Tropische faraomier rukt op in campuswoningen

| Jelle Posthuma

De campusappartementen in Sky en Box en een klein deel van de woningen aan de Witbreuksweg, kampen met een ongewenste indringer: de faraomier. Woningcorporatie De Veste is een grootschalige bestrijdingsactie gestart tegen de mierenplaag.

Photo by: April Nobile / © AntWeb.org / CC BY-SA 3.0

De faraomier, of Monomorium pharaonis, is moeilijk met het blote oog te zien en laat zich niet gemakkelijk uitroeien, weet Annette Weenink van De Veste (onderdeel van Vechtdal Wonen). ‘De kwestie speelt al enkele maanden bij ons. Waar het beestje precies vandaan komt, weten we niet. Misschien is er een koninginnenmier meegekomen in de koffer van een internationale student, want de mier komt van oorsprong uit tropische oorden. Ik heb het miertje ook wel eens gezien toen ik op vakantie was in Indonesië.’

Het ijverige insect leeft in Nederland alleen binnenshuis, vertelt Weenink. ‘Het beestje houdt van warme ruimtes en die vinden ze in onze appartementencomplexen. Bij ons op kantoor, gevestigd op de begane grond van Sky, zitten er af en toe ook een paar bij de wc. Het miertje komt werkelijk overal doorheen: van waterleidingen tot stopcontacten.’

De Veste heeft inmiddels een professionele ongediertebestrijder in de arm genomen. ‘Het begon met de bestrijding van de mieren in één of twee studentenkamertjes, maar sinds vorige maand zijn we begonnen aan een grootschalige verdelging. Ongediertebestrijder Rentokil inspecteert iedere woning in de Sky, Box en enkele woningen aan de Witbreuksweg, om waar nodig gif in het looppad van de mieren te plaatsen. Twee weken later controleren ze de woning nog een keer.’

(Foto: de faraomieren op zoek naar voedsel, in een van de studentenkamers in de Box) 

Gevecht

Het gevecht tegen de mier wordt er waarschijnlijk een van de lange adem, vertelt Weenink. ‘Het kan wel één of twee jaar duren, voordat de faraomier volledig is uitgeroeid. Anders dan de ‘gewone’ zwarte mier, heeft de faraomier meerdere koninginnen. Dat maakt bestrijding lastig. Bovendien moet het van twee kanten komen: wij pakken de beestjes aan, maar ook de studenten moeten meehelpen. Het gedrag van de bewoner moet óók veranderen, anders zullen de mieren terugkeren.

De Veste verspreidde daarom voorlichtingsformulieren binnen de appartementencomplexen. Houd de woning zo schoon mogelijk, laat geen etensresten achter, ga niet zelf bestrijden en waarschuw De Veste als je last hebt van de mierenplaag, zo valt te lezen in de flyers. Iedere mogelijk besmette campuswoning heeft een tijdslot gekregen voor de verdelging. De Box heeft de bestrijding net achter de rug, Sky is de komende weken aan de beurt.

In de folder staat ook dat de faraomieren ‘uit open wonden van mensen kunnen eten en daarmee ziektes kunnen overdragen.’ Toch benadrukt Weenink dat de insecten vooral vervelend zijn, niet écht gevaarlijk. ‘Met open wonden moeten de bewoners natuurlijk opletten. Maar de beestjes zijn vooral lastig. We willen geen paniek zaaien. Dat is nergens voor nodig. De Veste doet er alles aan om de plaag te bestrijden. Nu is het een kwestie van controleren en blijven controleren.’

Ongewenste huisgenoot

‘Maximaal twee millimeter lang en roodgelig van kleur’, zo omschrijft UT-student Lentin Steeman de miertjes. Hij studeert Electrical Engineering en had tot voorkort de minuscule mier als ongewenste huisgenoot in zijn studentenwoning, een appartementje in de Box. ‘Vanaf de eerste dag dat ik mijn woning betrok, in augustus 2018, kwam ik de mieren tegen.’

De eerste maanden bleef de overlast beperkt, vertelt Steeman. ‘Af en toe zag ik er één, maar echt last had ik er niet van. Pas als ik eten liet staan, kwamen er veel mieren tevoorschijn. Ik dacht in eerste instantie: misschien gaan ze vanzelf weg. Dat bleek helaas niet het geval.’ Steeman besluit na de zomervakantie bij woningcorporatie De Veste aan de bel te trekken. ‘Ze waren bij mijn buurman om gaten in zijn muren te dichten tegen de mierenplaag. Toen heb ik De Veste gevraagd of ze ook mijn huis wilden behandelen. Ze reageerden dat ze binnen korte tijd het hele gebouw onder handen zouden nemen.’

Een bezoek van de ongediertebestrijder volgde snel. ‘Eind oktober zijn ze langs geweest en begin november nog een keer om te controleren. Ze lieten een soort suikerachtige gelei met gif achter bij de looppaden van de mieren. Ik heb sindsdien nog wel één of twee miertjes gezien, maar de plaag lijkt verdwenen.’ Echt druk heeft Steeman zich overigens nooit gemaakt over de ongewenste exoot. ‘Ik ben er redelijk relaxed onder gebleven. Maar prettig is het natuurlijk niet, als je op de bank zit en er loopt opeens zo’n miertje over je laptopscherm.’