‘Ik mis het wielrennen niet’

| Jelle Posthuma

In een vol Amphitheater had hij de lachers op zijn hand: Bram Tankink – oftewel De Tank - werd dinsdagavond door Studium Generale op de campus geïnterviewd over zijn wielercarrière. Een gesprek over derde ballen, brandnetelhutspot en kattenoogjes. Maar ook over mentale veerkracht, valangst en doping.

‘Wie zijn er allemaal lid van Klein Verzet?’, vraagt Peter Timmerman, hoofd Studium Generale. Er gaan flink wat handen in de lucht. ‘En wie maakt er regelmatig een rondje op de racefiets?’ Bijna alle handen gaan omhoog. Het moge duidelijk zijn: de zaal zit vol met wielerfanaten. Het is dan ook ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van Klein Verzet, de wielervereniging van de campus, dat de voormalig meesterknecht wordt geïnterviewd door Peter Timmerman en Hiska Bakker van Studium Generale in een College Tour-achtige setting.

Rondje Holterberg

Broer Huub Tankink zit ook in de zaal. Hij was toch in de buurt. De roots van de familie Tankink liggen namelijk in Haaksbergen. Een thuiswedstrijd dus, hoewel Bram Tankink inmiddels alweer jaren in België woont. ‘Wat is je favoriete rondje in de buurt, Bram?’, klinkt het vanuit de zaal. ‘Een rondje Holterberg, zonder twijfel.’ ‘Pak je dan ook de Motieweg? (een kuitenbijter met een stijgingspercentage van 10%, red.).’ ‘Ja zeker, liefst tien keer op-en-neer.’ Een lach van herkenning gaat door de zaal. Nogmaals: het publiek zit vol kenners.

Het is niet gek dat Tankink de omgeving als zijn broekzak kent. De geboren Haaksbergenaar maakte er zijn eerste rondjes. Ook verdiende Tankink er zijn eerste sponsorcontract. Een uitgebreid verhaal over brandnetels – het voert te ver om de anekdote hier te herhalen, lees daarvoor zijn biografie ‘Tank’ – bezorgde de familie een lucratieve sponsordeal bij de plaatselijke bakker. De slagzin: ‘Bram Tankink weer als eerste over de meet, omdat hij brood van Lammers eet.’ Of: ‘Bram Tankink weer als eerste door de bocht, omdat hij brood bij bakker Lammers kocht.’

Anekdotes

Van zijn jeugd in Haaksbergen voert het gesprek via verschillende thema’s (Twente, lichaam, geest, doping en fiets) langs het leven van De Tank. Bij ieder onderwerp schudt de voormalig prof een sterke en vaak geestige anekdote uit zijn mouw. Wat te denken van derde ballen zo groot als mandarijnen. Een bekende wielerkwaal zo blijkt, want vier mensen uit het publiek hadden dezelfde ervaring. Of tips over het plassen op de fiets. Soms is de toon serieuzer. Hoe hij vrijheid zocht en vond in het wielrennen. Of over zijn valangst die hem in 2016 parten speelde. De professionele wielersport is dan ook krankzinnig gevaarlijk, als je er goed over nadenkt. Maar bij Tankink bleek er veel meer te spelen. Het lag dieper: hij miste zijn gezin. Tankink was bijna altijd van huis, minstens 40 weekenden per jaar.

Mentale veerkracht bleek een belangrijk ingrediënt om zijn tegenslagen te overwinnen. ‘Maar hoe train je dat?’, wil een jonge dame uit het publiek weten. ‘Praat over wat je dwarszit, dat is eigenlijk de enige tip die ik kan geven.’ Naast zijn mentale veerkracht, beschikt Tankink over een gezonde hoeveelheid relativeringsvermogen. Hij staat er om bekend: zijn droge, soms relativerende commentaar na afloop van de koers. ‘Maar, het is niet altijd een pluspunt. De echte toppers relativeren niet. Robert Geesink kon gek worden als hij zesde in plaats van vijfde werd. Terwijl ik zei: zesde is toch ook prima.’

Doping

Over één onderwerp relativeert Tankink niet. Doping. De zaal krijgt een filmpje voorgeschoteld, waarin De Tank vlak na de race voor een NOS-camera commentaar geeft over de positieve dopingtest van Riccardo Riccò, een Italiaan die tijdens die Ronde van Frankrijk als een dolle stier rondreed en twee etappes won. ‘Wat zou je doen als je zijn ploeggenoot was?’, vraagt de NOS-journalist. ‘Ik zou 'm op z'n muil slaan’, reageert Tankink vrijwel direct.

Het is de andere kant van de goedlachse Tukker. Zelf kwam hij nooit in de verleiding, stelt Tankink. ‘Ik had eigenlijk nooit het idee dat ik prof zou worden, en daarom had ik ook nooit de gedachte dat ik de beste zou worden. Ik was toch een beetje een buitenstaander.’ De enige verslaving, of doping zo u wilt, was de adrenaline die hij van het fietsen kreeg, de spanning van het wielrennen. ‘Ik had verwacht dat ik het enorm zou missen wanneer ik zou stoppen.’ Tankink had weliswaar een half jaar last van onverklaarbare vermoeidheid na zijn carrière, ‘maar geestelijk heb ik nooit afkickverschijnselen gehad. Ik mis het wielrennen niet.’

Leven na de fiets 

Misschien komt het omdat hij vrijwel direct een mooie baan kreeg bij Brightlands Chemelot Campus, een bedrijf dat zich richt op het ontwikkelen van slimme materialen. Ook zijn werk bij Brightslands kwam ter sprake tijdens het interview. Eigenlijk was de avond te kort. Nog vragen genoeg, maar Tankink moest terug naar België: morgen weer vroeg op pad voor wéér een lezing.

Gelukkig krijgen de wielerfanaten in het publiek binnenkort opnieuw een traktatie van Studium Generale. Op 1 oktober komt fietsontwerper Gerard Vroomen langs om te vertellen over de perfecte fiets. Het kan niet op in dit lustrumjaar van Klein Verzet.