Een jaar thuiswerken: ‘Ik raakte in diepe wanhoop’

| Michaela Nesvarova , Stan Waning

Tijdens de allereerste lockdown interviewden we UT-collega's over hoe ze zich aanpasten aan hun gloednieuwe thuiskantoor, niet wetende dat het een jaar lang realiteit zou worden. Nu praten we opnieuw met ze. Hoe voelen ze zich nu in vergelijking met een jaar geleden?

‘Ik voelde wat tekenen van depressie’

Fardad Maghsoudi Moud, promovendus bij ITC
‘Corona heeft voor mij een aantal positieve en negatieve aspecten gehad. Positief is dat ik veel zelfkennis opdeed, zelfstandiger werd en nieuwe hobby's kreeg. Ik voel me goed en sterk. Ik ben een van de gelukkigste mensen op de UT. Ik mag nu elke dag bij ITC werken. Ik heb geklaagd over mijn thuiswerkplek en kreeg toestemming om gebruik te maken van de faciliteiten van het ITC. Altijd thuisblijven is niet prettig en ik voelde wat tekenen van depressie, dus ik vond het beter om weer naar kantoor te gaan. Dit helpt echt in mijn routine en ik ben erg blij om mijn collega's in levende lijve te zien. Nu voel ik me mentaal en emotioneel goed. In sommige opzichten ben ik zelfs gelukkiger dan ik eerst was. Covid hielp mij om echte vrienden van nepvrienden te onderscheiden. Nu weet ik wie er echt om me geeft. Het belangrijkste wat ik van dit alles leerde is dat de mens een sociaal wezen is. We kunnen niet alleen blijven.’

‘Het inwerken was lastig’

Saskia Baas – Oude Hilbert, opleidingsmarketeer faculteit EEMCS
‘Het lijkt mij heel bijzonder om op een drukke campus te werken. Dat zou nieuw voor mij zijn. Ik begon tijdens de eerste golf aan mijn baan op de UT, dus ik weet niet beter. Thuiswerken is nu eenvoudiger dan in het begin, omdat alles nu beter is geregeld. Toen werd je overvallen door de crisis. Het inwerken was lastig, omdat zoiets het beste werkt als je naast iemand zit. Dan kun je steeds korte vragen stellen. Voor een korte vraag bel je iemand niet zo snel. In maart stond mijn eerste werkdag gepland. Pas in juli was ik voor het eerst op de campus. Ik snak er naar om in ieder geval weer een paar dagen per week op de campus te zijn. Ten eerste om inspiratie op te doen. Zeker in de marketing krijg je veel meer ideeën en energie als je mensen ziet en hoort. Online merk je dat het veel zenden is, je krijgt geen interactie. Daarnaast is het voor het opbouwen van een netwerk ook fijn om mensen fysiek te ontmoeten. Ik kwam er dit jaar achter dat thuiswerken – hoewel het niet ideaal is – prima kan. Het voordeel is dat het indelen van de dag makkelijker is, zeker in een gezin met jongere kinderen. Je kunt meer tussendoor doen.’

‘Toch is het tot op zekere hoogte comfortabel’

Efthymios Constantinides, universitair docent digitale marketing
‘De manier waarop ik werk is niet veel veranderd ten opzichte van een jaar geleden, want meteen na de eerste lockdown zijn we snel geswitcht naar online. Het verschil is dat we nu meer gesetteld zijn. We vinden het normaal om op te staan en naar de volgende kamer te gaan om te werken in plaats van op de fiets of in de auto te stappen. Aan de ene kant zijn we gewend om thuis te werken, maar aan de andere kant ook niet, omdat we het niet leuk vinden - ik in ieder geval niet. Toch is het tot op zekere hoogte comfortabel. Ik renoveerde mijn werkruimte en het is nu een fijne plek om te werken. Ik stel mijn eigen agenda op en het lijkt makkelijker om met mensen in contact te komen. Zo had ik net een vergadering met een promovendus in de VS en met een collega aan de andere kant van het land. Ik zie nu ook meer mensen op onze afdelingsvergaderingen dan vroeger, toen ze nog fysiek waren.

Ik kom slechts zelden op de campus. Ik ben er aan gewend om mijn kantoor niet te zien, maar dat wil niet zeggen dat ik het niet mis. Zodra de lockdown voorbij is, ga ik terug. Ik verwacht in de toekomst een meer hybride manier van werken. Het zal interessant zijn om te zien hoe de mensen zich zullen gedragen als dit allemaal voorbij is. Ik hoop dat ze samenkomen, in een café gaan zitten, gaan winkelen. Technologie is leuk, maar het moet je leven niet wegnemen.’

