Vici voor Kerensa Broersen: ‘Enorme impuls voor ons onderzoek’

| Jelle Posthuma

UT-onderzoeker Kerensa Broersen krijgt een Vici-beurs ter waarde van 1,5 miljoen euro. Met deze beurs gaat ze onderzoeken hoe darmbacteriën communiceren met de hersenen en wat er gebeurt bij ziektes als Parkinson, hersenstamtumoren en depressie. ‘Niet voor niets worden je darmen ook wel je second brain genoemd.’

Photo by: Gijs van Ouwerkerk

Broersen, universitair hoofddocent bij de vakgroep Applied Stem Cell Technologies, reageerde verheugd toen ze het nieuws van wetenschapsfinancier NWO te horen kreeg. ‘Ik zat in de auto met mijn kinderen op weg naar een escaperoom’, vertelt ze lachend. ‘Opeens kreeg ik een telefoontje van een nummer uit Utrecht. Ik dacht: Oh ja, de Vici-bekendmaking is vandaag... Toen heb ik toch maar even opgenomen. Ik zette de auto aan de kant om samen met de kinderen te juichen.’

Vici-beurs

De Vici is met een geldbedrag van 1,5 miljoen euro de grootste persoonsgebonden wetenschappelijke premie van Nederland en is bedoeld voor zeer ervaren onderzoekers. Met deze felbegeerde beurs kunnen onderzoekers in vijf jaar tijd een vernieuwende onderzoekslijn ontwikkelen en een eigen onderzoeksgroep opbouwen. De afgelopen twee jaar greep de UT naast de grootste persoonsgebonden beurs van Nederland, maar daar is door de toekenning aan Broersen verandering in gekomen.

In totaal kregen twaalf onderzoekers deze ronde een Vici-financiering. Het coronavirus gooide de planning van wetenschapsfinancier NWO overhoop. Alleen onderzoekers uit de toegepaste en technische wetenschappen en de gezondheidswetenschappen (ZonMW) ontvangen vandaag hun Vici-subsidie. De rest volgt later.

Het met een Vici-beurs bekroonde onderzoek van Broersen gaat over de vraag hoe darmbacteriën communiceren met de hersenen en wat er gebeurt bij ziektes als Parkinson. ‘Vaak is er bij hersenaandoeningen als depressie, autisme of Parkinson sprake van een duidelijke afwijking in de darmen, zoals obstipatie. De vraag is hoe de communicatie tussen darmbacteriën en hersenen precies werkt. Dat deze twee dingen in je lijf zoveel invloed op elkaar hebben, heeft mij altijd verwonderd. Niet voor niets worden je darmen ook wel je second brain genoemd.’

Van groot belang bij het onderzoek is de nervus vagus, een zenuwbaan die de hersenen verbindt met de darmen en andere organen. Studies naar deze zenuwbaan worden vaak uitgevoerd op muizen, vertelt Broersen. ‘Maar deze dieren verschillen anatomisch en fysiologisch natuurlijk erg van mensen. Om de menselijke organen na te bootsen, wordt daarom gebruikgemaakt van stamcellen. Daar wordt vervolgens een stofje aan toegevoegd om er een darmcel of hersencel van te maken.’

Het team van Broersen plaatst deze nagebootste ‘mini-orgaantjes’ op een zogenaamde microfluïdische chip en onderzoekt het samenspel. ‘Op de chip kunnen we de organisatie van de organen nabootsen en de mini-darmen en hersenen op allerlei manieren sturen, bijvoorbeeld door bacteriën toe te voegen of een gen erin te stoppen of eruit te halen. Met de sensoren op de chip kunnen we meten welke invloed dit heeft. Dit geeft fundamenteel nieuwe inzichten.’

De relatie tussen de hersenen en darmen voor de ziekte Parkinson is al door meerdere klinische onderzoeken bevestigd, weet Broersen. Met het onderzoek op de microfluïdische chip wil de universitair hoofddocent bewijzen welke moleculen hierbij een rol spelen. ‘Dankzij de financiering kunnen we onder meer drie nieuwe PhD’s aanstellen. De Vici geeft ons onderzoek een enorme impuls.’