OM eist drie jaar cel na steekpartij ITC Hotel

| Rense Kuipers

Voor een bijna fatale steekpartij – in het ITC Hotel afgelopen zomer – hangt (oud-)UT-student Yuning W. (26) een gevangenisstraf boven het hoofd. De officier van justitie eiste na een lange zitting gistermiddag in Almelo drie jaar cel voor poging tot doodslag en betaling van ruim 18.000 euro schadevergoeding aan het slachtoffer, een medestudent.

Photo by: RIKKERT HARINK
Het ITC Hotel.

W. stond gisteren terecht in Almelo voor twee strafbare feiten, een mishandeling op 15 mei 2020 en een poging tot moord op 22 juli 2020 op een medestudent.

Na hun komst vanuit China naar de UT in 2019 waren de twee studenten in eerste instantie vrienden. Voor het incident van 15 mei 2020 ontstonden al scheuren in die vriendschap, zo werd gisteren duidelijk bij de inhoudelijke behandeling van de zaak. Op 16 maart was er al een incident, blijkt uit een verklaring van een medewerker van de faculteit ITC. Op 7 april volgde een gesprek tussen de studentenbegeleiders van de faculteit en de twee studenten. De uitkomst: de twee studenten zouden geen onderling contact meer moeten hebben.

Isolement

W. kon zich niet neerleggen bij die breuk. Vooral omdat hij, zoals hij gisteren tegen de rechter zei, ‘in een isolement zat’. ‘Hij was mijn enige vriend met wie ik in mijn moedertaal kon spreken. En door corona hadden we geen college meer op de universiteit. Ik zat alleen maar thuis, kon er met niemand over praten.’

Op 15 mei zocht hij daarom zijn ‘vriend’ op, om het bij te praten. W.’s vriend wilde daar niet aan en bleef hem volgens W. beledigen en uitschelden. Het mondde uit in een ruzie en vechtpartij. Het slachtoffer deed bij de politie aangifte van mishandeling door W. De verdachte benadrukte gisteren in de rechtszaal dat hij ook niet ongeschonden uit de vechtpartij kwam, maar dat zijn eigen letsel onderbelicht was gebleven.

Na die 15e mei was W. niet meer welkom in het ITC Hotel. De UT plaatste hem in een andere woning en de studentenbegeleiding verzocht hem actie te ondernemen en professionele hulp te zoeken. W. gaf gisteren in de rechtbank aan dat dit moeilijk voor hem was, vanwege de taalbarrière. ‘Mijn Engels is heel slecht, daarom is het voor mij erg lastig om contact te leggen met een huisarts of psycholoog’, zo beweerde hij.

'Chinese overheid accepteert dit niet'

In de periode na 15 mei groeide de angst en onrust bij W., zo blijkt ook uit het psychologisch rapport. De psycholoog schrijft van een ongespecificeerde depressieve stoornis bij W. en vermoedt dat culturele aspecten ook een rol spelen. Dat bleek ook uit het relaas van W. dat volgde, waarin hij meermaals het belang van eigen leerprestaties en prestige van universiteiten benoemde. Hij barstte vervolgens in tranen uit na de vraag van de rechter wat een gevangenisstraf voor hem betekent. ‘In China of Europa zou ik geen kans hebben op werk. In China ben ik bang dat ik geen kans heb op een leven. Ikzelf niet, maar ook niet mijn kinderen als ik die zou krijgen. De Chinese overheid accepteert dit niet. Mijn doel was om in Nederland excellente studieresultaten te behalen.’

Chatberichten

Die gegroeide angst en onrust kwamen samen op 21 juli, toen W. toevallig bij de Decathlon het slachtoffer tegen het lijf liep. Hij smeekte hem om de aangifte in te trekken. Het slachtoffer deed daarvan per mail melding bij de UT. Een dag later had W. een afspraak bij het ITC Hotel, met een andere student, om studieboeken over te nemen. W. wilde nog iets uitprinten en ging daarvoor naar de kamer van de student van wie hij de boeken overnam.

Volgens W. dronk hij op die kamer twee biertjes, en luisterde wat muziek. Toen zag hij naar eigen zeggen op de computer van de student chatberichten van zijn vroegere vriend, die ‘nare dingen’ schreef over W. en andere Chinese studenten opriep geen contact meer met hem te hebben.

Hoeveel tijd vervolgens verstreek, bleef gisteren onduidelijk. Maar W. ging naar de keuken van de twaalfde verdieping – de verdieping van zijn oude vriend, waar diegene alleen stond te koken. Wat er vervolgens precies gebeurde, weten alleen de twee Chinese studenten, door gebrek aan ooggetuigen.

Strafeis: 36 maanden cel

‘Waar we nooit achter gaan komen is op welk moment het mes in de handen van verdachte is gekomen’, zei de officier van justitie. ‘Daarover verklaren ze te wisselend.’ Want W. zei gisteren dat hij zijn vroegere vriend op de schouder klopte, hem 300 euro wilde geven om eerdere telefoonschade bij de vechtpartij van 15 mei te vergoeden. Maar hij voelde zich bedreigd vanwege het mes in de handen van het slachtoffer, dus pakte hij ook een mes. Volgens W. wilde hij het slachtoffer niet met opzet verwonden.

Die lezing strookte volgens de officier van justitie niet met de bewijslast, onder andere DNA-onderzoek en foto’s van ‘meerdere snij-, steek- en prikwonden’, waaronder aan de milt. Volgens de officier van justitie is er ‘voldoende ondersteuning’ dat de verdachte het slachtoffer dood wilde hebben op dat moment. Het slachtoffer zag W. snel aan komen lopen met een mes en er zijn sporen die ‘als stille getuigen geheel de consistente verklaring van het slachtoffer ondersteunen, niet die van de verdachte’. En, zo benadrukte de officier van justitie opnieuw: de verdachte hoorde niet op de  twaalfde verdieping van het ITC Hotel te zijn, die dag van 22 juli 2020.

De strafeis van de officier van justitie werd geen poging tot moord, maar een poging tot doodslag, omdat niet bewezen kan worden dat er sprake is van voorbedachten rade. De geëiste celstraf is 36 maanden en een schadevergoeding van ruim 18 duizend euro, te betalen aan het slachtoffer. De rechtbank doet over twee weken uitspraak. De verdachte blijft in voorlopige hechtenis in Lelystad.