In 2011 gebruikten UT-onderzoekers 383 muizen en 152 ratten in hun werk. Veruit het grootste deel van deze dieren was nodig voor experimenten voor de ‘ontwikkeling, productie, controle of
ijking van vaccins of geneesmiddelen’. Veertig ratten werden gebruikt voor onderzoek naar ‘geestesziekten of ziekten van het zenuwstelsel van de mens’.
Deze getallen komen uit het rapport Zodoende 2011 van de Voedsel- en Warenautoriteit, het jaarlijkse overzicht van dierproeven aan Nederlandse universiteiten en ziekenhuizen. In 2010 had de UT nog 845 proefdieren nodig. In 2009 en 2008 waren dat er respectievelijk 744 en 232.