4TU zet in op ‘high tech for a sustainable future’

| Sandra Pool

De 4TU.Federatie presenteerde gisteren in Den Haag vijf nieuwe onderzoeksprogramma’s, waarvoor 22 miljoen euro is vrijgemaakt. In totaal werken 44 tenuretrackers en 29 postdocs aan de onderzoeksdomeinen. Overkoepelend thema is ‘high tech for a sustainable future’.

Photo by: Bram Saeys

De TU’s buigen zich over onderzoek naar gepersonaliseerde geneeskunde, ziektepreventie en behandeling, ‘slimme’ industrie, meer veerkrachtige samenlevingen en de wereldwijde voedselvraag. Met filmpjes, animaties en optredens presenteerde elke onderzoeksgroep zich aan het publiek bestaande uit collega-wetenschappers , afgevaardigden uit het bedrijfsleven en de overheid.

Binnen de programma’s werken de universiteiten van Delft, Eindhoven, Twente en Wageningen samen. Door kennis te bundelen, zetten ze in op vernieuwing binnen het onderzoek. Met het aanstellen van 44 tenuretrackers investeert de 4TU in onderzoek voor de lange termijn. Het gaat om vaste posities binnen de TU’s. Doel is dat de onderzoekers binnen de thema’s eigen onderzoeksprojecten opzetten, financiering binnenhalen en aio’s aannemen.

‘Unieke investering’

Onder de aanwezigen was Marjolein Dohmen-Janssen, Managing Director 4TU Centre Resilience Engineering en betrokken bij het onderzoeksprogramma DeSIRE. ‘Het lijkt niet groot, wat we hier doen,’ vertelde ze,  ‘maar dat is het wel. Het is uniek dat er in één keer in zoveel tenuretrackers geïnvesteerd wordt. We noemen het ook wel seed money ofwel startkapitaal. Deze onderzoekers zetten uiteindelijk hun eigen projecten op en halen daarvoor zelf subsidies binnen. Wat de 4TU doet, is investeren in de lange termijn. Tenuretrackers bekleden een vaste positie binnen de universiteit en groeien door. Dat maakt deze onderzoeksprogramma’s bijzonder.’

‘Garantie dat onderzoek blijft bestaan’

Ook Michel Versluis, programmaleider van Precision Medicine en UT-hoogleraar Medical Acoustics Physics bij de Fluids Group ziet de meerwaarde van de gezamenlijke programma’s. ‘Door 4TU kunnen we gebruik maken van het brede spectrum van alle disciplines. Zo voegt Wageningen heel andere zienswijzen toe dan de andere technische universiteiten hebben. Daarnaast brengt iedereen zijn eigen netwerk mee en kunnen we gebruik maken van elkaars connecties. Denk aan alle topklinische instellingen, de medische centra, de academische ziekenhuizen en het bedrijfsleven met focus op medische apparatuur. Het is de gouden driehoek. Het onderzoek staat weliswaar nog in de kinderschoenen, maar door het aanstellen van tenuretrackers is gegarandeerd dat de onderzoekslijnen blijven bestaan.’

De onderzoeksvoorstellen sluiten aan bij de focusonderwerpen uit het topsectorenbeleid, de Nationale Wetenschapsagenda en de duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties, de UN Sustainable Development Goals. Het beschikbare bedrag van 22 miljoen euro maken de vier TU’s vrij uit het profileringsbudget, bedoeld voor onderzoek dat bijdraagt aan de Nationale Wetenschapsagenda (NWA).

‘Dit is nog maar het begin’

‘Ik ben erg onder de indruk van wat we hebben gezien’, zei 4TU-voorzitter en UT-voorzitter Victor van der Chijs na afloop. ‘En dit is nog maar het begin. Het maakt me nieuwsgierig waar het onderzoek naar toegaat.’

Memoreerde: ‘De 4TU bestaat inmiddels twaalf jaar. Wageningen is er sinds drie jaar bij. Ik zie dat er veel gaande is binnen de federatie. Maar er zijn ook nog genoeg uitdagingen, zoals het afleveren van voldoende technici. We maken daarom keuzes. Keuzes voor de toekomst, zoals vandaag. Dat doen we voor de lange termijn, want alleen zo kunnen we het verschil maken en zijn we leiders in plaats van volgers.’

