Hij is kolonel en zo wordt hij ook aangesproken op de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) in Breda: kolonel De Munnik. `Dat kan ik van de minorstudenten niet verwachten. Voor hen is `meneer' ook goed. Als ze me maar niet bij mijn voornaam noemen, ik ben nog van de oude stempel', zegt De Munnik. Aan de balk en drie sterren op de schouders van zijn uniform zie je dat hij kolonel bij de landmacht is. Hij heeft een operationele loopbaan achter de rug. Veel commandant- en stafofficierfuncties, de laatste jaren meestal als docent om colleges te geven aan (aanstaande) officieren. Eén uitzending heeft De Munnik op zijn naam: de Kosovo-oorlog in '98-'99.
De Munnik geeft sinds zes jaar het vak militaire operaties binnen de minor krijgswetenschappen. `Een cursus van een half jaar voor twintig studiepunten. Voor een deel doen de studenten de minor in Breda, om gebruik te kunnen maken van onze bibliotheek.' Op dit moment staan 26 studenten ingeschreven. Behalve De Munnik geven ook andere officieren met operationele ervaring colleges, zoals een F16-vlieger van de luchtmacht en een commandant van een marinefregat. De andere vakken zijn militaire geschiedenis en militaire strategie, die door burgerdocenten worden verzorgd.
`De minor verbreedt de blik op de samenleving en de wereld. Het doel is de algemene academische vaardigheden van de student te versterken', legt de kolonel uit. `Zij komen er achter dat met de vaardigheden uit hun hoofdstudie ook andere wetenschapsgebieden ontgonnen kunnen worden. Daarnaast krijgen de deelnemers inzicht in de dynamiek van oorlogen, conflicten en geweld.'
Volgens De Munnik biedt de minor een goede bagage voor functies in het openbaar bestuur, en in het bijzonder de wereld van de internationale betrekkingen.
Veel colleges worden gegeven aan de hand van voorbeelden uit recente oorlogen zoals die in Irak en Afghanistan. `De militaire strategieën die we behandelen gaan over de houding tegenover tegenstanders, tegenover het openbaar bestuur en tegenover de bevolking. Hoe ga je bovendien om met de lokale economie? Er is veel interactie. We stellen bijvoorbeeld het handelen van een bepaalde commandant ter discussie. Heeft hij het goed gedaan, of had hij andere mogelijkheden? De studenten moeten tot een gewogen en genuanceerd oordeel komen.'
Een strenge docent noemt hij zichzelf niet. De Munnik: `Ik ben niet iemand die zegt: “ik heb wat te vertellen, dus houd je kop”. Dat past ook niet in een wetenschappelijke opleiding. Er moeten vrijuit gedachten kunnen worden uitgewisseld. Maar ik verwacht wel prestaties. Ze moeten hun literatuur goed bestuderen voor de colleges.'
`De NLDA is geen echte universiteit, maar we hebben in zekere zin wel die ambitie. Het klimaat is anders. Daarom vind ik het zo leuk ook hier colleges te geven', vertelt de kolonel. `De studenten zijn echt nieuwsgierig. Bij ons op de opleiding krijgen de adelborsten (toekomstig officieren bij marine, red.) en cadetten (land- en luchtmacht, red.) naast de theorie veel praktische militaire vaardigheden aangeleerd. Ik merk dat ik aan de UT meer diepgang bereik in de werkcolleges. De Enschedese studenten schrijven bovendien veel betere essays dan de officieren in opleiding in Breda. Presentaties geven hebben ze duidelijk minder gedaan. De minorstudenten zijn wat onzeker, de presentaties vaak een beetje lauw. Zeker als je het vergelijkt met de gloedvolle betogen die de cadetten en adelborsten geleerd hebben te houden.'
| Volgens docent militaire operaties kolonel De Munnik is de minor krijgswetenschappen een goede bagage voor toekomstige functies in het openbaar bestuur. (Foto: Arjan Reef) |