Disclaimer: Twents is een variant van het Nedersaksisch, officieel erkend als taal van Nederland. Daar horen onder meer ook het Gronings, Drents, Sallands, Veluws en Achterhoeks bij. In Nederland heeft het zo’n 1,8 miljoen sprekers, in Duitsland nog eens 3,5 miljoen. We doen er vaak wat lacherig over, maar stiekem zijn we er best wel greuts op.
Er zijn prachtige verhalen en gedichten te vinden in de taal, maar daar heeft een student in z’n eerste collegeweken natuurlijk niet veel aan. Vandaar dat we hier op de wat minder gepolijste kant inzoomen.
Nu dat uit de weg is: Doar geet et hen!
Onmeun(d)ig
Twents sijpelt regelmatig door in ons Nederlands. Soms weten we niet eens dat het geen Nederlands is. Bijvoorbeeld dat het raam los is in plaats van open of de koekjes slof. Ook het versterkingswoord onmeunig kun je regelmatig in het wild horen. Achterhoekers zullen het kennen als ‘onmundig’. ‘Heel erg’, betekent het. Als in: ‘Onmeunig lekker’. Of ‘Onmeunig gezopen’. Andere woorden die je hiervoor kunt gebruiken zijn machtig, onwies en donders.
Good te passe of sloerig in ’n rakkerd
Als betrokken Tukkers vragen we altijd eerst hoe het met je gaat: ‘Good te pas(se)?’ Ben je good te passe, dan zit je lekker in je vel. Als standaardantwoord zeg je gewoon ‘Good te passe’ terug. Afko voor de socials: GTP.
Het tegenovergestelde kan ook. Als je ‘slecht te passe’ bent is dat geen goed teken. Ben je ‘mooi slecht’, dan heb je ’s avonds goed je best gedaan. Een alternatieve uitdrukking daarvoor is ‘sloerig in ‘n rakkerd’. Heeft niks met het woord sloerie te maken, eerder met jezelf vooruit moeten sleuren. Klinkt goed hè?
Heanig
In Twente maken we ons niet zo snel druk. Heanig. Kalm. We wensen elkaar zelfs als afscheidsgroet veel kalmte toe: Heanig an! (Take it easy!) Want dan kun je het allemaal op je gemak bekijken. Heanig kan ook een beschrijving zijn van een persoon. Een heanig iemand is rustig, of klein van stuk. Een kleine, nerdy studente kan ‘zo’n heanig dink’ zijn.
Stam + t
Bij twijfel: stam + t. Alle meervoudige werkwoorden vervoegen wij op een T. Wiej hebt, iej kiekt, wiej loopt, zee goat, wiej nemt. Nooit: wiej hebben, wiej lopen, etcetera. Dan is het namelijk Drents.
Iej leert op de UT alle dage wat.
Knooien
Het klinkt als knoeien, maar is veel breder. Het betekent ‘prutsen, ‘wat aanmodderen’. Filosofisch beschouwd is alles wat we doen op deze aarde gepruts; iedereen doet maar wat. Als je er maar stoer bij kijkt, lijkt het net echt. Soms ontstaan zo de mooiste dingen. Je knooit een tentamen of een verslag in elkaar of je knooit wat met een medestudent. Zo knooi je je leven aan elkaar. Knooierd!
Drankvocabulaire
Twente scoort altijd hoog in lijstjes van zware drinkers. Hoe belangrijk we dat vinden blijkt uit de keur aan uitdrukkingen die rondom dit cultuurfenomeen zijn ontstaan. Het is niet anders…
Wil je niet voor verrassingen komen te staan, is het belangrijk dat je de juiste terminologie bezigt.
Voor een gewoon biertje kun je de woorden tarwesmoothie, piepke (pijpje) of pretpöalke (pretpaaltje) gebruiken, een traditionele beugelfles krijg je als om een knalpot vraagt. Een opener is een brekiezer.
Een gemiddeld studentenbudget laat vooral de goedkopere merken toe, zoals De Klok of Schultenbräu. Niet echt lekker, wel effectief: ‘A’j der mer duzelig van wordt’. Dat soort merken staat in Twente bekend als ‘sleuterpils’ en als je er makkelijk weg mee weet, is dat ‘sleutern’. Wil je er nog een, dan kun je vragen of iemand je ‘er nog een wil smeren’. Een biertje is even voedzaam als een bruine boterham, vandaar. Let op je baretiquette: commanderen (‘doe mij drie bier’) wordt niet gewaardeerd, we vragen altijd netjes ‘Mag ik vief beer?’
![]()
Een lekker biertje gaat goed samen met een middag snistern (een mooie onomatopee voor barbecueën). Maak je er een hele dag van, dan is dat nen natten dag.
Natuurlijk blijft het effect van al die drank niet onopgemerkt. Iemand die aangeschoten is, hef nen mooien sputter op. Iemand bij wie duidelijk alle remmen los zijn is mooi dikke en nich bange. Nog een graadje slimmer (erger) is iemand die (hagelsteen)dikke is, heel erg bezopen dus. Is iemand dat regelmatig, dan is het een sleuterkloas, zat-jans, zoepzak of sjikkerfrits. Wil je die bijnaam voorkomen, vraag dan om nen castreerden (een 0.0%).
Ook de effecten op de volgende dag zijn de Twentenaar niet vreemd. Iemand met een kater is mooi slecht of todderig (vies en slap als een oude poetsdoek).
Tut! (Proost!)