Na zijn afsluitende woorden overhandigde Van der Chijs de 4TU voorzittershamer aan Louise Fresco, voorzitter college van bestuur van Wageningen.

De vijf programma's op een rij 

De UT-hoogleraren Tatiana Filatova, Herman van der Kooij en Michel Versluis staan aan het hoofd van drie van de vijf 4TU-onderzoeken.

DeSIRE - Designing Systems for Informed Resilience Engineering

Programmacoördinator: Professor Tatiana Filatova

Nieuwe inzichten op het gebied van resilience engineering worden gekoppeld aan kennis op het gebied van economische en maatschappelijke veerkracht. Het onderzoeksprogramma richt zich op drie uitdagingen: Resilience denken en resilience ontwerpen, het meetbaar en kwantificeerbaar maken van resilience en gerelateerde governancevraagstukken. Centraal in het onderzoek staat de stad en al haar uitdagingen en bedreigingen. Onderzoekers gaan uit van de vraag ‘wat als’. Wat als de stroom uitvalt, wat als de hitte in de stad blijft hangen en wat als regenwater niet meer wegvloeit. Wetenschappers gebruiken veerkracht van technologie, samenleving en economie voor het ontwerpen, bouwen en integreren van een vitale, stedelijke infrastructuur.

Precision medicine

Programmacoördinator: professor Michel Versluis

Twee onderzoekslijnen komen hier samen: een vorm van kunstmatige intelligentie, deep learning genaamd, en medische beeldvormingstechnieken. Door deze integratie willen onderzoekers meer relevante medische informatie ontsluiten, de diagnostiek naar een hoger plan tillen en nieuwe technologieën ontwikkelen. De ‘one-size-fits-all-benadering’ bij het diagnosticeren van patiënten verschuift naar een op maat gesneden, gepersonaliseerde aanpak. Dit is volgens de wetenschappers de manier om de zorg op lange termijn toegankelijk en betaalbaar te houden. 

Soft robotics
Programmacoördinator: professor Herman van der Kooij (UT/TU Delft)

Robots die zich onder de mensen bewegen, moeten een ‘soft touch’ hebben. Robots van de industriële productie zijn uiterst precies en snel, maar ook rigide. Voor fysiek en veilig contact met mensen of voor bijvoorbeeld het oppakken bepaalde levensmiddelen, zijn ze minder geschikt. Dit onderzoek laat zich inspireren door de natuur, zoals de zachte grip van een boomkikker of de flexibele armen van een inktvis. De vorm, flexibele bewegingen en zachtheid zijn het uitgangspunt voor soft robotica. Een olifant is in staat om met zijn slurf een appel aan te nemen, zonder dat deze uiteen spat. In dit programma komen biologische kennis, nieuwe regeltechniek en innovatief robotontwerp samen.

Pride and Prejudice - Tackling chronic disease prevention through real-life monitoring and context-aware intervention design

Programmacoördinator: Professor Aernout Brombacher, Technische Universiteit Eindhoven (TU/e)

Het onderzoek richt zich op persoonlijk level, groepsniveau en sociaal niveau. Het doel is mensen te helpen hun verantwoordelijkheid te nemen met betrekking tot hun gezondheid.

Lichaamsbeweging en voeding zijn twee belangrijke factoren voor een gezonde levensstijl. Maar dit is moeilijk te meten. De mens is heel divers als het gaat om sporten en eten. Dit onderzoek combineert monitoring in real-life zoals voedselinname, fysieke activiteit en gezondheidsparameters door middel van sensoren, denk aan een fitbit en door de ontwikkeling van interventies. Zo is er een app die gezonde alternatieven biedt in de supermarkt als je een ongezond product scant. Het helpt om gezondere beslissingen te nemen.

Plantenna - Botanic sensor networks, towards an internet of plants
Programmacoördinator: professor Peter Steeneken, Technische Universiteit Delft (TU Delft)

Onderzoekers richten zich op de ontwikkeling van sensortechnologie die binnenin planten informatie vergaart over de toestand van het gewas en van de directe omgeving. Door planten met sensoren te koppelen in netwerken , een ‘internet of plants’, kunnen wetenschappers de verzamelde data gebruiken voor klimaat- en weermonitoring en voor hogere gewasopbrengsten door efficiëntere bemesting en irrigatie.