'Er is een wereld te winnen'

| Rik Visschedijk

Vermarkten van kennis, samenwerking met bedrijven en verbindingen leggen tussen UT-onderzoek en ondernemingen. Dat is de ‘opdracht’ van Kees Eijkel in zijn nieuwe rol als directeur Stategic Business Development (SBD).

Kees Eijkel begon in september aan deze functie. Hiervoor was hij - sinds de oprichting in 2006 - directeur van Kennispark Twente en blijft dit waarnemen tot er een opvolger is benoemd. De business development van de UT zit volgens Eijkel in de tweede fase. Zijn voorganger, Miriam Luizink, heeft een gedegen fundament gelegd met bijvoorbeeld het Top Technology Twente-programma en de inzet van innovatievouchers.

Wereld te winnen

‘Er is nog een wereld te winnen’, zegt een enthousiaste Eijkel. Hij ziet voor de UT mogelijkheden genoeg om partnerschappen met bedrijfsleven en industrie aan te gaan. ‘We moeten inzetten op bredere en langdurige samenwerking. Die behoefte is er ook vanuit de markt. Bedrijven willen niet simpelweg een promotieproject, ze willen breed intappen op onze kennis en het talent. Ze staan te springen om hooggeschoolde jongeren aan zich te binden, en om hun kennisbasis te verbreden.’

‘Daarnaast zijn we interessant als partner voor bedrijven in subsidietrajecten’, vervolgt hij. ‘We hebben een brede waaier aan mogelijkheden, van promotieprojecten via facility sharing tot samenwerking met spin-off bedrijven of investeringen in startups. Dat alles pleit ervoor breed te kijken naar hoe een bedrijf een partnership kan opbouwen met de UT en onze partners.’

Een belangrijk uitgangspunt in het zoeken naar samenwerkingen is voor Eijkel dat het ‘aannemelijk is dat het bedraagt aan het academische karakter van de UT’. SBD is er nadrukkelijk niet alleen voor om de derde geldstroom, oftewel de projectgebonden financiering, te versterken. ‘Dat is het gevolg van de waarde die we als samenwerkingspartner leveren, niet een doel op zich. We gaan de komende jaren de externe relaties uitbouwen. We blijven daarbij heel dicht bij ons onderzoek.’

Profileren

Dat sluit, volgens Eijkel, aan bij het proces rondom de heroriëntatie van het onderzoek, waar de UT op dit moment in zit. ‘We nemen ons profiel onder de loep en willen keuzes maken; waarin zijn we goed en op welke terreinen willen we ons profileren’, zegt hij. ‘Die discussie kan veel opleveren voor het werk van SBD. Want als we helder hebben waar we sterk in willen zijn, kunnen we beargumenteerd kiezen op welke externe partnerships we willen inzetten. Dat is – denk ik – de weg richting de toekomst. Dat kan uiteindelijk ook de slagingskans in subsidietrajecten helpen verhogen.’

Wat die keuzes dan zijn, dat moet Eijkel nog algemeen houden: de UT zit nog midden in die discussie. Evident is dat onderwerpen als health, nano, IT en robotica onderscheidend zijn en een grote aantrekkingskracht op de markt hebben. ‘Op deze terreinen hebben we grote impact en de buitenwereld wil zich graag aan ons verbinden’, zegt Eijkel. ‘Daar liggen kansen op meerdere niveaus.’

Start-ups

Eijkel heeft de laatste tien jaar leiding gegeven aan Kennispark, waar hij bezig was met innovatie en start-ups. Die ervaring neemt hij mee in zijn nieuwe functie. ‘Nu we uit de crisis komen, zie je dat grote en middelgrote bedrijven weer willen innoveren’, zegt hij. ‘En er is sinds de jaren ’80 een andere mentaliteit ontstaan. Waar bedrijven eerder eigen research & development-afdelingen hadden, zoeken ze daarvoor nu veel meer de samenwerking met universiteiten en met jonge innovatieve bedrijven.’

Hij maakt de vergelijking tussen een groot bedrijf en een vloot. ‘Bedrijven voelen zich een armada, omgeven door kleine bootjes, die in hun wendbaarheid en aantal toch bedreigend zijn geworden. Met de globalisering is er wereldwijd aandacht gekomen voor start-ups en met de crisis hebben ze gemerkt dat ze kwetsbaar zijn. Daarmee is bij veel bedrijven een beleid ontstaan om aansluiting te zoeken met universiteiten en start-ups, en daarmee frisse energie en nieuwe kennis. Het is van levensbelang voor die grote organisaties. Je ziet bij bedrijven als KPN, Thales of Demcon dat ze stappen vooruit zetten om dat waar te maken. Daar liggen enorme kansen voor de technische universiteiten, en dat is een slag die we niet mogen missen.’