Sociaal
Vake bi’j te bange – ‘Vaak ben je te bang.’ Een uitroep die je te pas en te onpas kunt gebruiken om jezelf of anderen moed in te praten. Ook bij dingen die hoogstwaarschijnlijk slecht aflopen, maar dan vast een stoer verhaal opleveren. Toe aan je dertiende biertje in twee uur tijd? ‘Vake bi’j te bange!’ Tentamen, maar nog geen boek open gehad? Vake bi’j te bange! Die ene pony versieren? Vake bi’j te bange!
Bulken – onbenullig boeren maar ook luid of lallend praten.
Brommers kieken – clichéuitspraak voor iemand versieren.
Doeken – knuffelen, maar kan natuurlijk ook eufemistisch gebruikt worden.
Fossen – Stevig persoon.
Pony (Aantrekkelijke dame, Twents equivalent van een hertje. Uitspreken als ponni).
Onder ’n droad hen vretten – Vreemdgaan. Als een koe die uit de verkeerde wei eet.
‘Dat gröait hier zo mer zonder wortel!’ – Over een mooie vrouw die voorbijkomt.
Plork – Prachtig Lichaam, Onmeunige Rotkop.
Fluusterbokse – legging (de lippen bewegen, maar je hoort niks).
Ploddenvolk (slecht gekleed en van mindere sociale statuur).
Ral (in ’t dak) – helemaal wild zijn.
Loabant – iemand die liever lui dan moe is.
Zöadje – Een kleinzerig type, iemand die eens wat vaker in de zon zou moeten.
Bul – Heeft niks met je diploma te maken. Een ‘bul van nen kearl’ is een ruw type, lomp en onaardig.
Hapskeare – haaibaai.
Ophoes – een grote bende. ‘Ze hebt der een ophoes van.’
Pikkerig – Bijvoorbeeld bij de Pakkerij is de vloer nog weleens ‘pikkerig’. Plakkerig, kleverig.
Kniepköttel – een gierig persoon, letterlijk iemand die nog knijpt als ‘ie zit te poepen.
Knik-ei – Goed verstand, maar niet al te scherp.
Seks
Daar draait het natuurlijk allemaal om. De studie is slechts een manier om eraan te komen. Je gaat hier tenslotte voor ‘more than a degree’. Natuurlijk heeft het Twents verfijnde manieren om de daad te beschrijven.
Brekken, zoepen en op de proeme kroepen – Flink de beest uithangen. Twents equivalent van ‘Als je niet zuipt dan neuk je niet.’
Andrukken – neuken.
Begatjen – Iemand stevig te pakken nemen.
Reppeln – snel op en neer bewegen, dus ook in bed.
In ’n hook drieven – Iemand scoren.
Veur et gaas jagen – iemand tegen de hekken oprijden.
Roppen, ofbearen, met de vlugge vieve – voor als in ’n hook drieven niet lukt
Kikidoris – clitoris. Klinkt als ‘kijk jij daar eens’. Een gouden tip dus.
Brevenbusse – laag decolleté.
Zwans – penis, maar ook een kluns.
Piele – penis.
Puddingbuks – penis.
Pielepap – zaad.
Het Nauw van Calais – de vagina.
Knooien – iedere poging tot seksueel contact.
’t Gat vuur ’n bos dreeien - zich op het laatste moment bedenken.
An de brokken – aan de pil zijn.
Sputtertoeten – Condoom.
‘Een kilo zolt… (en nog gin dörst)’ – gezegd over bijzonder onaantrekkelijk persoon. Al zou je me een kilo zout geven, dan kreeg ik er nog geen dorst van.
Beginnerswoorden
Als kersverse student moet je je in Twente wel enigszins verstaanbaar kunnen maken. Op de campus red je je misschien wel, maar zodra je de concrete jungle van Eanske in fietst wordt het lastig. Met deze basics kom je een eind:
Stoet(e) – brood
Etten – eten
Bokse – broek
Boezeroen – overhemd
Colbert - buis
Hoes – huis
Kees/Keze – kaas
Dörst – Dorst. Klinkt als dös.
Berre – bed
Meu – Moe. Standaard uitspraak: Etten en drinken geet wa, mer meu-meu.
Zin an – zin in
Bodskoppen - boodschappen
Moin – hallo
Aju(us)! – Doei
Of nich dan! - Dat vind ik ook, nou en of. Reactie op alles wat je apart vindt.
Danke – bedankt
Leren – learn (Net als Engels ja, al spreken wij het op z’n Schots uit)
Kick-In Survival Phrases
Hoo kom ik biej …? - Hoe kom ik bij …
Ik heb nog ginne sloapstie - ik heb nog geen slaapplek.
Hoo late he’w et? - hoe laat is het?
Ik zeuke … - ik zoek …
Woar he’j hier … ? - Waar is hier … ?
Woar kom iej weg? – Waar kom jij vandaan?
Ik heb 'n band lek - Mijn fietsband is lek.
Ik heb de Unionkaarte verleuren - Ik ben mijn UnionCard kwijt.
Ik heb de knollen op - Ik ben kapot.
Ik knap of biej de enkels – ik ben doodop.
Ik heb de knippe leug – Mijn geld is op.
Ik bin der onmeunig wies met. (Ik ben er heel blij mee).
Uitspraken die altijd kunnen
Loat goan! - Hatsee! Daar gaat ‘ie!
Mag wa zo - Helemaal te gek!
Mag ik wal hebben van ’n dokter – Vind ik erg lekker.
Voilà, of eh, Kiek! Een kleine introductie in de wondere wereld van het Twents. Natuurlijk is het niet te doen om een hele taal tot één artikel terug te brengen. En veel van de Twentse cultuur merk je in dingen die we juist niet zeggen. Wil je weten hoe Twents de UT eigenlijk echt is, lees dan dit artikel.