Photo by: Enith Vlooswijk
News

‘Als ik mijn verhaal niet deel, wie vertelt het dan?’

| Stan Waning

Grensoverschrijdend gedrag vindt op verschillende en uiteenlopende manieren plaats, ook op de campus. In een tweeluik vertellen twee studenten en twee medewerkers van de UT wat hen overkwam. Dit doen ze onder een gefingeerde naam, omdat de verhalen heftig en zeer persoonlijk zijn. Vandaag deel één: de studentes Juliëtte en Ann hadden seks tegen hun wil.

Het verhaal van Juliëtte: ‘Als ik zijn parfum ruik, raak ik al in paniek’

Ze voelt zich eind 2020 hartstikke goed. Haar studie is op orde, alles loopt op rolletjes: de 22-jarige Juliëtte is klaar om te daten. Tinder brengt haar tijdens de zware coronalockdown in contact met een jongen, waar ze een paar keer mee wandelt. In januari 2021 vraagt hij haar voor een ontbijtje bij hem thuis, na een wandeling. ‘Dat voelde prima, maar binnen zoende hij me behoorlijk wild, waarop ik hem vroeg om een beetje rustig aan te doen. Daar reageerde hij niet fijn op’, vertelt de Nederlandse studente, ruim een jaar later vanuit de koffiehoek in de Waaijer.

‘Door die klap viel ik even weg.’

Draaierig

Hoewel de sfeer op dat moment niet heel aangenaam is, besluit ze toch voor dat ontbijtje te gaan. Ze krijgt een glas sinaasappelsap, maar wordt snel daarna draaierig. ‘Dus ik gaf aan dat het mij beter leek om te gaan. Ik stond wankelend op, waarop hij me keihard tegen de muur duwde. Door die klap viel ik even weg. Toen gooide hij mij op zijn bed. Ik kwam redelijk snel weer bij, was in mijn hoofd superalert, maar mijn spieren reageerden niet meer. Ik probeerde me te verzetten, maar liet het toen maar over mij heen komen. Ik was klein en hij supergroot. Ik kon niks beginnen, maar wist precies wat er gebeurde.’

Haar date trekt haar kleding deels kapot en verkracht haar, waarna hij Juliëtte hulpeloos op straat achterlaat. ‘Ik liep compleet in shock naar het ziekenhuis. Het enige geluk dat ik had, was dat hij een condoom gebruikte. In het ziekenhuis kreeg ik medische hulp en bewijsonderzoek. Het politieonderzoek startte daar (de aangifte is ingezien door U-Today, red.) en daar kon worden bewezen dat ik via het glas sinaasappelsap ben gedrogeerd. Dat, samen met mijn verwondingen, diende voor de kantonrechter als genoeg bewijs dat ik was verkracht.’

Rechtszaak

Hoewel die erkenning veel betekent voor de studente, kiest ze er toch voor om geen strafzaak te beginnen. Een keuze die past in een landelijk trend, dat meldingen van verkrachting bijna nooit tot veroordeling van een dader leiden. ‘Het OM waarschuwde mij al dat een rechtszaak beginnen een traject van jaren is, waarin je telkens naar de rechtbank moet. Waarbij je onder ede moet verklaren en getuige moet zijn. Het liefst wil ik dat die gozer voor de bus komt, maar ik wil ook over een aantal jaar graag een vent naast me op de bank, trouwen, een huis kopen en misschien een gezin stichten. Dan wil ik niet elke keer naar de rechtbank moeten.’

Afgelopen oktober - ruim acht maanden na de verkrachting -  gaat het net iets beter met Juliëtte. Ze is weer op de campus, maar dan gaat het helemaal mis. Haar Tinderdate van toen komt ze tegen in de gang. ‘Tijdens de dates gaf hij een valse naam op. Ik weet nu wie hij is en wat hij studeert. De plekken waar hij moet zijn voor zijn studie, die vermijd ik zoveel als kan.’ Naast de fysieke en emotionele schade die ze oploopt, kampt ze ook met PTSS (posttraumatische stressstoornis). ‘Bij de kleinste dingen schiet ik volledig in de stress. Als ik zijn parfum ruik raak ik al in paniek, als iemand een bepaald soort blouse draagt gaat het mis, zelfs de herkenning van zijn lichaamsbouw jaagt me angst aan.’

