Pakkerij viert eerste lustrum

| Redactie

De Pakkerij bestaat vijf jaar. Anders gezegd: al vijf jaar lang delen vier totaal verschillende gezelligheidsverenigingen dezelfde voordeur. Audentis, Taste, Aegee en Alpha zijn geen vrienden, maar wel goede buren. Het experiment aan de Markt is even Drienerloos als on-Drienerloos.

Het Enschedese studentenleven is een vat vol tegenstellingen. Maar wel een gezellig vat. Woensdagavond, 6 juni, Pakkerijlustrumfeest: wie van paradoxen houdt, kan vanavond zijn lol op. Dit is zo'n gelegenheid waarbij alle schijnbare tegenstellingen worden opgelost. Te beginnen met die paradoxale Pakkerij zelf.

Het majestueuze pand aan de Oude Markt herbergt sinds 1996 vier totaal verschillende studentengezelligheidsverenigingen, een vreedzame coëxistentie die geen enkele andere Nederlandse studentenstad kent. In klassieke universiteitssteden resideren de verschillende verenigingen minimaal op schootsafstand. Als ze elkaar al opzoeken, dan is het om met geweld de pikorde vast te stellen.

Alpha, Audentis, Taste en Aegee zijn daarentegen goede buren. Om dat te illustreren staan deze avond, zoals wel vaker, de sluizen open. En dan is het feest, voor iedereen, door het hele gebouw heen, inclusief het niemandsland van de trappenhuizen. Leden, niet-leden en universiteitsmedewerkers stommelen van de ene sociëteit naar de andere.

Van het doorgaans besloten karakter van de afzonderlijke clubs valt op een avond als deze weinig te merken: alweer een exclusief Twents fenomeen. Van de sterke verzuiling die het studentenleven in steden als Groningen, Amsterdam en Utrecht kenmerkt, is in het kleine Enschede nauwelijks sprake.

Vergelijk Enschede met Utrecht: de Domstad telt vier grote gezelligheidsverenigingen, Unitas, Veritas, damescorps UVSV en herencorps USC, elk gemiddeld duizend leden groot. Wie lid is van de één, gaat niet om met leden van de ander. Hij kent ze niet, komt ze niet tegen, laat staan dat hij bij ze over de sociëteitsvloer komt.

In Enschede bereikt de ontzuiling vanavond ongekende hoogten. Want behalve een Pakkerijaangelegenheid is dit lustrumfeest ook nog eens een Student-Unionfeest. En van de Student Union zijn alle studenten lid, stad of campus. En dus is de Pakkerij voor eventjes van iedereen. Dat levert interessante crossovers op.

Half één 's nachts: U-raadpartij UReka, die wortelt in zowel de Pakkerij als in de Student Union, grijpt de gelegenheid aan om campagne te voeren. Verkiesbare leden doorkruisen de Pakkerij met vaatjes bier op hun rug, potentiële kiezers trakterend op gratis drank en een UReka-button. In Antigoon, de sociëteit van Taste, staat rector magnificus Frans van Vught, omgeven door een jonge garde van beleidsmedewerkers en voorlichters. Op z'n bloesje prijkt een UReka-button.

Niet veel later melden zich twee in CaBaal-T-shirts gehulde campusbewoners. Het blijken de partijvoorzitter en z'n lijsttrekker. Ze maken bezwaar tegen de button op het bloesje van de rector. Tegelijkertijd loopt CenT-man Jeroen de Kok binnen, manager Onderwijs Marketing. Hij komt even naar z'n 'scholiertjes' kijken: op Pakkerij-initiatief hebben vandaag vijftig vwo-scholieren een Enschedese kamerkijkdag afgewerkt. Ook zij wandelen door het gebouw.

Kolchoz

Ontzuild dus. Hoewel er van échte verzuiling nooit sprake is geweest in Enschede. Of misschien: heel kort. De toenmalige Technische Hogeschool Twente (THT) had met zijn centralistische campusgedachte lange tijd meer weg van een kolchoz, dan van een op allerlei niveaus verkokerde klassieke universiteit als die van Utrecht.