‘De koffie smaakt thuis beter’

Henri Holtkamp, coördinator veiligheid, gezondheid en milieu
‘Het zielige gevoel is weg bij mij. Door het jaar heen zag ik dat collega’s met jonge kinderen het veel zwaarder hebben. Ook hoef ik niet met mijn echtgenote te vechten om een plekje thuis. Ik balanceer tussen de acceptatie en het feit dat ik er helemaal klaar mee ben. Het heeft alleen geen zin om je te verzetten. Ik ben voor mijn werk genoodzaakt om één dag in de week op de campus te zijn. Dat voelt als een verademing. Je merkt dat informele contacten enorm belangrijk zijn. Die mis je thuis. Mijn hoop is dat we snel weer terug kunnen naar de oude situatie, maar beperkt thuiswerken behoud ik graag. Je wordt minder gestoord en de koffie smaakt beter. Wat positief blijft hangen is de manier waarop we de gevolgen van de pandemie in het voorjaar aanpakten. Met een multidisciplinair team handelden we snel en het viel op dat iedereen luisterde. Zelfs het CvB stond volledig achter ons. Dat gaf veel vertrouwen. Het meest pijnlijke dat ik zie op de campus, is dat mensen die na jarenlange dienst met pensioen gaan of aan een nieuwe baan beginnen, in stilte vertrekken. Dat zij niet een afscheid krijgen dat ze verdienen.’

‘Ik heb nu een heel ander ritme’

Heather Willson, docent Engels
‘Het gaat nu veel beter. Meteen na de eerste lockdown was corona nog een nieuwigheid. Het voelde eng, maar ook spannend. Daarna ging het bergafwaarts met me. Een paar maanden geleden raakte ik in diepe wanhoop. Ik voelde me dag in dag uit oncontroleerbaar depressief. Zo ongecontroleerd als dat begon, zo ongecontroleerd kwam ik er ook weer uit. Ik weet niet precies waarom. Er is iets in mij verschoven en ik begrijp dat het blijvend is. Ik moet veranderingen in mijn levensstijl aanbrengen die eeuwig kunnen duren. Ik verwacht op een gegeven moment terug te gaan naar kantoor, maar ik verwacht niet terug te keren naar hoe het voorheen was. Ik mis zonder twijfel de stimulans van mijn collega's. Ik zou graag één of twee dagen op de UT werken, maar ik denk dat dat ook wat aanpassingen vergt. Ik heb nu een heel ander ritme. Ik ben een nachtmens en ik werk heel graag 's avonds. Nu ben ik veel vrijer om niet met de klok te werken, maar op de maat van mijn energieniveau.

Door Covid-19 ben ik 'hobby-gek' geworden. Ik kreeg nieuwe hobby's waar ik obsessief mee bezig ben. Na het zien van The Queen’s Gambit raakte ik geïnteresseerd in schaken, iets wat ik nooit verwachtte. En ik kreeg nog een onverwachte hobby: Bob Dylan. Ik leer momenteel veel over zijn werk. Verder ben ik meer gaan bewegen. Ik moest aan mijn houding werken, regelmatig wandelen, mediteren en elke dag tien minuten pilates doen. Dat waren dingen die ik vroeger relatief onbelangrijk vond, nu zijn ze een overlevingsstrategie.’

‘Online vergaderen heeft zo zijn voordelen’

Carla Weber – Van der Ploeg, secretaresse faculteit TNW
In april dacht ik nog dat alles niet zo lang zou duren. Toen gingen we allemaal zelfs nog enthousiast met de nieuwe situatie om. Niet veel later merkte je dat het veel langer zou gaan duren, en zorgde ik voor goede werkomstandigheden thuis. In de zomer ging ik met de caravan op vakantie. Dat was voor mij achteraf heel belangrijk. Zonder die vakantie was ik een jaar lang niet echt uit huis geweest. Vanaf januari werk ik wekelijks een dag weer op kantoor. Dat helpt enorm. De sociale contacten die je op het werk hebt, zijn nodig. Door de sneeuwval sloeg ik die dag op kantoor een keer over, en dat merkte ik direct. Dat is me het meest bijgebleven van afgelopen jaar: hoe essentieel sociale contacten zijn en hoe vrijwel iedereen daar hetzelfde over denkt. Ik hoop vooral dat we snel weer naar het oude kunnen, zodat je wordt gedwongen om naar buiten te gaan. Deels thuis blijven werken zou overigens uitstekend bevallen. Online vergaderen heeft zo zijn voordelen, omdat je veel sneller zaken kunt afstemmen. In april uitte ik mijn zorgen over jonge buitenlandse medewerkers. Die zorgen zijn niet weggenomen, maar ik merk dat het helpt dat er veel contact is en dat collega’s sneller bereidt zijn om aan de bel te trekken als dat nodig is.’