Vidi-beurs voor vier UT-wetenschappers

Ook dit jaar stonden ervaren wetenschappers in de rij voor een Vidi-beurs van NWO. Drie UT-onderzoekers behoren tot de gelukkigen: Sarthak Misra, Richard Stevens, Ivo Vellekoop en Wiebe de Vos.

Photo by: Gijs van Ouwerkerk

Van de 572 aanvragen in totaal werden er maar 87 toegekend. De kans op een beurs was daarmee kleiner dan vorig jaar.

Delft

De Vidi-beurzen worden jaarlijks uitgereikt door NWO. Het is een van de talentbeurzen die de onderzoeksfinancier uitreikt. Ze zijn bedoeld voor onderzoekers die al enkele jaren ervaring hebben en bedragen maximaal 800 duizend euro.

Dit jaar sleept de TU Delft de meeste beurzen in de wacht. Tien wetenschappers behoren tot de gelukkigen. Hierna volgen de Universiteit Leiden en de Universiteit van Amsterdam: zij krijgen er respectievelijk acht en zeven. De UT vier.

Microscopie en nanomagneetjes

UT-wetenschapper Misra doet onderzoek naar medicijnafgifte met nanomagneetjes. Hiervoor ontving hij eerder al onder andere een ERC Starting Grant van 1,5 miljoen euro. Vorig jaar was de beurt aan Ivo Vellekoop om diezelfde beurs in ontvangst te nemen. Vellekoop wil met microscopie de diepte in, om dwars door ondoorzichtig weefsel heen te kijken.

Windmolens en membranen

Stevens doet op zijn beurt bij de Physics of Fluids-vakgroep van Detlef Lohse onderzoek naar de complexe stroming rondom windmolens. Zeker in grote windmolenparken kunnen de ‘zoggen’ die turbines genereren een negatief effect hebben op de energieopbrengst van andere turbines.

De Vos (Membrane Science and Technology) wil een methode ontwikkelen om membranen te maken zonder dat daar gevaarlijke en milieubelastende oplosmiddelen voor nodig zijn.

Gering aantal vrouwen

Van de universitaire ziekenhuizen scoren Leiden, Groningen en Amsterdam (UvA) het best: NWO kent hun drie beurzen toe.

Opvallend is het geringe aantal vrouwen dat een aanvraag indiende: 375 mannelijke wetenschappers schreven zich in voor de subsidie, tegenover 197 vrouwen. Het honoreringspercentage lag dit jaar lager dan vorig jaar: vijftien procent ten opzichte van zeventien procent in 2015.