Hoewel het enorm knaagt dat de dader ‘gewoon’ aan de UT studeert, vindt ze niet dat de UT daar iets aan kan doen. ‘De universiteit is geen rechtbank, maar ik kamp wel met dit grote probleem. Ik ben een meid die een mannenstudie volgt. Opmerkingen dat ik achter het aanrecht hoor of gemaakt ben om de was te doen vallen mij niet eens meer op. Ik zie zoveel dingen misgaan, vooral in projectgroepen. Ik weet dat studenten in Zweden en Denemarken eerst een cursus over omgangsnormen krijgen. Waarom gebeurt dat hier dan niet?’

‘Ik ben een klein meisje tussen mannen die bol staan van de testosteron’

Vertrouwenspersoon

Ze is opgelucht dat de UT de hulpstructuur voor grensoverschrijdend gedrag de laatste tijd verbeterde. Liever nog had ze gezien dat dat in januari 2021 al zo was geweest. ‘Toen ik mijn studieadviseur vertelde was er was gebeurd, kreeg ik niet veel meer terug dan ‘oh, wat vervelend.’ Ik ben niet doorverwezen en moest zelf zoeken naar de juiste hulp. Het duurde lang voordat ik met een vertrouwenspersoon in contact kwam, die me de goede richting op duwde.’

Momenteel volgt Juliëtte één vak, meer kan ze door de PTSS – die ze aan de verkrachting overhield – niet aan. Door herbelevingen en nachtmerries slaapt ze nooit meer dan vier uur per nacht. Daarnaast werkt ze regelmatig, al is dat puur ter afleiding. Ze twijfelde of ze haar verhaal moest doen. En of ze wel door moest gaan met haar studie. ‘Maar ik voel die morele verplichting. Als ik mijn verhaal niet deel en stop met studeren, wie vertelt het dan? Ik hoor regelmatig op de campus dat het allemaal wel meevalt als het over grensoverschrijdend gedrag gaat. Wees nou niet zo naïef. Ik ben een klein meisje tussen mannen die bol staan van de testosteron. Dan is er lang niet altijd sociale controle. Er kan pas iets veranderen als we dat allemaal beseffen.’ 


Het verhaal van Ann: ‘Ook al wilde ik het niet, ik durfde geen nee te zeggen’

Ann verontschuldigt zich eerst, voordat ze vertelt wat haar is overkomen. De 21-jarige voelt zich namelijk niet écht een slachtoffer, want ze kent ook andere verhalen van studentes die slachtoffer werden van seksueel geweld. Toch vertelt ze in het daaropvolgende uur dat ze in het afgelopen jaar meerdere keren seks had, terwijl ze dat eigenlijk niet wilde.

Zo’n drieënhalf jaar geleden strijkt Ann vanuit Oost-Europa voor haar studie neer in Twente. In Enschede heerst een compleet andere cultuur dan de gesloten cultuur die ze gewend was. Ann doet vanaf de eerste dag haar best om in de smaak te vallen. Ze is actief en sluit zich aan bij meerdere verenigingsbesturen. ‘Maar ik wist niet goed wat mijn persoonlijke grenzen waren, omdat ik me nog aan het ontwikkelen was. Ik wist niet wat sociaal acceptabel was en kon moeilijk nee zeggen.’

‘Ik dacht dat het sneller over was als we gewoon seks hadden’

Ongewenst

Dat levert aanvankelijk nog geen grote problemen op, al loopt ze regelmatig tegen situaties aan waar ze niet blij of comfortabel van wordt. ‘Bevriende jongens raakten me soms ongewenst aan, denkend dat dat prima was omdat ik ‘cool’ was. Ik drukte het weg met de gedachte: ‘Het zijn gewoon mannen die niet weten hoe ze zich moeten gedragen. Ik durfde er nooit iets van te zeggen en dat werd steeds erger.’

Door die angst en de twijfel om het juiste te doen, raakt de studente in een depressie. ‘In de fase dat ik me het slechtst voelde, sliep ik met veel verschillende jongens. In twee gevallen – dat was op de campus – kreeg ik niet eens de kans om nee te zeggen. Ik lag in bed, hij blokkeerde de deur, pakte een condoom en ik dacht dat het sneller over was als we gewoon seks hadden. Ik zag het als een soort straf, dat dat het enige was waar ik goed voor was. Ook al wilde ik het niet, ik durfde geen nee te zeggen. Ik voelde me leeg en een stuk vlees voor elke jongen in de buurt.’

De strenge lockdowns tijdens de coronapandemie voelen voor haar als een zegen, omdat ze niemand hoeft te ontmoeten. Ze bezoekt de studentenpsycholoog, al levert haar dat niet veel op. Inmiddels gaat het stukken beter met de studente. Ze neemt de UT niets kwalijk in wat er met haar is gebeurd, maar meent dat er veel dingen beter kunnen.