Het beeld van de kolchoz spreekt Bas van den Heuvel wel aan. 'Midden jaren tachtig hing hier inderdaad een beetje een oostbloksfeertje', herinnert hij zich. Van de Heuvel is een van de oprichters van ASV Taste, eind jaren tachtig. 'Hoewel het vroeger erger geweest schijnt te zijn, wilde de universiteit ook toen nog dat het complete studentenleven zich op de campus afspeelde. Van studeren en wonen, eten en drinken, tot en met sport en ontspanning.

'Dus was er van elke faciliteit precies één. Je had één bar, de Vestingbar. Je kon op één plek eten: in de mensa. Er was één voetbalclub, één tafeltennisclub, één korfbalvereniging.' En volgens Van den Heuvel was er de Campusbeheerders veel aan gelegen om dat zo te houden. 'Een snackbar erbij? Dat kon niet.'

Laat staan een hele studentenvereniging. Als middelbare scholier in Delft aanschouwt Van den Heuvel van een afstandje het studentenleven aldaar. 'Veel vrijer en studentikozer dan wat ik in Twente aantrof', zegt hij. In z'n tweede campusjaar richt hij, samen met wat vrienden, de SAT op, de Stichting studenten-Activiteiten Twente. Uit die club vloeit in 1988 Taste voort.

Voor even borrelt Taste in de Kelderbar. Al snel vraagt de honderdkoppige, jonge vereniging om een eigen hok op de campus. Van den Heuvel: 'Kon niet. Huren dan? Mocht niet. Bouwen? Uitgesloten. Toen heeft Taste zijn conclusies getrokken en is uitgeweken naar de stad. We vonden een sociteit boven discotheek La Conga, prachtig aan de Oude Markt.'

Noem het de opkomst van Enschede-studentenstad. Het Drienerloos Studenten Corps Cheiron, tot dan toe een buitenbeentje, zit al jaren in een eigen sociëteit aan de Walstraat. Eind jaren tachtig krijgt het zelfbenoemde corps gezelschap van Taste, terwijl ongeveer tegelijkertijd Drienerloos Jaarclub Convent Rossinant uit het ei kruipt en met honderdvijftig man in sociëteit De Tor begint samen te komen.

Qua studentenleven krijgt de kolchoz trekken van een gewone Nederlandse universiteit. Tastelid Van den Heuvel, die zich tevens in blijft zetten voor het SAT, merkt begin jaren negentig dat de studentenpopulatie aan het verkokeren is. 'Sinds 1987 organiseerde het SAT het grote studentenfeest tijdens de universiteitsdies. Jarenlang was dat echt een campushappening. Alles en iedereen kwam.

'In 1991 proefde je een verandering. Je merkte dat de stadse student zich niet meer aangesproken voelde.' Enige jaren later deinst Audentis er niet voor terug om haar diesgala te organiseren tijdens de nacht van de Batavierenrace. Van den Heuvel: 'Dat was vroeger ondenkbaar geweest.

bouwvoorbereidingen

Zuilen, maar kleintjes. In 1992 wordt Ben Veltman collegevoorzitter in Twente. De oud-rector magnificus van de TU Delft snuffelt aan de campus en denkt er het zijne van. Veltman: 'Ik signaleerde een flinke introvertie. De campus was in zichzelf gekeerd. Het type studentenleven dat ik kende uit Delft en andere steden, had zich in Twente nauwelijks ontwikkeld.'

Veltman wil een voorziening in de stad. Al in zijn eerste maand begint hij erover. Het verhaal wil dat de collegevoorzitter zich in UT-Nieuws beklaagt over zijn bestuurskamer die maar niet geverfd wordt. Daags later melden zich in de bestuursvleugel een stel Tastestudenten met verfblikken en rollers. Veltman is blij en filosofeert over één grote sociëteit in destad.

