ik deed veel kennis en managementervaring op in het bedrijfsleven. Inmiddels werk ik alweer een aantal jaren als directeur van een NGO en nu komt de wetenschap op mijn pad.’ Ze ziet het als een mooie, nieuwe stap. Samen met de erepromotoren is ze aan het uitvogelen hoe ze er op een waardevolle manier invulling aan kan geven. ‘Daar voer ik hele leuke gesprekken over.’
'Niemand wil bewust de wereld kapotmaken'
Kansen voor samenwerking zijn er volop. Om toe te werken naar een duurzame samenleving is het volgens Demmers namelijk van belang gedrag te begrijpen. ‘We zijn als samenleving zwaar geïndoctrineerd en gevangen in een onduurzaam systeem.’ Ze geeft als voorbeeld dat we snel geneigd zijn een nieuwe telefoon te kopen, ook als alleen de camera kapot is, terwijl repareren de meest aantrekkelijke optie zou moeten zijn.’
Volgens Demmers zit hier veel verscholen in het menselijk brein en psychologie. ‘Veel gaat op automatisme. Maar de makkelijke keus, die voor ons normaal voelt, is nu vaak de milieuvervuilende keus. We kunnen het ook zo organiseren dat dit andersom is. Het vergt ander beleid én ander aanbod. Zoals makkelijk repareerbare producten. Een verbod op PFAS. Invoering van belasting op kerosine, etc. Tegelijkertijd ben ik er ten diepste van overtuigd dat iedereen het beste wil voor de wereld en dat mensen het goede met elkaar voorhebben. Niemand wil bewust de wereld kapotmaken.’
![]()
Om gedrag te begrijpen en schadelijk gedrag te stoppen, is een integrale aanpak nodig. Die ziet ze terug bij de UT. Afgelopen juli bracht ze een werkbezoek aan de campus. ‘Wat mij vanuit Twente raakt, is de zoektocht naar integraliteit. Techniek staat niet op zichzelf, maar wordt altijd bekeken in de context: wat speelt er in de samenleving, hoe functioneert het en wat is er nodig? Die kennis is minstens zo belangrijk als techniek.’
Dat die expertise onderdeel is van de universiteit ziet ze als een grote meerwaarde. ‘Het brengt de sociale en technische wetenschap bij elkaar. Door die op één universiteit en op één campus samen te brengen en ze ook binnen opleidingen concreet aan elkaar te koppelen, doe je niet alleen relevanter onderzoek, maar leid je ook mensen op die beter aansluiten bij de vraagstukken van deze tijd. Want die vraagstukken’, zo schetst ze, ‘zijn zelf ook integraal.’
Pionieren
Van zo’n brede benadering was nog geen sprake toen zijzelf in 1993 afstudeerde bij Industrial Design Engineering aan de Universiteit Delft. ‘Dat was een andere tijd.’ Daarom pionierde Demmers destijds met het volgen van extra vakken buiten haar curriculum om aan een andere onderwijsinstelling. ‘En ik vond het best een uitdaging om de juiste opleiding te vinden. Ik was een uitblinker in de bètavakken, maar ook creatief. Ik bezocht heel wat open dagen. Ook bij de kunstacademie. En bij wiskunde en natuurkunde.’ De keus viel uiteindelijk op industrieel ontwerpen in Delft. ‘Heel technisch. Je hebt vakken als werktuigbouwkunde, maar ook creatieve vakken als tekenen en vormgeving.’ Het bleek een gouden match. ‘Ik voelde me er thuis, het ontwikkelen van één ontwerpoplossing voor een opgave waarin veel verschillende facetten bij elkaar komen, vond ik een mooie puzzel.’
![]()
De opleiding zelf ziet ze als een van de meest ‘integrerende studies voor je brein’ waarvan ze nog steeds veel profijt heeft. ‘Je leert een vraagstuk analyseren vanuit veel verschillende invalshoeken. Ontzettend veel hersengymnastiek van zowel je creatieve als je analytische brein.’
