‘Ik observeer altijd de wereld om mij heen’

| Jelle Posthuma

In een volle Agora-zaal gaf arts-fotograaf Ruben Terlou dinsdagmiddag een lunchlezing voor de Week van Inspiratie. Hij sprak over zijn eigen dromen en over die van het Chinese volk. ‘Aan de mensen in deze zaal zou ik willen zeggen: bouw je eigen paleizen.’

Photo by: eric brinkhorst

Terlou vertelt zijn levensverhaal aan het aanwezige publiek dat in groten getale is gekomen en nauwelijks in de zaal past. Hij illustreert de lezing met eigengemaakte, indrukwekkende foto’s en fragmenten uit zijn reisdocumentaires voor de VPRO.

De jonge jaren

Het verhaal begint met een foto die niet door hemzelf gemaakt is. Terlou tuurt als jongetje van vijf jaar door een verrekijker. ‘Ik ben altijd de wereld om mij heen aan het observeren en kijk in het bijzonder naar de mensheid. Ik wil weten wat het betekent om te leven in deze wereld.’

Op zijn negentiende vertrok Terlou naar China, een land dat hem intrigeert en waar hij later zijn documentaires zou maken. Hij wil er reizen, foto’s maken en de taal leren. Na twee jaar keert hij terug naar Nederland. ‘Ik heb een hoop talenten, maar zakendoen is er geen van. Mijn geld was na twee jaar reizen helemaal op.’

Eenmaal terug in Nederland, gaat Terlou studeren. ‘Ik twijfelde over de film- en de kunstacademie. Dus werd het geneeskunde. Dat klinkt misschien raar, maar ik wilde altijd al iets betekenisvol doen. En met geneeskunde maak je mensen beter.’

Gewone mensen

Hij rondt zijn studie af en wordt arts, maar het reisvirus blijft aan hem knagen. Terlou vertrekt naar Afghanistan. Aan de zaal: ‘Wisten jullie dat twintig procent van de mensen reis-DNA heeft. Ik wilde weten wat een oorlog met mensen doet én ik vroeg mij af of ik wel echt dokter wilde worden.’

In Afghanistan ontdekt de arts in spe dat ‘gewone mensen’ doorgaan met hun leven, ook als het oorlog is. ‘Achter de krantenkoppen zit altijd een menselijk verhaal. Ik besloot dat ik niet de nieuwsfoto’s wilde maken van schietende militairen en belangrijke gebeurtenissen, maar ik wilde de ‘’normale’’ mensen fotograferen.’

‘Ik ging documentaires maken. China wordt vaak verkeerd begrepen’

Ondanks zijn nieuwe fotokoers, keert Terlou terug naar Nederland voor het vervolg van zijn carrière in de medische wereld. Hij doet er een PhD in Amsterdam. Terlou krijgt een onderzoekssubsidie en zijn begeleider ziet het helemaal zitten met de jonge wetenschapper. ‘Maar het voelde niet goed - wisten jullie dat één derde van de promovendi lijdt aan een depressie?’

‘Ik miste het contact met mensen en besloot te stoppen. Het was de beste keuze uit mijn leven. Iedere morgen dat ik na deze beslissing wakker werd, was ik er blij mee.’ Aan de zaal: ‘Maar ik vertel jullie niet om direct te stoppen met jullie studie, hoor!’

Terug naar de Yangtze

Terlou gaat terug naar China, het land dat hem tussen zijn negentiende en eenentwintigste jaar heeft gevormd. ‘Ik wilde China aan mijn vrienden en familie laten zien. Daarom ging ik documentaires maken. China wordt vaak verkeerd begrepen.’

‘Klonen is in China veel meer geaccepteerd dan in het Westen’

De documentairemaker ontdekt dat het land waar hij als twintigjarige rondreisde, een enorme verandering heeft doorgemaakt. ‘Nog een paar jaar en er leven één miljard mensen in de Chinese steden. De sociale cohesie staat enorm onder druk, wat bijvoorbeeld zorgt voor grote eenzaamheid onder de mensen.’

China is een veerkrachtig land, dat zich razendsnel aanpast aan de veranderende wereld, vervolgt Terlou. ‘Een bekend gezegde in China is: ‘’Waar een wil is, is een weg.’’ Het land heeft een unieke relatie met techniek. Waar het Westen soms moeite heeft met ingrijpen in de natuur, zien de Chinezen het als hun taak om de wereld vorm te geven en te veranderen, zoveel als nodig. Klonen is in China bijvoorbeeld veel meer geaccepteerd dan in het Westen.’

Vrijheid versus socialisme 

Het maakt Chinezen tot enorme utilitaristen: het gaat om het geluk van de gemeenschap. ‘In China staat het collectief centraal, in het Westen draait alles om het individu. Wij zien dat misschien als een beperking van de democratische vrijheid, maar tegelijkertijd zien Chinezen ons vaak als niet-sociaal.’ Terlou laat een fragment van een Chinese begrafenis zien. ‘Een dode in China wordt nooit alleen begraven – zelfs als er een opblaaspop aan te pas moet komen. Dat laat zien hoe belangrijk het collectief daar is.’

‘We hebben het in het Westen helemaal verkeerd gezien: China zou zich in de loop der jaren wel aanpassen aan de politieke wereldorde, maar niets blijkt minder waar. Het land kiest zijn eigen koers. En terecht, China heeft een van de oudste beschavingen ter wereld. Daarom wil ik meer begrip voor het land creëren.’

Wat opvalt aan de fragmenten die de documentairemaker laat zien, is hoe gemakkelijk hij contact maakt met de lokale bevolking. ‘In de communicatie met mensen is het belangrijk om niet te oordelen. Maar dat heeft ook een keerzijde: het verdriet van de ander kan je behoorlijk aangrijpen, zoals die grote eenzaamheid waar ik over vertelde.’

In de laatste minuten van zijn boeiende toespraak richt Terlou zich andermaal tot de zaal. ‘Voor mij was het een hobbelig pad om te komen waar ik ben, en nog weet ik niet zeker wat ik nou precies ben: een fotograaf, dokter of documentairemaker. Het maakt ook eigenlijk niet zoveel uit. Vooral aan de jonge mensen in de zaal zou ik willen zeggen: realiseer je dromen. Bouw je eigen paleis.’