Niet lang daarna komt de Oude Markt 24 in beeld, het riante bedrijfspand van Polaroid. De film- en fotopapierproducent verhuist naar een moderner onderkomen aan de singel, de gemeente koopt het gebouw terug. Veltman is er als de kippen bij: dit kan de ideale sociëteit worden. Nog voor hij de studentenverenigingen in de stad polst, heeft de Universiteit Twente zich als potentiële koper gemeld.

Het kost Veltman nog anderhalf jaar om het pand in bezit te krijgen. Behalve het overtroeven van andere kapers - waaronder de Bijenkorf - moeten burgemeester en wethouders instemmen met het plan. Veltman: 'Het was de periode dat Enschede zich actief begon te profileren als studentenstad. Ik kon ze makkelijk overtuigen dat een echt studentenbolwerk daarbij hoort.'

De gemeente wijzigt het bestemmingsplan, schrijft een bouwvergunning uit, en doet het pand in 1995 voor zeven ton van de hand. De bijbehorende winkelruimte wordt later verkocht aan een lampenhandel - naar verluidt voor zeshonderdduizend gulden. Grolsch koopt de beschikbare grand café-ruimte, en opent er later de Beiaard.

De Oudemarkthoreca ziet aanvankelijk een bedreiging in de studentensociteit. Veltman argumenteert dat de cafés en restaurants in plaats van broodroof op extra aanloop moeten rekenen. 'Maar de bierprijzen', sputteren de caféhouders tegen, 'daar moet iets aan veranderen.' Veltman, in inmiddels historische bewoording: 'Inderdaad, ik vind het bier op dit plein al jaren veel te duur.'

De zaak wordt afgehamerd op gelijkluidende bierprijzen, alleen mogen de studentenverenigingen grotere glazen gebruiken. Een neringdoende met een Chinese toko blijft als laatste winkelier moeilijk doen. 'Die heeft nog een rechtzaak aangespannen', lacht Veltman. 'De universiteit heeft hem toen maar wat vriendendiensten bewezen.'

De verenigingen tonen zich inmiddels enthousiast. Rossinant en Cheiron praten datzelfde jaar over een fusie. In 1996 zullen ze als Audentis hun intrek nemen in de opengewerkte bovenste twee verdiepingen. Taste krijgt de sociëteit met kantoorruimte boven de Beiaard. Achterin op de begane grond vestigt zich Aegee, de in Europees verband georganiseerde studentenvereniging. Aegee afdeling Enschede gaat de boeken in als de eerste Aegeevestiging met een eigen sociëteit.

De nok van het gebouw is bestemd voor Alpha. In eerste instantie haakt de kleine christelijke vereniging af. De ALV spreekt zich uit tegen de verhuizing, omdat de ongeveer veertig leden niet garant kunnen staan voor de huursom. Het college van bestuur treft een regeling: boven de vijftigledengrens betaalt Alpha de hele som, onder die grens mag naar rato worden afgerekend.

De zomer van 1996 staat in het teken van de verbouwing, kosten: 1,7 miljoen. Nog voor de U-raad en de Raad voor de Campusvoorzieningen hebben ingestemd, staat het pand al in de steigers.' Veltman: 'Klopt. Maar ik noem dat liever de bouwvoorbereidingen.' Vrijwel het hele binnenwerk van het pand gaat eruit. De verenigingen zelf verspijkeren de kale ruimtes tot de sociëteiten die het tot op de avond van vandaag zijn.

Veel wijst erop dat het experiment aan de Oude Markt geslaagd is. Alle verenigingen hebben hun huurcontracten verlengd, in het geruchtencircuit is zelfs sprake van de bouw van een disco. De komst van de Student Union heeft de kloof tussen stad en campus tot overbrugbare proporties teruggebracht.

Uiteraard ontving Veltman een uitnodiging voor het lustrum. 'Helaas zat ik vorige week in het buitenland', zegt hij. 'Maar het project heeft zich bewezen, geloof ik. Daar ben ik erg blij om.' Is hij nooit bang geweest dat de vier verenigingen elkaar d'ruit zouden knokken? 'De animositeit die je onder clubs in andere steden ziet, past niet bij Enschede. Dat heb ikaltijd voorvoeld. In Twente zijn ze vriendelijker.'