'De campus is een uniek visitekaartje'

| Rense Kuipers

Geen dag op de campus is hetzelfde voor contractmanager terrein André de Brouwer. En hij zou ook niet anders willen. ‘Als het saai wordt, dan ben ik weg.’ Maar saai is het allerminst voor het manusje-van-alles van de UT. Een gesprek met een nuchtere, trotse teamspeler, die het allerminst schuwt de handen uit de mouwen te steken.

Photo by: Rikkert Harink

Hoe De Brouwer in elkaar steekt zie je in een oogopslag bij binnenkomst van het Paviljoen, de thuisbasis van het Facilitair Bedrijf én van De Brouwer. Hij overlegt in een kamertje, achterover leunend, z’n armen over elkaar gevouwen. Dan zwaait hij en enkele minuten later komt hij aangesneld – overhemd strak ingestopt in de spijkerbroek. Daaronder prijkt een paar versleten, ietwat modderige laarzen. ‘Ik ben vanmorgen op de bouw geweest’, klinkt het bijna verontschuldigend. De Brouwer doelt op de verbouwingen van de Technohal en de Hogekamp, twee gebouwen op de UT waar het de komende jaren bepaald niet stil zal blijven. En omdat de experimenten in het NanoLab niet verstoord mogen worden door de trillingen die de sloop veroorzaken, moet deze nauwlettend in de gaten worden gehouden. Niet alleen door uiterst gevoelige meetapparatuur, maar ook door De Brouwer. ‘Nu blijkt dat de werkzaamheden bij de Hogekamp dusdanige trillingen veroorzaken dat die bij het NanoLab tegen de limiet aankomen’, vertelt De Brouwer. ‘Dus ben ik met de verantwoordelijke aannemer in gesprek gegaan om dat in de toekomst te voorkomen. Het mag natuurlijk niet zo zijn dat een neerploffende container vijfhonderd de boel verpest in het NanoLab.’

Vast rondje

Om zeven uur ’s ochtends maakt De Brouwer (49) altijd zijn vaste rondje over de campus. Daarna kan het alle kanten op: een kijkje nemen, overleggen, problemen oplossen – door hemzelf of door iemand anders – het is voor hem aan de orde van de dag. En nacht. Want bij een zware storm, zoals een half jaar geleden, springt hij om drie uur ’s nachts zijn bed uit om zich naar de campus te spoeden. ‘Dat hoort er gewoon bij’, zegt hij bloedserieus. Daarna, lachend: ‘Nee, een negen-tot-vijfmentaliteit heb ik niet echt.’

Altijd bereikbaar

In 2007 trad De Brouwer in dienst bij het Facilitair Bedrijf. Zes jaar daarvoor was hij begonnen als groenaannemer. Eenmaal contractmanager terrein bij het Facilitair Bedrijf werd het al snel meer dan groen alleen. Bestratingen, riolering, verlichting, parkeersensoren, sportvelden… je kunt het zo gek niet bedenken of De Brouwer is er in zijn bijna tienjarige dienstverband met licht of zwaar gereedschap aan te pas gekomen.

Onmisbaar daarbij is zijn robuuste mobiele telefoon, waarop De Brouwer ook tijdens het interview enkele keren wordt gebeld. En natuurlijk kan hij het niet laten om direct op te nemen. ‘Gisteren was ik toevallig een dag vrij, maar terwijl ik met mijn vrouw kleren aan het kopen was, stond ik in de winkel te bellen over borden die bij de Technohal opgehangen moeten worden. Dan krijg ik te horen dat ik altijd wel bereikbaar ben. Tja, dat zit ook een beetje in de aard van het beestje, hoe vervelend mijn vrouw het ook vindt op zulke momenten.’

Mat uitrollen

Wat André de Brouwer nog meer kenmerkt? ‘Ik probeer altijd een teamspeler te zijn. Die houding zie ik trouwens terug bij het hele Facilitair Bedrijf en is de laatste jaren alleen nog maar sterker geworden. Je bent er met z’n allen verantwoordelijk voor om de campus te onderhouden en te beheren, samen met andere ondersteunende diensten. Wij zijn een groep mensen die het moet hebben van het dienstbaar zijn, wij zijn er om de mat uit te rollen voor college van bestuur, hoogleraren en instituten. Met elkaar moeten we ook de cultuur uitdragen, laten zien wat we zijn. En dat geeft mij een enorm trots gevoel dat ik hier mag werken. De campus is een uniek visitekaartje, dat we moeten blijven verbeteren.’

