ATLAS-studente brengt ‘hitte-hotspot’ O&O-plein in kaart

| Rense Kuipers

Voor haar bacheloropdracht onderzocht ATLAS-studente Ceyda Çelebi ‘urban heat islands’. Ze richtte zich op het O&O-plein op de campus en hoe je daar de hittestress tegen kan gaan. ‘Het kan er wel 60 graden Celsius worden.’

Hoe kwam je op dit onderwerp?

‘Ik kom oorspronkelijk uit Izmir, een stad in Turkije. Ook daar kan het erg heet worden. Op de middelbare school raakte ik geïnteresseerd in urban heat islands, nadat ik een documentaire had gezien over situaties in de Verenigde Staten. Het was iets te veel van het goede om er toen onderzoek naar te doen – ik had er nog niet de kennis en middelen voor om met satellietdata te werken. Maar het onderwerp bleef altijd wel in mijn hoofd hangen en ik wilde altijd wetenschappelijk onderzoek doen. Binnen ATLAS hebben we een groot afsluitend project en mijn begeleider Monica Pena Acosta deed er al onderzoek naar. Dus dit paste perfect.’

Waarom het O&O-plein?

‘Veel mensen zullen het wel herkennen dat het hier behoorlijk heet kan worden. Het ligt wat ingesloten tussen gebouwen, er is weinig vegetatie en veel steen en grind. Ik heb hier de afgelopen jaren best veel barbecues en activiteiten gehad. De hitte, die kan je echt in het gezicht slaan. Met name op het bordes voor de Zilverling kwam het weleens voor dat verenigingen water over de tegels heen gooiden ter verkoeling. Je zag het meteen verdampen.’

Hoe ging je te werk?

‘Allereerst wilde ik mijn hypothese testen, dus keek ik aan de hand van satellietdata hoe de situatie op de campus was op drie verschillende dagen. Die werd bevestigd: het cluster onderwijsgebouwen – inclusief O&O-plein – en de boulevard bij de Bastille zijn de voornaamste hitte-hotspots. Vervolgens ging ik zelf veldgegevens verzamelen. Dat betekende wekenlang elke dag op drie momenten – om half 6 ’s ochtends, 2 uur ’s middags en 8 uur ’s avonds – een rondje maken via een vaste looproute met een trolley met daarop allemaal meetapparatuur.’

Hoe heet kan het worden op het O&O-plein?

‘Ik moet ietwat een marge aanhouden, want ik heb nog iets hoger gemeten. De tegels konden minimaal 60 graden Celsius worden, dat kan ik wel met enige zekerheid zeggen. Dat zijn temperaturen waarbij je bijvoorbeeld niet je hond moet uitlaten op zo’n plek.’

Kortom, het O&O-plein is dus ons eigen ‘urban heat island’?

‘In essentie is zo’n urban heat island het verschil tussen temperaturen in een stedelijke omgeving en die in een meer landelijk referentiegebied, dus het hangt af van hoe je ‘urban’ definieert. Als je Enschede als voorbeeld neemt, zouden de plekken die ik identificeerde technisch gezien geen stedelijk hitte-eiland zijn, want de campus ligt natuurlijk wat perifeer. Het is echter zeker een lokale hitte-hotspot op de campus.’

Heb je ook onderzocht hoe je die hitte kan tegengaan?

‘Uiteraard. Ik heb het basisscenario gepakt – dus de huidige situatie – en scenario’s na drie verschillende interventies: meer bomen, witte daken op de gebouwen rond het plein en de vergroening van de daken van die gebouwen. Die scenario’s toetste ik in simulatiesoftware aan de hand van de situatie op de warmste dag van vorig jaar, 2 juli.’

Wat kun je concluderen?

‘Meer vegetatie, met name bomen, dat werkt vaak het beste. Wetenschappelijk gezien luistert het natuurlijk nauw, dus ik moet een slag om de arm houden. Wat ik wel zag: meer bomen op het plein zelf hebben het grootste verkoelingseffect. Overigens verspreidde die verkoeling door de bomen zich niet over het gehele O&O-plein, die bleef beperkt tot het gebied rondom de bomen.’

Dus weg met het grind en de tegels. Bomen erin?

‘Ja en nee. Je moet bomen niet zien als shortcut naar een oplossing. Althans, als je er te veel bomen zou planten, kan je weer een omgekeerd effect krijgen: een gebrek aan ventilatie en een hogere luchtvochtigheid, waardoor de gevoelstemperatuur niet veel beter zal zijn dan nu. Maar, met de exacte omstandigheden van 2 juli vorig jaar, hadden enkele grote, schaduwrijke bomen op de grote grindvlakte bij die abstracte bankjes al zeker een verschil kunnen maken. Alleen al voor het plaatselijke effect.’

Heb je je bevindingen al gedeeld met Campus & Facility Management?

‘Nog niet, maar ik vind het geen slecht idee. Ik moet eerst mijn scriptie hierover nog verdedigen, op 29 juni. Wat voor interventies precies mogelijk zijn, dat is ook afhankelijk van afspraken met een architect bijvoorbeeld. En wellicht zit CFM zelf al aan interventies te denken, dat weet ik eigenlijk niet. Ik kan zeker niet concluderen dat ik nu een kant-en-klare oplossing heb gevonden. Ik ga dus een heel academisch antwoord geven. De impact is heel afhankelijk van de plek van implementatie. Dus hoe je het beste de hitte kan mitigeren op het O&O-plein, daarvoor is echt meer onderzoek nodig.’

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.