Met ruim 33 duizend kamers in onder meer Amsterdam, Delft, Leiden en Wageningen is DUWO een van de grootste studentenhuisvesters van Nederland. Vorig jaar liet ze weten dat het hospiteerbeleid op de schop zou gaan.
Volgens DUWO is het huidige systeem oneerlijk; sommige studenten maken veel minder kans op een kamer dan andere. En dus gaat de huisvester zelf een voorselectie maken. Bewoners moeten vervolgens uit de overgebleven kandidaten hun nieuwe huisgenoot kiezen.
Maar dat besluit stuit op veel weerstand. Een petitie tegen de plannen kreeg duizenden handtekeningen, en in de gemeenteraden van Delft, Leiden en Utrecht zijn moties aangenomen die oproepen het vrije hospiteren te behouden of hierover met DUWO in gesprek te gaan.
Landelijke politiek
Het werd een landelijk thema: zelfs regeringspartij VVD bemoeide zich ermee en stelde vragen aan toenmalig onderwijsminister Gouke Moes (BBB). Die zei echter dat hij zich er niet mee ging bemoeien.
De huidige minister van Volkshuisvesting, Elanor Boekholt-O’Sullivan (D66), zegt nu hetzelfde. Dat schrijft ze in een reactie op Kamervragen van partijgenoot Robin van Leijen.
Voor- en nadelen
Volgens Boekholt-O’Sullivan heeft het huidige hospiteersysteem voor- en nadelen. Enerzijds kan het ervoor zorgen dat ‘de sociale samenhang groter is’, anderzijds hebben sommige groepen hierdoor minder kans op een woning. Maar: ‘Het is aan de verhuurder om deze belangen af te wegen’, stelt ze.
De minister benadrukt wel dat verhuurders transparant moeten werken. Ook als studenten hun huisgenoten mogen selecteren, kan dat niet ‘onbegrensd’. Ze kunnen kiezen wie bij hun huishouden past, maar mogen geen ‘onderscheid te maken op basis van afkomst of huidskleur’.
Volgens Boekholt-O’Sullivan is het vooral belangrijk dat er meer studentenhuisvesting komt: door regels rondom woningdelen en verhuren soepeler te maken en meer studentenwoningen te bouwen hoopt ze het tekort terug te kunnen dringen.