Groen

Hij vindt pinetum De Horstlanden (tussen de Horst en Hengelosestraat) de mooiste plek op de campus. ‘Vanuit mijn achtergrond als hovenier. Het is een prachtige verzameling coniferen uit verschillende landen. Al het groen op de campus is me trouwens dierbaar; dat maakt het mede zo bijzonder hier. Het groen is het ook meer dan waard om in stand te houden.’
Behalve van plekken en planten geniet De Brouwer ook van de mensen op de UT. Hij haalt energie uit het samenwerken, zeker ook met studenten. ‘Kijken wat je met elkaar, voor elkaar kunt krijgen, dat is belangrijk.’ Of het nu gaat om een steiger voor de roeiers van Euros, de sportvelden en de atletiekbaan die op de schop moesten, een cv-ketel met kalkaanslag in een studentenwoning of lekbakken voor het solarteam… De Brouwer wil helpen waar hij kan. ‘Nee, ik doe niet alles alleen. Maar ik wil er wel bij zijn, weten wat er gebeurt.’

Recht voor zijn raap

In die gedrevenheid loopt hij ook weleens tegen teleurstellingen aan. ‘Ik heb er gigantisch de schurft aan als mensen alleen maar naar anderen kijken en zelf geen initiatief nemen. Het is vaker wel dan niet goed om dingen gewoon aan te pakken. Niet eromheen lullen, maar samen de handschoen opnemen.’ De Brouwer vervolgt: ‘Ik ben nogal recht voor zijn raap, dat weet ik. En dat wordt niet altijd gewaardeerd. Maar ik ga ook geen beloftes doen die ik niet na kan komen.’

Daarmee doelt hij op gevallen waarbij studenten bijvoorbeeld in een vijver willen zwemmen of op een feestje bij de campuswoningen dat uit de hand dreigde te lopen. ‘In dat laatste geval kon het qua veiligheid absoluut niet meer. Natuurlijk waren die jongens kwaad toen ik in eerste instantie zei dat het feest niet door kon gaan. Maar we hebben wel samen kunnen zorgen voor nieuwe, veilige tenten, zodat het feest toch gewoon kon plaatshebben. Zo kan het ook. We zijn als UT-gemeenschap een grote familie en ik wil dat ook graag koesteren, al zijn er momenten dat dit eenheidsgevoel aangetast wordt.’

Hechte familie

De Brouwer is geboren en getogen in het Twentse dorp Bentelo. Hij woont nu op een boerderijtje in het buurtschap Zeldam, een paar kilometer verderop. Samen met zijn vrouw Mathilde en zijn 17-jarige zoon. De twee dochters zijn het huis al uit, maar De Brouwer heeft ze maar wat graag over de vloer. ‘Een echte, hechte familie zijn, dat is heel belangrijk voor me. Ik kan heel erg genieten van de momenten dat iedereen aan de eettafel zit.’ Maar na zo’n moment met zijn gezin is De Brouwer, ondanks regen of kou, het liefst buiten in de weer, bijvoorbeeld om blad te blazen. Of hij is in zijn geboortedorp Bentelo te vinden, waar hij als vrijwillig bestuurslid van Stichting De Pol het gelijknamige Bentelose sport- en gemeenschapscentrum beheert.

In 2010 was hij prins van de plaatselijke carnavalsvereniging Hagmöll’n Lummels. De aftrap voor het nieuwe carnavalsseizoen is net achter de rug. ‘Het gaat niet alleen om dat ene feestweekend in het voorjaar, maar om een halfjaar samen zijn en gezelligheid.’ Het mag duidelijk zijn, of het nu gaat om sport, carnaval of gemoedelijkheid… De Brouwers hart ligt onomstotelijk in Bentelo. Op den duur wil hij daar dan ook maar wat graag weer naar terug verhuizen.

Engelse taal

Ambities heeft hij ook nog genoeg. Een daarvan is de Engelse taal beter onder de knie krijgen. Want ook in een internationale gemeenschap wil De Brouwer voor iedereen een aanspreekpunt kunnen zijn. En wat als hij zelf de scepter zou zwaaien op de UT? ‘Ik zou de sport- en cultuuraccommodaties helemaal optimaliseren. Nieuwe velden, ook voor nieuwe sporten, een groot bioscoopscherm in het Openluchttheater, noem het maar op. Studenten, sport en cultuur horen gewoon bij elkaar. Daarnaast spreekt het idee van de Living Smart Campus – in wat voor hoedanigheid dan ook – me enorm aan. Daar willen we veel meer bij betrokken worden. Als Facilitair Bedrijf kunnen we zó veel betekenen om de campus nog meer een uithangbord te maken van al het bijzondere dat hier gebeurt.’

Maar eerst moet de handhaving van de politie op de campus volgens De Brouwer verbeteren. ‘Aan de Campuslaan wordt zo veel kapotgemaakt door studenten; de reparaties beginnen aan te voelen als water naar zee dragen. Studenten realiseren zich onvoldoende dat dit soort vandalisme kan leiden tot een strafblad. Kijk, een lolletje op z’n tijd is leuk, maar vernielingen gaan gewoon te ver. Ze moesten eens weten wat we allemaal voor ze doen…’


Dit diepte-interview verscheen in het decembernummer van UT Nieuws Magazine.