‘Slimmer collegejaar’ bespaart UT-docenten honderden uren

| Rense Kuipers

Via een experiment met een ‘slimmer collegejaar’ besparen de opleidingen Advanced Technology en Electrical Engineering naar schatting vierhonderd docenturen. Initiatiefnemer Herbert Wormeester denkt dat zowel docenten en studenten meer uit minder toetsen kunnen halen.

Photo by: FRANS NIKKELS
Archief U-Today, Advanced Technology-opleidingsdirecteur Herbert Wormeester.

Hoe kwam dit experiment tot stand?

‘Het initiatief kwam een paar jaar geleden vanuit De Jonge Akademie. Ondersteund door het ministerie van OCW kregen instellingen de gelegenheid om te experimenteren met een zogeheten slimmer collegejaar. Mijn project richtte zich op de eerstejaars binnen mijn eigen opleiding (Advanced Technology, daarvan is Wormeester opleidingsdirecteur, red.) en Electrical Engineering. We delen namelijk de wiskundevakken, dus we konden dit in samenhang doen. Ook op andere plekken op de UT gingen opleidingen met hun eigen voorstel aan de slag.’

Wat maakte je precies ‘slimmer’ aan je collegejaar?

‘Het begon meteen met de belangrijkste randvoorwaarde van de minister: het aantal onderwijsuren mocht niet minder worden. Ik had misschien het hele curriculum op z’n kop kunnen gooien, maar koos voor iets anders. Het zat ‘m voor mij in de reparatiemogelijkheid die we studenten nog boden – de derde poging in een jaar. Vaak is die reparatie de spreekwoordelijke laatste strohalm. In de praktijk zagen we dat van de tien studenten die ‘m aangrepen er slechts eentje ‘m uiteindelijk haalde. Maar ondertussen is een docent wel bezig met het opnieuw opstellen van een toets, het surveilleren en het nakijken. En dat allemaal voor die ene succesvolle student op dat vak…’

Dus weg met de reparatiemogelijkheid?

‘Precies. En tegelijkertijd wilden we ervoor zorgen dat we de herkansingsmogelijkheid – poging twee – succesvoller zouden inrichten. Want daar zat ook wel ruimte voor verbetering in. De herkansing zat traditioneel in week tien en moest dan vaak met het project strijden om prioriteit. Voor de docenten is het ook stressen. Even een snelle rekensom: stel, je hebt tachtig toetsen na te kijken en bent een half uur per toets bezig, dan ben je al een fulltime werkweek kwijt. Soms komt de herkansing al zo snel, dat een docent slechts vijf dagen heeft om een toets na te kijken – precies die werkweek.’

Hoe heb je dat aangepakt?

‘Normaliter valt de eerste toetsgelegenheid in de achtste week van het kwartiel, de herkansing in de tiende week. Ik verplaatste de herkansing naar de derde week van de volgende module – waarmee die module een week eerder kon beginnen. Het project moest dan ook in week negen gereed zijn. In die herkansingsweek is dan verder geen onderwijs. Zo wilde ik meer ruimte creëren tussen toets en herkansing. Dat geeft niet alleen docenten meer ruimte, maar vooral ook studenten. Zo hebben ze langer de tijd om zich goed voor te bereiden op de herkansing – en bijt het ook niet met het afronden van de projecten.’

Wat leverde dit op?

‘Het schrappen van de derde kans leverde meer dan tweehonderd docenturen op in een collegejaar. Daarnaast zag ik ook dat de eerste toets door een groter aantal studenten voldoende gemaakt werd, waardoor het aantal studenten met een herkansing bij veel vakken halveerde. De bonus van eerste poging succes is immers een hele week vrij. Minder studenten bij de herkansing is nog eens tweehonderd uur minder werk.’

Hoe viel deze nieuwe opzet bij studenten en docenten?

‘Vanuit studenten overwegend positief. Degenen die een toets meteen haalden, waren blij met een hele week vrij. Dat bood met name voor internationale studenten even gelegenheid om naar huis te gaan. Studenten die een herkansing kregen hadden extra tijd – al helemaal prettig in het geval van ziekte bij de eerste toets. En voor die enkeling die de reparatiemogelijkheid zag wegvallen – en voor wie het wel nodig was voor het bindend studieadvies – kan ik als opleidingsdirecteur rekening houden met het vaststellen van hiervan. Dat heb ik in de afgelopen vier jaar slechts één keer hoeven te doen. Docenten waren in eerste instantie wat gemengder in hun reacties, maar ik krijg de indruk dat ze nu niet die vijfdagentermijn voelen, wat al snel tot druk in de avonduren en weekenden leidde. A happy teacher is required for a happy student, toch?’

Is dit iets voor de gehele UT om te omarmen?

‘De bevindingen zijn afgelopen januari gedeeld met de Universitaire Commissie Onderwijs. Wat de universiteit hiermee wil, dat is niet aan mij. Wat ik wel weet: elke poging die een student doet, kost geld. Binnen mijn opleiding bestaat 30 procent van de kosten uit toetsen, net zoals dat bij veel andere opleidingen ook het geval is. Deze nieuwe opzet levert al 10 procent aan kostenbesparing op. Dat is niet niks, zeker met het oog op de bezuinigingen en dat we grip willen hebben op de kosten van ons onderwijs. Het lijkt me daarom zeker zinvol dat deze universiteit zich afvraagt: hoe gaan we om met onze toetsen en de planning hiervan?’

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.