Een van de aandachtspunten die uit het onderzoek naar voren komt is de onbalans tussen de taakverdeling van lesgeven, onderzoek en administratieve zaken. 47 procent van de respondenten geeft die onbalans aan. `Een vervolgonderzoek is hier nodig om na te gaan hoe dat komt', zegt FFNT-voorzitster Liudvika Leisyte.
Volgens de deelnemers bestaat er weinig transparantie in de procedures die leiden tot een bevordering tot UD1 of UHD en is er geen adequate feedback voor afgewezen promotiekandidaten. `Deze uitkomst komt overeen met het onlangs gehouden werknemerstevredenheidonderzoek. Hierin gaven zowel mannen als vrouwen aan dat die criteria niet duidelijk zijn. Het is een UT-breed probleem en geen specifiek issue voor de carrière van vrouwen.'
Een verrassend resultaat is volgens Leisyte het ontbreken van een mentor om nieuwe collega's te introduceren in de nieuwe werkomgeving. `Dat is opmerkelijk omdat er wel een mentor-mentee programma bestaat. Dat is echter alleen toegankelijk voor postdocs en universitair docenten. De universitair hoofddocenten en hoogleraren zijn de mentoren. Blijkbaar missen PhD-studenten dit stukje begeleiding.' In een volgend onderzoek is het daarom belangrijk dat de verschillende groepen gescheiden worden in medewerkers met een vast en medewerkers met een kort contract. `Zo kunnen we de resultaten beter duiden', aldus Leisyte.
Het is de eerste keer dat het vrouwennetwerk voor wetenschappelijk personeel een onderzoek doet onder zijn leden. `We willen weten welke sleutelgebieden onze leden belangrijk vinden. We organiseren al vijf jaar allerlei activiteiten. Zitten we op de goede weg? Wat kunnen we onze leden in de toekomst bieden?' Uit het onderzoek komen vijf interesse gebieden naar voren. Over de eerste - playing the rules of the game in a university - wordt maandag 8 november een workshop gehouden. `Daarmee laten we zien dat we de mening van onze leden echt belangrijk vinden. We willen ze daarvan bewust maken. Het aantal respondenten was namelijk erg laag.' Van de 236 leden vulden 49 de enquête in. `Daar ben ik niet tevreden mee. Het is gissen hoe dat komt. We denken aan de tijd van het jaar. Het onderzoek werd in december en januari gehouden. Hoe het komt dat we nu pas met de resultaten komen? We hebben een bestuurswisseling gehad en de zomervakantie zat er tussen.'