Al jaren debatteert de politiek over het terugdringen van de internationale instroom aan hogescholen en vooral universiteiten. Verschillende ministers dienden wetsvoorstellen in, maar tot nu toe haalden die nooit de eindstreep.
Nu doet onderwijsminister Gouke Moes een nieuwe poging om het Wetsvoorstel Internationalisering in Balans (WIB) een stapje verder te krijgen. Hij stuurt het voorstel voor advies naar de Raad van State.
Moes is de opvolger van Eppo Bruins, die het wetsvoorstel op zijn beurt erfde van Robbert Dijkgraaf. Ondanks de val van het kabinet mag Moes er van de Tweede Kamer gewoon aan doorwerken.
Versoepelen
Vorig jaar moest Eppo Bruins de Tweede Kamer beloven om de aangekondigde taaltoets in het wetsvoorstel te versoepelen. Middels die taaltoets zouden Engelstalige opleidingen gedwongen worden op het Nederlands over te schakelen als ze geen goede reden hadden voor het Engels.
De versoepeling: de toets gaat niet gelden voor bestaande opleidingen. Nieuwe opleidingen moeten wél door de taaltoets. Zij zullen bij de commissie ‘doelmatigheid’ moeten bewijzen dat er behoefte is aan een nieuwe niet-Nederlandstalige opleiding.
Derde keer
In feite is het de derde keer dat zo’n wetsvoorstel naar de Raad van State gaat. Van het eerste plan, van Ingrid van Engelshoven, vond de Raad het in 2019 onduidelijk welk probleem ermee werd opgelost. Het tweede voorstel, van Dijkgraaf, vond de Raad op punten te streng, vooral voor bestaande opleidingen.
De Tweede Kamer eiste vorig jaar om verschillende redenen een versoepeling van de taaltoets. De groei van het aantal internationals viel mee en vooral buiten de Randstad maakten onderwijsinstellingen en bedrijfsleven zich zorgen over het voorgenomen beleid en tekorten op de arbeidsmarkt.
Bezuiniging
Universiteiten beloofden eerder aan Dijkgraaf om niet langer actief internationals te werven. Daarom werd de bezuiniging op internationals van het kabinet-Schoof min of meer automatisch gehaald.
De Raad van State doet er meestal zo’n twee maanden over om tot een advies te komen. In principe gaat het wetsvoorstel daarna naar de Tweede Kamer.