Hoe lager je maatschappelijke positie, hoe zwaarder je straf, concludeerden twee jaar geleden De Groene Amsterdammer en Investico over het Nederlandse rechtssysteem. ‘Het OM gaat vaker over tot vervolging, de rechter verklaart je vaker schuldig en je wordt vaker naar de gevangenis gestuurd’, schreven ze.
Het WODC, een onafhankelijk kennisinstituut van het ministerie van Justitie en Veiligheid, keek naar 2,5 miljoen rechtszaken en komt nu tot een soortgelijke conclusie: laagopgeleiden krijgen zwaardere straffen dan mensen met een hbo- of wo-diploma.
In opleiding
Vooral opmerkelijk zijn de cijfers over volwassenen die ‘een opleiding volgen’. Dat kunnen studenten in het hoger onderwijs zijn, maar ook mensen in een avondopleiding, zegt Sunil Choenni, de chief science officer van het WODC en lector aan de Hogeschool Rotterdam.
Voor dezelfde delicten is het ‘totale sanctiepakket’ voor studenten gemiddeld 54 procent lichter dan voor mensen zonder werk of opleiding. Ze krijgen lagere boetes en hoeven minder vaak naar de gevangenis.
Het WODC keek ook naar andere factoren, zoals de woonsituatie, de positie op de arbeidsmarkt (werkend of in een uitkering) en het inkomen. Verdachten met een sterkere sociaaleconomische positie komen minder vaak voor de rechter, omdat ze vaker een schikking treffen met het Openbaar Ministerie. Alleen al daardoor zijn hun straffen minder zwaar, want alleen de rechter kan een gevangenisstraf opleggen.
Migratieachtergrond
Het WODC keek ook naar de migratieachtergrond van verdachten. Die heeft minder impact op de strafmaat dan het inkomen, opleidingsniveau of de woonsituatie. De onderzoekers merken daarbij op dat ze alleen naar formele ‘verdachten’ keken. Misschien worden ze wel vaker staande gehouden door de politie, maar daar gaat het onderzoek niet over.
Soms is het verklaarbaar dat studenten lagere straffen krijgen, legt Sunil Choenni uit. Na een straf moet iemand ook weer terugkeren in de maatschappij. ‘Door iemand op te sluiten kan die niet naar college, terwijl een opleiding er juist voor kan zorgen dat iemand het leven weer op de rails krijgt. Misschien dat studenten daarom vaker een andere straf krijgen, bijvoorbeeld een taakstraf gecombineerd met een geldboete, in plaats van celstraf.’
Maar Choenni denkt niet dat alle verschillen goed uit te leggen zijn. ‘Wellicht snappen hoogopgeleiden het systeem beter, of kunnen ze tijdens de behandeling van een zaak beter met de rechter praten. Of ze snappen beter hoe ze spijt moeten betuigen. Maar de vraag is of dat moet meewegen in de strafmaat.’
Draagvlak
In het rapport staat de waarschuwing dat structureel zwaardere straffen voor laagopgeleiden op termijn ‘het vertrouwen in de rechtsstaat en het gevoel van rechtvaardigheid’ kunnen aantasten. Volgens Choenni zijn er nu al mensen die het gevoel hebben dat ze niet langs dezelfde meetlat worden gelegd als anderen. ‘We moeten uitzoeken hoe dat komt en wat we eraan kunnen doen, want anders gaat het ons draagvlak kosten.’
Aanleiding voor het onderzoek van De Groene Amsterdammer en Investico naar klassenjustitie was de zaak van de Belgische student Sanda Dia, die om het leven kwam tijdens zijn ontgroening. De verantwoordelijke verenigingsleden kwamen er vanaf met werkstraffen. De journalisten vroegen zich af hoe het in Nederland zat.
Het WODC stelt voor om statistieken over de sociaaleconomische positie van verdachten beter bij te houden, zodat rechters en andere betrokkenen hierop kunnen letten. In een apart rapport staat wat Justitie allemaal kan doen, zoals rechters trainen op het herkennen van hun vooroordelen.