Opnieuw veel Europese beurzen voor Nederland

| HOP, Melanie Zierse

Na een relatief matig jaartje sleept Nederland weer flink wat onderzoeksgeld van de Europese onderzoeksraad (ERC) binnen. Met 32 consolidator grants eindigt ons land op de vierde plaats, maakt de raad zojuist bekend.

In 2018 streefden Israël en Zwitserland Nederland voorbij, waardoor het op de zesde plaats eindigde. Dit jaar hebben we de vierde plek heroverd. Net als in voorgaande jaren eindigen Duitsland (52), het Verenigd Koninkrijk (50) en Frankrijk (43) bovenaan.

De 600 miljoen euro aan beurzen – met een gemiddelde waarde van 2 miljoen – gaan naar ervaren wetenschappers die zo’n zeven tot twaalf jaar geleden zijn gepromoveerd (vergelijkbaar met de Nederlandse Vidi-subsidie van NWO). Met het geld kunnen ze vijf jaar lang onderzoek doen en nieuwe mensen aannemen. Deze subsidieronde zou volgens de ERC ongeveer 2.000 banen creëren.

Over de grens

De wetenschappers storten zich op vragen als: hoe zal klimaatverandering het aardoppervlak beïnvloeden? Wat zijn de gezondheidseffecten van voedingsadditieven (kleurstoffen, zoetstoffen, conserveermiddelen)? En hoe veranderen online tools de politiek en wat betekent dat voor de democratie?

Van de 2.453 aanvragen zijn er slechts 301 gehonoreerd, zo’n 12,3 procent. Dat is vergelijkbaar met vorig jaar. Een derde van de beurzen ging naar een vrouw. Van alle winnaars hebben er 55 de Duitse nationaliteit, 33 de Franse, en 28 de Nederlandse.

Het overgrote deel van de Nederlandse wetenschappers doet onderzoek in eigen land. Er werken er 4 over de grens. Van de Nederlandse instellingen slepen de Universiteit Utrecht en de Universiteit Amsterdam de meeste grants in de wacht: allebei 6.