U-raad wil geen onderwijsdirecteuren

| Redactie

De universiteitsraad heeft zich woensdagochtend uitgesproken tegen een nieuwe onderwijsorganisatie waarbij elk cluster van opleidingen een onderwijsdirecteur krijgt. De raad is bang voor conflicterende belangen tussen die onderwijsdirecteur en de opleidingsdirecteur die de inhoudelijke verantwoordelijkheid draagt voor de opleiding. Het definitieve besluit hierover wordt een maand uitgesteld, maar de vraag is of raad en college in die tijd tot elkaar komen.

De universiteitsraad gaf het college uit beleefdheid en ‘vanuit de bereidheid eruit te komen’ extra tijd voor het voorstel voor een nieuwe onderwijsorganisatie. De kans lijkt echter klein dat beide partijen het binnen dertig dagen eens zullen worden. Dat gaat alleen lukken als het CvB met een heel nieuw stuk komt. Het bestaande plan aanpassen heeft geen zin, omdat te verschillen van inzicht te groot zijn. ‘Het huidige stuk mag niet het uitgangspunt worden. Dat zou elkaar voor de gek houden zijn’, verwoordde Gert Brinkman de mening van de raad.

In het voorstel van het college van bestuur moet de onderwijsdirecteur (OWD) als hoofd van een cluster verantwoordelijk worden voor het bewaken van de kwaliteit en samenhang van de verschillende bachelors binnen het cluster. Een opleidingsdirecteur (OLD) draagt de verantwoordelijkheid voor de inhoud en eindtermen van de opleiding. Onderwijsdirecteur wordt een fulltimefunctie; een opleidingsdirecteur is een hoogleraar of universitair hoofddocent die een dag in de week het OLD-schap voor zijn of haar rekening neemt.

Het CvB vindt dat de onderwijsorganisatie nu te veel verschilt per opleiding. Zo doen sommige OLD’s het werk naast hun onderzoekswerkzaamheden en is het voor andere OLD’s een fulltimebaan. ‘We zijn het er allemaal over eens dat deze onderwijsorganisatie efficiënter en uniformer moet’, aldus collegevoorzitter Anne Flierman woensdagochtend in het debat met de universiteitsraad.

De universiteitsraad is bang dat er conflicten ontstaan tussen een OWD en de OLD’s binnen een cluster omdat ze tegenstrijdige belangen kunnen hebben. De OWD is verantwoordelijk voor didactisch concept, werkvormen en kwaliteitsborging van de opleiding en zal hiertoe eigen keuzes maken, aldus de raad. Die keuzes kunnen conflicteren met de wensen van de OLD die de eindtermen van de opleiding in de gaten moet houden. De raad is bang dat in dat geval de OWD aan het langste eind zal trekken of dat het conflict op het bordje van de decaan terechtkomt. Het college van bestuur benadrukte echter dat de OWD niet de baas wordt vand de OLD. Flierman: ‘Die conflicten zullen meevallen. De raad gaat uit van wat fout kan gaan, wij gaan ervan uit dat het goed gaat. We streven ernaar de rollen duidelijk te verdelen. In het geval dat toch een discussie beslecht moet worden, hakt de decaan de knoop door.’

Een ander bezwaar van de universiteitsraad gaat over de onduidelijke positie van de opleidingen gezondheidswetenschappen, bedrijfsinformatietechnologie en technische bedrijfskunde. Die MB-studies zijn in een cluster geplaatst waarvan een andere faculteit dan hun eigen de penvoerder is. De decaan kan dan geen verantwoordelijkheid nemen voor beslissingen van een onderwijsdirecteur die onder een andere faculteit valt.

De universiteitsraad voelt zich in zijn kritiek gesteund door de faculteitsraden en onderwijscommissies die volgens de U-raad eveneens weinig heil zien in de voorgestelde onderwijsorganisatie. Het college van bestuur nuanceerde dat. ‘Er zullen vast commissies zijn die er moeite mee hebben, maar ik heb ook partijen gesproken die wel enthousiast zijn en deze structuur nog liever vandaag dan morgen invoeren’, aldus Flierman.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.