Promovendi hebben een tamelijk rooskleurig beeld van hun toekomst. Zo rooskleurig dat het tragisch wordt, vindt het Promovendi Netwerk Nederland, want het aantal beschikbare banen is uiterst gering.
Twee op de drie promovendi willen na hun promotie graag een postdoc-plaats aan de universiteit. Eén op de vijf ambieert een baan als docent. Meer dan tweederde schat de kans dat dit lukt hoog in.
Dit blijkt uit een omvangrijke enquête van het onderzoeksbureau Research voor Beleid in opdracht van het Promovendi Netwerk Nederland. Voor het eerst is een grote groep promovendi en postdocs gevraagd naar hun tevredenheid, wensen en inschattingen rond hun loopbaan.
De ene promovendus is de andere niet. Die aan de technische universiteiten hebben iets minder vaak een academische carrière voor ogen. Een baan in het bedrijfsleven lijkt ze ook wel wat. Hetzelfde geldt - hoewel iets minder sterk - voor promovendi van Wageningen Universiteit. Maar de overgrote meerderheid wil nog altijd binnen de muren van de universiteit aan de slag.
Tragisch, vindt Derek Jan Fikkers van het Promovendi Netwerk Nederland. `Er zijn nog steeds heel weinig plaatsen. Voor ongeveer tachtig procent van de promovendi is het gewoon niet weggelegd. Dat moeten ze wel weten, vinden wij. De meeste promovendi kunnen al geen postdocplaats uit het vuur slepen, laat staan dat ze een vaste baan krijgen. Ze zitten feitelijk op een doodlopend pad als ze aan de universiteit willen blijven.'
Dit besef blijkt ver te zoeken. Een derde van de promovendi wil graag hoogleraar worden. Van hen noemt twaalf procent zijn kansen `groot'. Iets meer dan een derde vindt universitair docent of hoofddocent goed genoeg. Respectievelijk 43 en 35 procent van hen denkt dat ze zo'n functie kunnen bemachtigen.
Opmerkelijk genoeg zien de promovendi wel degelijk hoe klein hun kansen zijn in hun huidige werkomgeving: bijna de helft van de promovendi is ontevreden over de loopbaanmogelijkheden bij hun werkgever. Slechts een zevende is daar juist tevreden over.
Ze slaan kennelijk aan het fantaseren zodra ze vacatures voor andere functies lezen. Meer dan de helft `houdt de arbeidsmarkt in de gaten' of is `actief op zoek' naar een nieuwe baan. Meer dan de helft heeft wel eens vacatures bekeken en meer dan een derde is van plan om dat te doen.
Maar vraag ze niet of ze een cursus loopbaanoriëntatie willen volgen. Slechts acht procent heeft dat gedaan en bijna drie op de vijf zegt dat helemaal niet van plan te zijn. Ze bedanken ook voor individueel loopbaanadvies. En zeventig procent piekert er niet over om een korte stage buiten de universiteit te lopen. Tweederde wil geen sollicitatietraining.
Fikkers wil zulke trainingen niet verplicht stellen. `Dat is ieders eigen verantwoordelijkheid.' Maar hij wil wel dat universiteiten zich meer om de promovendi bekommeren. `Het is hun morele plicht om op de geringe carrièremogelijkheden te wijzen, zeker nu ze de promotieplekken steeds vaker als `opleiding' gaan betitelen.'