UT moet Brusselse bronnen beter benutten

| Redactie

Een op de vijf UT-aanvragen voor onderzoeksubsidies in Brussel is succesvol. Daarmee scoort de UT iets onder het landelijk gemiddelde (22 procent). In de programma's ICT en NMP (nanosciences, nanotechnologies, materials, new production) doet de UT het goed; in health en socio-economic sciences and humanities (SSH) slecht. Om een hoger slagingspercentage te bereiken moet op instituutsniveau meer ondersteuning komen bij het indienen van aanvragen.

Dat schrijft de liaison officer van de UT, Rolf Vermeij, in zijn Brussel-nota die het UMT (CvB, decanen en wetenschappelijk directeuren) volgende week bespreekt tijdens een werkbezoek aan Leuven en Brussel. Vermeij inventariseerde het indieningsprofiel en de slaagkansen van de UT in het Zevende Kaderprogramma (KP7), de Europese subsidiepot voor onderzoek met een looptijd van 2007 tot 2013.

Aanvragen in het programma NMP hebben een slaagcijfer van een op drie. Het Nederlands gemiddelde ligt op 24 procent. De instituten mesa+, Mira en Impact doen allemaal een greep uit deze pot. Voor ICT-onderzoek heeft 23 procent van de aanvragen succes. Voor de subsidiepot SSH werd echter geen enkele aanvraag ingewilligd; het succespercentage voor Health ligt op vijf procent, fors onder het Nederlands gemiddelde van 28 procent.

In totaal haalde de UT in de periode 2007-2009 uit KP7 23,8 miljoen euro binnen. Het slaagcijfer van een op vijf is Europees gezien gemiddeld, maar volgens Vermeij kan de UT bovengemiddeld scoren. `Het Zevende Kaderprogramma richt zich vooral op het toepasbaar maken van technologie en minder op fundamenteel onderzoek. Dat zou ons op het lijf geschreven moeten zijn.'

Om het slagingspercentage van aanvragen te verhogen adviseert Vermeij het college van bestuur drie maatregelen. Ten eerste moeten instituten meer personeel krijgen om wetenschappers te begeleiden bij het indienen van aanvragen. `Een belangrijk criterium voor Europa is de vertaling van het onderzoek naar de maatschappelijke impact. Daar wordt slecht op gescoord, dus daar moeten onderzoekers bij worden ondersteund. Bovendien kan zo iemand veel administratieve rompslomp bij wetenschappers wegnemen, ook bij niet-Europese aanvragen.'

Een tweede voorstel van Vermeij is dat instituten en vakgroepen een bredere visie ontwikkelen op de wijze waarop ze willen indienen. `Nu gebeuren aanvragen nog teveel ad hoc. Als je er bewuster op inzet om een bepaald doel te bereiken, is je aanvraag sterker en de slaagkans hoger.'

Ten slotte wil Vermeij, als de aanvraag eenmaal is gehonoreerd, de last verlichten om het project te runnen. `Een UD is nu vaak deels projectmanager. Die zit daar niet op te wachten, die wil onderzoek doen en onderwijs geven. Aparte projectmanagers die meerdere projecten tegelijk runnen nemen werk uit handen. Bovendien kunnen zij in een vroeg stadium al werken aan vervolgaanvragen.'

Er valt op deze manieren veel te winnen, denkt de liaison officer. Het geld dat Brussel beschikbaar stelt in KP7 neemt namelijk exponentieel toe. Vermeij: `De afgelopen periode haalden we jaarlijks gemiddeld acht miljoen euro binnen. Met hetzelfde succespercentage is dat in 2013 bijna vijftien miljoen. Met meer gerichtere aanvragen valt er misschien wel twintig miljoen te halen.'

Rolf Vermeij
Rolf Vermeij
(Foto: Arjan Reef)

Onderwijsgeld uit Brussel

Het is moeilijk te bepalen (anders dan bij onderzoeksgeld) hoeveel subsidie voor onderwijsprojecten de UT uit Brussel haalt. Vermeij schat dat het minder is dan een miljoen euro. Enerzijds komt dat omdat de EU geen zeggenschap heeft over onderwijs, die ligt bij de lidstaten. Universiteiten moeten vaak eerst Den Haag stimuleren om het voor hen aantrekkelijker te maken dingen te doen die Brussel financiert. Zo stond de Nederlandse wet geen joint degrees toe met buitenlandse universiteiten. Vanaf volgende maand is dat wel het geval.

Een andere reden dat we weinig profiteren van Europese onderwijssubsidies is dat de UT geen traditie kent grote projecten aan te trekken, aldus Vermeij. `Als een opleiding een meerjarenplan heeft kunnen delen daaruit op Europees niveau gefinancierd worden. Dat gebeurt nu te weinig. Maar het moet niet zo zijn dat opleidingen elk jaar een andere koers gaan varen om gebruik te maken van subsidies.' De faculteit ITC scoort bij de EU-subsidies voor onderwijs overigens juist goed.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.