Analyse: EU komt sterker uit de crisis

| Redactie

9 mei is de Dag van Europa, de dag waarop in 1950 door de toenmalige Franse minister van buitenlandse zaken Robert Schuman een verklaring werd gepresenteerd die alom wordt gezien als het startsein voor het proces van Europese integratie. Voor veel Europeanen is 9 mei een dag als alle andere dagen, alleen voor Europese ambtenaren is het -sinds 1985- een officiële vrije dag …

Zondag 9 mei 2010 was de dag van (de redding van) de euro. Nadat eerder voor Griekenland een steunpakket aan leningen (onder voorwaarden en in gedeelten) in het leven werd geroepen, besloot de EU (in samenwerking met het IMF) tot een meer omvangrijk steunpakket voor andere in zwaar weer verkerende euro-landen.

Maar 9 mei 2010 was méér dan de dag van de euro. In de voorafgaande weken voorspelden doemdenkers het ergste. De EU-instellingen en -lidstaten zouden te verdeeld en te weinig krachtdadig zijn om hoofd te bieden aan deze crisis. Griekenland zou failliet gaan, gevolgd door Spanje en Portugal, de eurozone zou uiteenspatten en in het verlengde daarvan zou de EU uiteenvallen. Niets bleek minder waar.

Zo is duidelijk geworden dat de EU wel degelijk in staat is tot adequaat crisismanagement, ondanks de complexiteit van de Europese politieke arena. In enkele dagen tijd moest gezamenlijk besluitvorming plaatsvinden door de Europese Commissie, door 27 lidstaten met 27 regeringsleiders en 27 nationale parlementen, door de Europese Centrale Bank, door nationale centrale banken en door het IMF, en dat is gelukt. Het pakket bleek bovendien effectief; de ergste onrust op de financiële markten is weggenomen.

Bovendien lijkt, ook nu de grootste euforie over het steunpakket is weggeëbd, de bereidheid groot om de onderliggende oorzaken van de eurocrisis aan te pakken.

Een eerste oorzaak is het onvoldoende afdwingen van naleving van het Stabiliteits- en Groeipact dat grenzen stelt aan begrotingstekorten van eurolanden. Al vanaf het begin van de monetaire unie hebben economen er op gewezen dat een gezamenlijke munt met een centraal monetair beleid zich niet laat combineren met te vrijblijvende coördinatie van nationaal begrotingsbeleid. Over de aard van de sancties voor landen met een te hoog tekort (te denken valt aan het achterhouden van subsidies of het opschorten van stemrecht) verschillen de meningen, maar de oplossingsrichting (bindende sancties) ligt vast.

Een tweede oorzaak betreft de verschillen in economische prestaties en concurrentiekracht tussen de noordelijke en de zuidelijke EU-lidstaten. De crisis heeft de zuidelijke lidstaten met de neus op de feiten gedrukt. Zij zullen nu echt moeten overgaan tot economische en institutionele hervormingen.

Ten derde is duidelijk dat het huidige steunpakket een ad hoc oplossing is die een flinke wissel trekt op de lidstaten en op de Europese Centrale Bank. Het ontbreken van een -van te voren vastgelegde- oplossing (wat doen we met een euroland dat geen vertrouwen meer geniet van de financiële markten?) heeft de crisis zonder meer mede in de hand gewerkt. De nu in allerijl gekozen oplossing is bovendien relatief gevaarlijk omdat de lidstaten (door het uitgeven van leningen en garanties) en de ECB (door het opkopen van in waarde gedaalde staatsobligaties) nu direct risico lopen. Vandaar dat er in Brussel (en daarbuiten) wordt gepleit voor het instellen van een permanent Europees Monetair Fonds.

Kortom, de eurocrisis vormt zeker niet het einde van de euro of van de EU. De EU is, zestig jaar na Schuman's verklaring, juist sterker uit deze crisis te voorschijn gekomen.

De auteur is hoogleraar European Economic Governance, faculteit MB

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.