Productontwerper is Demmers uiteindelijk nooit geworden. ‘Ik was zeer kritisch op mijn eigen creaties.’ En ze zag ook de keerzijde: het steeds weer nieuwe producten op de markt brengen die een grote milieubelasting hebben. Dat voelde niet goed. Een lezing van twee ondernemers, de directeur van The Body Shop en de directeur van PRé Consultants, vormde voor haar een belangrijk keerpunt. ‘Hun verhaal over natuurlijk en milieuvriendelijk ondernemen, ecodesign en levenscyclusanalyse van producten sprak mij enorm aan.’ Ze raakte geïnspireerd en besloot bij de twee bedrijven respectievelijk stage te lopen en af te studeren.
‘Ik was de eerste student ecodesign'
Uit interesse voor natuur en milieu volgde ze losse onderwijsdelen aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Ik had wat extra bagage nodig in de richting milieukunde. Dat hadden we niet in Delft. Op eigen houtje deed ik een aantal modules bij de UvA die ik ook op mijn vakkenlijst kon zetten.’ Vervolgt: ‘Ik denk trouwens dat ik de eerste afgestudeerde was in ecodesign, een stroming die kort na mijn afstuderen een vakgroep kreeg.’
Haar carrière begon in het bedrijfsleven: eerst bij PRé Consultants, later volgden Royal Melbourne Institute of Technology (Center for Design), McKinsey & Company, Essent, DHV, Royal Haskoning en De Groene Zaak. De rode draad is altijd de stevige focus op milieu en duurzaamheid. Nu ze voor een NGO werkt, helpt het haar dat ze ‘de andere kant’ kent. ‘Wij streven idealen na en die blijven fier overeind, maar als je puur vanuit idealen werkt, dan is het moeilijk om je te verplaatsen in diegene bij wie verandering moet plaatsvinden. Sterker nog, het risico bestaat dat je juist verder van elkaar verwijderd raakt. Enig besef van de praktijk, van wat mensen en organisaties kunnen, helpt om verbindend te zijn.’
‘Ik ben trots op onze toegang tot de politiek’
Ze vindt het ‘ontzettend leuk’ om als voorvrouw in een team te werken. ‘Dat betekent samen richting kiezen, mensen ruimte geven en elkaar scherp houden. Het is uiteindelijk mijn taak om ervoor te zorgen dat we productief zijn en financiering blijven vinden voor wat we willen doen.’ Trots is ze op de toegang tot de politiek. ‘Voor mij een klein wapenfeit, maar onze ingangen in Den Haag bij ambtenaren, beleidsmakers en bewindspersonen zijn op orde. Daar zit een stuk erkenning dat het relevant is wat wij brengen. Zo was ik vanmorgen nog bij de minister op gesprek. Ik vind het mooi dat we elkaar goed weten te vinden.’
Iets anders wat hierbij aansluit en waar ze trots op is, is de analyse van Vrij Nederland. ‘Zij doen één keer in de zeven jaar onderzoek naar wie het meest invloedrijk is in politiek Den Haag. Dat wij als Natuur & Milieu op de zesde plek staan, vind ik eervol. Zeker als relatief kleine NGO tussen de grote brancheorganisaties.’
![]()
Of de tijd er is om het duurzaamheidsvraagstuk te realiseren is de grote vraag. ‘Klimaat wacht niet. De wal zal het schip keren. Veel technische oplossingen zijn er al en ik geloof ook dat de sociale norm soms opeens heel snel kan veranderen.’ Als voorbeeld geeft ze de zwarte-pietendiscussie, het roken in het openbaar, het gebruik van de gordelriem in de auto. ‘Of denk aan de plastic zakken in winkels en de plastic roerstaafjes en rietjes. Dat vinden we nu niet meer normaal. Het zijn kleine voorbeelden, maar je ziet wel dat je met beleid verandering kunt realiseren. En kijk naar afgelopen zomer: de bosbranden, de tornado in Frankrijk. Ik heb de hoop dat er een sociaalpsychologische kanteling komt in hoe we dat collectief zien. Dat we daar niet meer aan willen bijdragen en dat we ons geluk zoeken in andere bezigheden dan materiële consumptie. Zo kan het bijvoorbeeld minder acceptabel worden om te verspillen of vaak te vliegen voor verre vakanties. Ook de kenniswereld gaat keihard door met het aandragen van oplossingen om de wereld anders in te richten. Dat maakt mij strijdvaardig. Ik ben ervan overtuigd dat een duurzame samenleving, die in balans is met de systemen van de planeet en natuur, mogelijk is.’