De commissie onder leiding van emeritus hoogleraar Bert Klandermans, die de fusiemogelijkheden onderzocht tussen de faculteiten GW en MB, adviseert om te kiezen voor een ‘lichte fusie’. Dat zou betekenen dat er één bestuur en één ondersteuningsstructuur ontstaat. Een fusie voor de technische faculteiten zou weer anders kunnen, volgens de commissie onder leiding van emeritus hoogleraar Douwe Wiersma. Hij adviseert de technische faculteiten te herinrichten van vier (TNW, EWI, CTW en ITC) naar twee faculteiten, met inbedding van de onderzoeksinstituten. Of, dat is ook een optie, alles blijft bij het oude.
![]()
De twee commissies begonnen ruim een half jaar geleden met hun onderzoek naar de mogelijkheden om te fuseren. Een fusie tussen verschillende faculteiten hing al langer in de lucht, maar sinds dit najaar maakt het CvB vaart met wat heet de ‘governance-discussie’.
Het oordeel van de commissie Klandermans, die voor GW en MB adviseert om over te gaan tot een lichte fusie, is dat verdergaand samenvoegen van de faculteiten ‘veel overhoop haalt en geen garantie biedt op kwaliteitsverbetering in het onderzoek, een betere organisatie van het onderwijs, een betere koppeling tussen onderzoek en masteropleidingen of een efficiëntere facultaire organisatie’. Met de lichte fusie doelt Klandermans om in geval van integratie te kiezen voor het samenvoegen van bestuur en ondersteuning. ‘Idealiter is de bestuursstructuur zodanig dat de beslissingsbevoegdheden zo dicht mogelijk bij de werkvloer liggen.’
Als werktitel bedacht de commissie Klandermans de faculteit voor Gedrags-, Management- en Bestuurswetenschappen (GMB). Ook dringt Klandermans er in het rapport op aan dat het CvB uiterlijk eind maart beslist over de structuur van de faculteiten. ‘Mocht het CvB tot een fusie besluiten, dan kunnen de voorbereidingen direct na de zomer aanvangen.’ De beoogd decaan van de nieuwe faculteit zal in die voorbereidingen dan een belangrijke rol spelen. Volgens Klandersmans zal de decaan dan namelijk een drietal commissies moeten instellen voor het verdere integratieproces: een commissie onderzoek, een commissie onderwijs en een commissie ondersteuning.
Verder zegt Klandermans duidelijk dat kwaliteitsverbetering het hoofddoel moet zijn van een fusie. ‘Een fusie zal niet vanzelf leiden tot een goedkopere organisatie.’
De commissie Wiersma onderzocht de fusiemogelijkheden tussen de technische faculteit TNW, EWI, CTW en ITC. Volgens Wiersma zijn er twee opties: het inrichten van vier bètafaculteiten tot twee: een Sciences en een Engineering faculteit (voorlopige werknamen, red.). Bij een facultaire herindeling zullen groepen uit de huidige faculteiten worden overgeplaatst naar de nieuwe. Verder wordt voorgesteld een nieuw onderzoeksinstituut in de faculteit Engineering op te richten, waarin ook de nu direct onder de CTW-decaan vallende leerstoelen, worden ondergebracht. Bij deze optie worden de onderzoeksinstituten ingebed in de faculteit.
De commissie ziet als voordeel van twee bètafaculteiten met daarin de onderzoeksinstituten een meer ‘krachtige en financieel robuuste organisatie’. ‘Ook landelijk en regionaal met een duidelijker profiel naar de stakeholders. Met één gammafaculteit zijn de drie O’s van de UT dan ook direct gerelateerd aan de drie faculteiten: onderzoek (Natural Sciences), ontwerp (Engineering) en organisatie (Social Sciences).
Met inbedding van de onderzoeksinstituten wordt het ‘twee-bazen’ probleem opgelost. Bij een facultaire herindeling pleit de commissie Wiersma om over te gaan van een decaan aan het hoofd van een faculteit naar een faculteitsbestuur met de decaan als voorzitter, verder bestaande uit een vice-voorzitter en een portefeuillehouder middelen.
Ook Wiersma dringt er bij het CvB op aan om zo snel mogelijk een besluit te nemen, zodat er bij een voorlopig besluit tot facultaire herinrichting een commissie aan het werk kan worden gezet om een blauwdruk voor een nieuwe organisatie te maken.
De adviezen van de twee commissies liggen nu bij het college van bestuur. Het CvB werkt aan een voorgenomen besluit dat eind maart naar buiten komt. In mei zal het dan in de Uraad besproken worden.