Hoeveel hoogbegaafden telt de UT?
‘Volgens mij houden we die statistieken niet bij, dus dat is moeilijk te zeggen. Sowieso denk ik dat we op de universiteit veel mensen hebben met een hoge intelligentie. Maar er is een verschil tussen een hoog IQ en hoogbegaafdheid. Binnen ANDY’s, de gemeenschap voor zogeheten neurodivergente studenten, hebben we best veel hoogbegaafde mensen. Ik heb zelf nog nooit een test gedaan, maar ik denk dat ik na alle jaren wel durf te stellen dat ik in dat hokje pas.’
Wat ‘typeert’ een hoogbegaafde?
‘Het zijn mensen die slim, inventief en nieuwsgierig zijn, vaak een sterk rechtvaardigheidsgevoel hebben – en die meestal ook op meerdere vlakken uitblinken. Wat je daarbij vaak ziet is dat ze een andere afslag nemen, soms al op heel jonge leeftijd; ze passen niet altijd zo goed in het onderwijssysteem met al haar structuren en formatjes. Soms knappen ze daar volledig op af. Het kan ook een knauw geven in iemands zelfbeeld, want je hebt snel te maken met vooroordelen.
'Als hoogbegaafden niet tot bloei kunnen komen, blijft ook enorm veel sociaal kapitaal liggen' - Jelle van Dijk
Als je het gemiddelde IQ van honderd neemt: haal daar 45 punten vanaf en je ziet dat de maatschappij voor iemand met dat IQ een systeem heeft ingericht, waarschijnlijk in de vorm van instellingszorg. Tel eens 45 punten op bij die honderd: zo ver liggen hoogbegaafden vaak af van de norm. Wat je alleen ziet, is dat ze zich hebben weten aan te passen aan het systeem. Dus valt het minder op.’
Een gemiste kans?
‘Absoluut. Als hoogbegaafden niet tot bloei kunnen komen, blijft ook enorm veel sociaal kapitaal liggen. Dan moet je ervoor zorgen dat iemand niet door allerlei hoepeltjes moet springen, dat je het maximale uit ze haalt. Ik was onlangs bij de Nationale Politie, daar zijn ze een project gestart om neurodivergentie binnen het korps te achterhalen en beter in te zetten. Juist om briljante ideeën los te krijgen voor hun complexe uitdagingen. Het is namelijk geen handicap, het wijkt alleen af van de norm.’
Waar kan de UT neurodivergente studenten beter in ondersteunen?
‘Het kan soms in heel praktische zaken zitten. Kijk bijvoorbeeld naar studieplekken. Ik had een afstudeerder die onderzoek deed naar fysieke studieomgevingen. Op de UT zijn die studieplekken meestal hetzelfde: zitjes in een open ruimte. Dat zal voor veel studenten werken, maar niet iedereen kan omgaan met luidruchtigheid, prikkels en andere vormen van ruis. Als je hoofd heel snel volloopt of als je heel associatief bent – en alles om je heen ongefilterd en intens binnenkomt – dan werkt een ander soort omgeving waarschijnlijk beter.
Een universiteit is vrij cognitief ingericht; we richten ons op logisch-mathematische en verbaal-linguïstische intelligentie. Dus verwachten we dat onze studenten de wiskunde beheersen en dat ze veel verslagen schrijven. Dat werkt niet voor iedereen. Een collega had ooit een student die een volledig functionerende, rijdende auto bouwde. Soms drukt een student zich beter uit in beeld, of door iets te maken, dan door iets te schrijven. Onze beoordelingen zijn daar echter niet goed op ingericht.’
In het onderwijs hebben we ook een honoursprogramma en een university college. Zijn dat niet al passende vormen?
‘Deels. Ik werkte zelf mee aan het honoursonderwijs, maar zie ook aan de motivatie van studenten dat het voor een deel gaat om de status. Voor hoogbegaafden is dat extra plusje meestal niet het doel. Het gaat niet zozeer om excellentie, of om beter te zijn. De ATLAS-filosofie past in die zin beter bij hoogbegaafde studenten: het zelf vormgeven van je onderwijstraject en dat flexibel inrichten. Dat ATLAS-concept zouden we nog veel breder op de UT kunnen toepassen.’
ANDY’s, de gemeenschap voor neurodivergente UT’ers, is er nu drie jaar. Wat kan dit studenten bieden?
‘Het is nu een wat klein clubje en het was wat stiller de laatste tijd. Maar de activiteiten zijn onlangs weer toegenomen, met een drietal bijeenkomsten en een WhatsApp-groep naast de Discord die we al hadden. Mensen zijn van harte welkom zich aan te sluiten. Ik merk dat er een ontzettende behoefte is aan herkenning. Of je nou ADHD hebt, autisme, hoogsensitiviteit of hoogbegaafdheid. Het helpt om een veilige plek te hebben waar je je welkom voelt.
'Ik denk dat we weg moeten blijven van de vraag: wat vinden we normaal gedrag? Dat is onproductieve framing' - Jelle van Dijk
Er zijn al stemmen om ANDY’s wellicht tot een vereniging te maken. Ik hoop in ieder geval dat het wat meer een vertegenwoordigende functie krijgt binnen de UT. Ongetwijfeld zijn er goede bedoelingen op de UT om neurodivergente studenten beter te faciliteren. Maar dan helpt het om ten eerste tot de vraag te komen: wat hebben ze nodig? En dat moet je natuurlijk aan de mensen vragen die het betreft.’
Wat kun je als medestudent of collega doen om een hoogbegaafde vooruit te helpen?
‘Ik denk dat we weg moeten blijven van de vraag: wat vinden we normaal gedrag? Dat is onproductieve framing. Je moet kijken naar wat een individu nodig heeft om tot bloei te komen. We zijn nu begonnen aan een project op basisscholen om te kijken hoe leerlingen met elkaar omgaan. Het komt neer op wederzijds begrip: wat heb je als personen van elkaar nodig? Dat zit niet in een normatief oordeel. Het vergt dat we verder kijken dan alleen een dominante, grote groep die bepaalt hoe iemand zich moet gedragen.’
Tot slot: zo’n landelijke Week van de Hoogbegaafdheid, die zaterdag van start gaat, helpt dat om meer begrip te kweken?
‘Ik ben geen communicatiedeskundige, dus dat durf ik niet te zeggen. Het zichtbaar en kenbaar maken kan wellicht een duwtje in de goede richting geven. We zitten nu in een soort overgangsfase, dat het labelen en categoriseren duidelijk maakt waar een bepaalde minderheid mee kampt. In de toekomst hoop ik dat we die categorisering niet meer nodig hebben.’