Over de instroomcijfers ontstond eind januari ophef. Toen maakte de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het ministerie van Onderwijs bekend dat de UT in 2012 11,6 procent minder eerstejaars trok. Die cijfers bleken echter niet overeen te komen met de getallen die de UT zelf bijhoudt. De VSNU zou spoedig met ‘de juiste’ cijfers komen en de verwachting was dat die gunstiger zouden uitpakken voor de UT.
Die getallen zijn er nu. In september 2012 begonnen 1696 studenten aan een UT-bachelor, bijna tweehonderd minder dan een collegejaar eerder. Dat betekent een daling van 10,3 procent. Volgens Institutional Research, de UT-afdeling die de instroomcijfers bijhoudt, telt de VSNU in deze statistiek alleen de studenten mee die zich voor het eerst bij een universiteit inschrijven. Dit is de meest gangbare rekenmethode omdat universiteiten hierop hun marktaandeel baseren. Voor de UT daalde dat van 4,3 procent in 2011 naar 4 procent in 2012.
Je kunt ook rekenen met de studenten die zich voor het eerst bij een UT-bachelor aanmelden (maar misschien een jaar eerder al bij een andere instelling ingeschreven stonden). Dan gaat het volgens Institutional Research om 1779 eerstejaars in 2012 ten opzichte van 2000 in 2011, een daling van 11 procent.
Als behalve bachelorstudenten ook master- en premasterinschrijvingen worden meegeteld, zijn de getallen als volgt: in september 2011 meldden zich 2142 nieuwe studenten, een jaar later 1940. Dat is een daling van 9,4 procent.
Volgens UT-woordvoerder Bertyl Lankhaar is de daling in de instroom moeilijk te duiden. Een mogelijke verklaring zit volgens haar in een verandering van het schoolsysteem in Duitsland. In de deelstaat Niedersachsen haalden in 2011 twee keer zoveel middelbare scholieren hun eindexamen als in de jaren ervoor en erna. De UT trekt relatief veel eerstejaars uit Duitsland.