Het UT-Statuut voor Promovendi schrijft voor dat externe promovendi, de zogenoemde buitenpromovendi, beurspromovendi en extern gefinancierde promovendi, een eigen bijdrage aan de kosten van hun promotietraject leveren. Promovendi moeten zelf betalen of het via een werkgever of beursverstrekker regelen.
Kwijtschelding
In de oude situatie konden bedrijven onder UT-vlag een medewerker promotieonderzoek laten doen met gebruik van campusfaciliteiten. Daarvoor rekende de UT op papier een bedrag van zo’n vijftienduizend euro per promovendus. Maar in de praktijk scholden faculteiten dat bedrag kwijt. Daardoor liepen de kosten voor de UT enorm op. Volgens juridische en fiscale experts haalde de universiteit zich er mogelijk ook allerlei problemen mee op de hals. Daar steekt het CvB nu een stokje voor.
Geen winst, geen verlies
Het nieuwe beleid wil dat promovendi een vaste jaarlijkse tuition fee van drieduizend euro betalen die niet meer kan worden kwijtgescholden. Daarbovenop kan nog een variabele bench fee komen die onderzoekskosten dekt, zoals labgebruik, veldwerk of congresbezoek. Dat schept duidelijkheid en voorkomt de eerder genoemde risico’s. In het statuut staat dat de fee niet bedoeld is om winst te maken, maar om verlies te voorkomen.
Een handvol promovendicategorieën is ‘om strategische redenen’ uitgezonderd. Ook promovendi van wie het promotietraject voor 1 februari is goedgekeurd vallen niet onder de nieuwe regel.
Promotieovereenkomst
De promovendus en diens eventuele geldverstrekker tekenen voortaan een promotieovereenkomst waarin dit duidelijk is vastgelegd. Het nieuwe beleid gaat in per 1 april, zodat faculteiten ruimschoots tijd hebben om betrokkenen ervan op de hoogte te stellen.