Trainingen

Ze noemt de Kick-In als hét voorbeeld. ‘Daar komen honderden jonge mensen die nog vol in ontwikkeling zitten samen. Uit allerlei verschillende culturen, met andere gebruiken, sociale standaarden en leeftijden. Waarom biedt de UT geen trainingen aan in omgangsvormen met elkaar? Zodat we van elkaar weten wat gezonde grenzen zijn en wat aanvaardbaar is in professionele situaties. En betrek daar studenten bij. De Nederlandse cultuur is erg vriendelijk en ik vraag me nog steeds af waar ik me prettig bij moet voelen. Is het normaal als iemand mij op mijn kont slaat, omdat ik mij buk om iets op te rapen? En dat er vervolgens om gelachen wordt? Veel vrouwen moeten dat maar ondergaan en het aan den lijve ondervinden. Wij ervaren grensoverschrijdend gedrag als het te laat is, mannen krijgen nooit de les ‘dat was ongepast.’

‘Meld je als slachtoffer zo snel mogelijk’

Het Centrum voor Seksueel Geweld is er voor hulp aan slachtoffers van seksueel geweld. Hoe helpen zij precies? Vijf vragen aan Anja Ros, casemanager van het Centrum Seksueel Geweld Twente-Achterhoek.

Wat doen jullie precies?

‘Waar de politie zich richt op de waarheidsvinding bij slachtoffers van seksueel geweld, richten wij ons op hulp voor het slachtoffer. Dat doen we nu acht jaar. Stel een meisje is verkracht en zij meldt zich bij de politie, dan kan de politie haar doorsturen naar ons nadat er aangifte is gedaan. Wij kunnen haar dan bij de hand nemen en kijken waar we haar in kunnen steunen. Daarnaast doen we watchful waiting. Dat richt zich op de stress van het slachtoffer en betekent dat we diegene aanmoedigen om de normale dingen weer op te pakken. Na veertien dagen kijken we dan samen naar die stress en vier weken later weer. Dan moet het eigenlijk weer iets de goede kant op gaan met het slachtoffer, en anders verwijzen we door naar traumatherapie.’

Zijn de verhalen van Juliëtte en Ann herkenbaar voor jullie?

‘Absoluut, heel herkenbaar. Wij krijgen vaak mensen over de vloer die zijn verkracht nadat ze werden gedrogeerd, maar het andere voorbeeld zien we ook vaak terug. Dat iemand geen seks wil, maar geen nee durft te zeggen en bevriest. Dat noemen we tonic immobility. Wat je bij die slachtoffers vaak ziet, is dat ze zichzelf de schuld geven omdat ze geen nee konden zeggen.’

Wat is jouw eerste of belangrijkste advies aan een slachtoffer van seksueel geweld?

‘Meld je. En doe dat zo snel mogelijk. De eerste zeven dagen na het seksueel geweld zijn het belangrijkste. Hoe sneller je hulp zoekt, hoe eerder je kunt beginnen aan de verwerking. Neem iemand in vertrouwen, een goede vriend of vriendin en laat die ook de eerste contactpersoon zijn en bijvoorbeeld aan een studiebegeleider vertellen wat er is gebeurd. Dat is beter voor het proces.

Is er sinds de onthullingen bij The Voice iets veranderd bij jullie?

‘Sinds die uitzending komen er veel meer mensen bij ons met vragen. We waren al druk, maar sinds The Voice is het nog drukker. Mensen vragen om advies en we zien meer personen die niet iets acuuts hebben meegemaakt, maar met een geval uit het verleden komen. Ook voor hen staan we klaar.’

Zien jullie een verschil in meldingen van studenten en niet-studenten?

‘Eigenlijk niet. Hoogopgeleide mensen uiten zich verbaal wellicht soms wat sterker, maar laat ik benadrukken dat iedereen slachtoffer kan worden van seksueel geweld. Jong en oud, man en vrouw. Je merkt dat de omgeving van een slachtoffer ook niet altijd meewerkt, al gebeurt dat vaak onbewust. Dat de omgeving uit emotie vraagt waarom ze op dat tijdstip dan ook op die plek was, of waarom ze nou dat korte rokje aan moest. Dat noemen we second rape of victim blaming en dat is niet bevorderlijk voor de verwerking.‘

Illustraties door Enith Vlooswijk.


Mensen die contact willen opnemen met Centrum Seksueel Geweld Twente-Achterhoek kunnen dat telefonisch doen via 0800-0188 of via een chatfunctie.