Wat is de stand van zaken van de Strategische Commissie Institutionele Samenwerking, Ethiek en Morele Dilemma’s – kortweg SCEMD?
Haverkort: ‘De commissie ging in februari van start, dus we zitten nog in de opstartfase. Daar hoort onder meer bij dat we een extern lid aan de commissie toevoegen, iemand met expertise die we zelf nog niet in huis hebben. Ons doel is om eerst een framework op te stellen voor de ethiek en de morele dilemma’s waar we als universiteit mee te maken krijgen bij institutionele samenwerkingen.’
Medendorp: ‘Als je terugkijkt: het college van bestuur besloot afgelopen jaar deze twee commissies in te stellen. Deze eerste fase draait vooral om het vinden van een goede werkwijze.’
Haverkort: ‘Voorheen kwamen al deze lastige vragen terecht op het bureau van Erwin of bij het college van bestuur. Daarom was er behoefte aan structuur. Overigens zitten andere universiteiten in een vergelijkbare fase.’
Wat zijn de regels, rollen en verantwoordelijkheden van deze specifieke commissie?
Haverkort: ‘Wij nemen geen besluiten en geven geen adviezen. Dat is de taak van de ethische commissies die adviseren over de ethische aspecten van onderzoeksprojecten en van de – eveneens nieuwe – Adviescommissie Morele Dilemma’s (ACMD). Wij leveren een UT‑breed framework. Dat moet concreter zijn dan alleen een richtlijn, want dat is te abstract. Tegelijkertijd wil je voorkomen dat zo’n framework zo gedetailleerd wordt dat we elke gevoelige samenwerking a priori blokkeren. We moeten daarin een balans vinden, al is dat makkelijker gezegd dan gedaan.’
wat doen deze twee commissies?
Als gevolg van geopolitieke spanningen – specifiek de situatie in Israël en de bezette gebieden – besloot de UT twee commissies in te stellen om te bepalen hoe om te gaan met samenwerkingen met partners uit zogenoemde ‘conflictregio’s’.
De Strategische Commissie Institutionele Samenwerking, Ethiek en Morele Dilemma’s (SCEMD) stelt een framework op voor deze samenwerkingen. De andere commissie, de Adviescommissie Morele Dilemma’s (ACMD), adviseert per individueel geval – op basis van dat framework en andere UT‑richtlijnen en -regelgeving.
Secretaris van beide commissies is Masoome Shariat (Strategie & Beleid). Om veiligheidsredenen worden de leden van de laatstgenoemde commissie niet openbaar gemaakt. Het college van bestuur neemt het uiteindelijke besluit wanneer een faculteitsbestuur afwijkt van een advies van de ACMD.
Welke onderwerpen lagen tot nu toe op tafel bij deze commissie?
Haverkort: ‘Voorlopig zijn we vooral bezig met het bepalen van onze werkwijze en het definiëren van het framework. Een belangrijk onderwerp waar we over moeten nadenken, zijn samenwerkingen binnen het defensiedomein, nu duidelijk is dat daar de komende tijd veel gaat gebeuren.’


Links: Boudewijn Haverkort, rechts: Erwin Medendorp.
Is de andere commissie, de ACMD, al van start gegaan?
Medendorp: ‘Ja, die bracht inmiddels in vijf verschillende gevallen advies uit.’
Zonder framework?
Medendorp: ‘Zonder een kader van de SCEMD, om precies te zijn. We hadden al wel een gedragscode. Daarnaast was er eerder een besluit van het college van bestuur over samenwerking met instellingen in conflictgebieden.’
Ik begrijp dat de identiteit van de leden van deze andere commissie anoniem is, en dat zij daarom niet beschikbaar zijn voor een interview. Wat kunnen jullie zeggen over de adviezen die tot nu toe zijn gegeven? Zijn die openbaar?
Medendorp: ‘Er komt een publieke – geanonimiseerde – versie van alle uitgebrachte adviezen, die eens per drie maanden wordt gepubliceerd. Op die manier kunnen mensen zien welke afwegingen en redeneringen aan een advies ten grondslag liggen. We willen daar transparant over zijn. De huidige adviezen gingen vooral over samenwerking met de fossiele‑brandstoffensector en over samenwerking met instellingen in conflictgebieden.’
Bij de oprichting van beide commissies was de ‘olifant in de kamer’ de samenwerking met Israëlische instellingen. Hebben de commissies daar al een standpunt of advies over geformuleerd?
Medendorp: ‘In minstens één geval heeft de ACMD een negatief advies uitgebracht over een samenwerking met een partner uit een conflictgebied. Voorlopig zijn er geen veranderingen voorzien voor bestaande samenwerkingen. Wel kijkt het college van bestuur naar de mogelijkheid om een clausule toe te voegen waarmee een contract kan worden beëindigd als een situatie zich zodanig ontwikkelt dat die niet langer in lijn is met onze waarden.’
Haverkort: ‘Dat is iets wat we hopen op te nemen in het framework. Voor nu helpt het al dat we de lijst van het Rode Kruis met conflictgebieden als referentie hebben. Het is goed dat we kunnen terugvallen op een gezaghebbende en betrouwbare bron.’
Hoe verhouden beide commissies zich tot elkaar?
Haverkort: ‘Er is geen hiërarchische structuur, eerder een wisselwerking; de ene commissie staat niet boven de andere. Wij worden geïnformeerd over de adviezen van de andere commissie, zodat we ervan kunnen leren. Zij gebruiken ons framework om hun adviezen af te wegen.’
Samenwerkingen met partners in conflictregio’s zijn controversiële onderwerpen die vaak leiden tot pittige discussies. Hoe hopen deze commissies de universiteit te helpen bij het nemen van zulke moeilijke besluiten?
Haverkort: ‘Ik denk dat een belangrijk uitgangspunt de kernwaarden van deze universiteit zijn.’
Medendorp: ‘In onze gedragscode staat één zin: ‘De Universiteit Twente wil niet betrokken zijn bij activiteiten die de waardigheid van de mens aantasten’. Dat is een zin die tegelijk alles en niets zegt. Wat betekent die concreet voor onze manier van werken?’
Haverkort: ‘Dat is precies de moeilijke vraag die we proberen te beantwoorden. We hopen hiermee meer duidelijkheid te scheppen en de gemeenschap houvast te bieden. Maar ethiek is geen natuurwet. Er zijn veel grijze gebieden.’
Medendorp: ‘Wat er in de wereld gebeurt, kan in een oogwenk veranderen. Een paar jaar geleden hadden we ons niet kunnen voorstellen dat we moeilijke discussies zouden voeren over de Verenigde Staten en toch is dat nu het geval. Daarom verwacht ik dat deze commissie, en de andere, zich zal blijven ontwikkelen.’