UT-welzijnsonderzoek meet stress én bevlogenheid

| Rense Kuipers

Alle UT-medewerkers kunnen vanaf morgen deelnemen aan het welzijnsonderzoek van de UT. Onderzoekers Jan de Leede en Jeroen Meijerink van de vakgroep Human Resource Management (BMS) voeren het onderzoek uit.

UT Welfare research will start

The triennial welfare research among UT staff will start tomorrow. Unlike in 2015, the UT is now in control. UT researchers Jan de Leede and Jeroen Meijerink of the Human Resource Management research group (BMS) conduct the research. Their goal is to identify the factors that influence the welfare of employees. Based on this, they can draw up profiles, including those of employees susceptible to burnouts.

Voorheen werd dit een medewerkersonderzoek genoemd. Vanwaar de naamswijziging naar welzijnsonderzoek?

Meijerink: ‘Voor een betere aansluiting op de ontwikkelingen op de UT en eigenlijk op alle universiteiten. Onderdeel daarvan zijn thema’s als werkdruk en stress en in bredere zin het welzijn van medewerkers. In het kader van het laatste wordt ook gekeken naar de positieve tegenhanger van stress: bevlogenheid. Het doel van dit onderzoek is vooral om de factoren in kaart te brengen die samenhangen met het welzijn van medewerkers. Aan de hand daarvan kunnen we profielen opstellen, onder meer van mensen die vatbaar zijn voor een burn-out.’

De grootste struikelblokken bij het vorige onderzoek waren het gebrek aan anonimiteit en de opzet van het onderzoek. Hoe waarborgen jullie dat dit keer?

De Leede: ‘We spitsen de resultaten niet toe op vakgroepniveau, maar op facultair- of dienstniveau. Dat helpt in het bijzonder om de anonimiteit van mensen in kleinere vakgroepen of eenheden te waarborgen. Daarnaast krijg je de mogelijkheid om vragen over demografische kenmerken zoals geslacht, functie en hoeveelheid dienstjaren niet te beantwoorden.’

Meijerink: ‘Ook achter de schermen waarborgen we de anonimiteit. We werken samen met onderzoeksbedrijf Ipsos, dat ervoor zorgt dat iedereen via een algemene weblink de enquête kan invullen. Vervolgens krijgen wij de ruwe data toegestuurd, waaruit niets naar individuen te herleiden is omdat geen identifiers gebruikt worden.’

En de opzet is ook anders?

De Leede: ‘Klopt. We werken vanuit een onderzoekmodel en gebruiken gevalideerde schalen, beiden vanuit de literatuur onderbouwd. Daarmee hopen we goed inzicht te krijgen in het welzijn van UT-medewerkers en welke factoren kunnen leiden tot verbetering. Dan kun je niet alleen als leidinggevende of beleidsmaker prioriteiten stellen, maar ook als medewerker zelf.’

‘En het onderzoek is bottom-up tot stand gekomen. We werken met een expertgroep van deskundigen, beleidsmakers en vertegenwoordigers van medewerkers. Ook hebben we vroegtijdig het OPUT en de universiteitsraad betrokken in het proces. In een pilottest heeft een groep van vijftien medewerkers input gegeven op de vragenlijst, met positieve reacties én benodigde aanpassingen aan de vragenlijst tot gevolg.’

Hoe verklaar je iets abstracts als het welzijn van iemand?

Meijerink: ‘Vanuit de literatuur kunnen we uitgaan van job demands en job resources. Denk daarbij aan het spanningsveld tussen de onderwijstaak van iemand versus het totaalaantal werkuren. Dat zijn zaken die we kunnen meten. Een van onze hypotheses is dat de balans tussen job demands en job resources samenhangt met het welzijn van een medewerker.’

Wanneer weten we meer?

De Leede: ‘De vragenlijst kan de komende twee weken ingevuld worden door de UT-collega’s. Vervolgens moet Ipsos alle data verwerken en wijzelf deze analyseren, dus medio april verwachten we de eerste resultaten. We hopen op een hoge en representatieve respons. En we zijn benieuwd of de initiatieven die al gestart zijn – zoals de themamaand werkdruk – effect hadden. Ja, ook dat kunnen we meten.’