‘We stonden ons mannetje’

| Jelle Posthuma

Elke week strijden UT’ers om de overwinning. Soms op topniveau, soms in de kelderklasse en alles daartussen. In deze ‘wedstrijd van de week’ de Slapping Studs, de ijshockeyvereniging van de UT.

Photo by: Gijs van Ouwerkerk - Archieffoto uit 2014

De Slapping Studs speelden afgelopen zondag hun tweede wedstrijd van het seizoen. In Alkmaar verloor het team met 8-11 van de Alcmaria Flames. Teamlid David den Boer vertelt over de wedstrijd.

Hoe is de wedstrijd verlopen?

‘Ondanks de nederlaag redelijk goed. Alcmaria is best een sterke tegenstander. Dat wisten we van tevoren. Toch ging het tijdens de wedstrijd gelijk op. Het scoreverloop bleef tot vlak voor het einde in evenwicht. Pas in de laatste minuten zakten we in.’

Tevreden over je eigen spel?

‘Jawel. Normaal zit ik in het eerste team van de Slapping Studs, het studententeam. Dit keer deed ik mee met het tweede, dat in de vijfde divisie uitkomt, want we mogen onderling onbeperkt spelers uitwisselen. Ik speelde left winger. Op de flank. Maar ik stond af en toe ook in het centrum. Er deden veel nieuwe spelers mee, die elkaar al goed wisten te vinden. Vooral voorin gebeurden er mooie dingen.’

Is ijshockey een grote sport in Nederland?

‘Nee, het is zelfs een vrij kleine sport. We moeten altijd een flink eind reizen voor de uitwedstrijden. Ik doe het zelf al van jongs af aan. Ik woonde dichtbij de ijsbaan, dus dat was een groot voordeel. IJshockey sprak mij op de een of andere manier altijd aan.’ 

Hoe doen jullie het in de competitie?

‘Het was nog maar de tweede wedstrijd, dus dat is nog even afwachten. De eerste wedstrijd tegen Leiden hebben we wel gewonnen met 7-6. Vorig seizoen waren we laatste in de competitie. Mijn voorspelling is dat we nu hoger gaan eindigen.’

IJshockey is behoorlijk fysiek. Gisteravond ook?

‘In onze competitie zijn bodychecks niet toegestaan, vanwege het grote niveauverschil. Er staat soms iemand van 125 kilo tegenover iemand van een kilootje of 70. Als die mekaar gaan beuken, is dat ronduit gevaarlijk. Maar het kan er alsnog hard aan toe gaan, hoor. Gisteravond ook. Er was zelfs nog een klein opstootje. Alkmaar had een paar heethoofden, dus moesten wij er ook tegenaan. Gelukkig stonden we ons mannetje.’

En na de wedstrijd nog een derde helft?

‘Zeker. Na de wedstrijd hebben we ons als de wiedeweerga omgekleed, zodat we de formule 1 konden zien. Uiteindelijk zijn we met wat biertjes in de McDonald’s beland, waar we Max Verstappen konden bewonderen. Zo’n derde helft is goed voor de teamgeest. Dat doen we altijd, of we nou winnen of verliezen.’