De Tien Geboden

'Er zat al vroeg een virus in me om te reizen’

| Rik Visschedijk

Collegevoorzitter Victor van der Chijs vocht zich vrij van het gelovige Ommen en studeerde in het rauwe Amsterdam van de jaren ’80. Hij vindt het afschaffen van de basisbeurs een vergissing, want hij ziet graag dat studenten ruimte krijgen om zich te ontwikkelen.

tien geboden

In deze serie interviewt U-Today verschillende UT’ers over hun werk, leven, passies en twijfels. Dit losjes en associërend aan de hand van de tien geboden, de leefregels die God via Mozes aan de mensheid gaf.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

‘Ik groeide op in Ommen in een tijd dat het stadje nog volledig verzuild was. Daar ging ik naar de protestant-christelijke basisschool. Met kinderen van de katholieke school ga je niet om, luidde het credo. Het was een normatieve omgeving. Iedere dag werd uit de bijbel voorgelezen en ik leerde verplicht psalmen en gezangen uit mijn hoofd. School was een contrast met thuis. Mijn ouders, beiden inmiddels overleden, waren juist heel vrij. Mijn vader werkte als districtsdirecteur Oost voor Nederland van 1845, de voorloper van Nationale-Nederlanden.’

‘Toch vonden mijn ouders die school de beste in Ommen. Ik heb er geen trauma aan overgehouden, hoor. Maar het voedde mijn drang om uit die homogene cultuur te breken. Er zat al vroeg een virus in me om te reizen, andere culturen te zien en vooral te beleven. In het buitenland pik ik meteen een lokale krant op. Wat speelt hier? Dat helpt om je gesprekspartners beter te begrijpen. Voor we echt zaken doen, doorzie ik graag het land, de gewoontes en de mores.’

II Gij zult u geen gesneden beeld ­maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat ­beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

‘Ben je katholiek of asociaal, was een veelgestelde vraag in Ommen. Katholiek zeker niet, was mijn antwoord. De tien geboden zitten bepaald niet in mijn DNA en met een gebod als deze tweede heb ik niet veel. Je mond moeten houden en doen wat gezegd wordt, is contraproductief. Ik wil mijn zonen van 14 en 12 jaar het tegenovergestelde meegeven. We praten veel, discussiëren eigenlijk. Ik ben gescheiden, maar zie ze regelmatig. Om het weekeinde, maar ook doordeweeks. Ze wonen deels bij hun moeder in Aerdenhout, net onder Haarlem. Ik heb een huis op fietsafstand in Heemstede, een tweede huis staat in Friesland. Mijn personal assistant, Marije, zorgt dat dat ik mijn kids één of twee avonden in de week zie.’

‘Ik wil ze leren om bewust in het leven te staan. In zware woorden: de mensheid staat voor grote uitdagingen. Klimaatverandering, je water footprint, de desinformatie via social media. Ik neem de jongens regelmatig mee naar de campus om dat vuurtje aan te wakkeren. En dat werkt, ik hoef ze eigenlijk niet te motiveren. Het is mooi om te zien dat ze nieuwsgierig zijn. Ze zijn geen boekenwurmen, maar het vwo kunnen ze goed aan.’

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

‘Studeren in Amsterdam was een bevrijding. Ik deed rechten en later internationale betrekkingen. Het contrast met het conservatieve Ommen, met haar impliciete en expliciete leefregels, kon niet groter zijn. Het was de tijd van de krakersrellen, begin jaren ’80. Een beetje vergelijkbaar met de gele hesjes nu. Mensen komen vanuit ideële motieven in opstand tegen het establishment, maar dat ontaardt al snel in geweld, plundering en anarchie. ‘Uw wetten zijn de mijne niet’, was een bekende krakersleus. Daar denk je als rechtenstudent wel even over na. Ik vond het een gevaarlijke uitspraak.’

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de ­zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

‘Met rust nemen heb ik niets, behalve als de jongens bij mij zijn. Tijdens mijn studie had ik eindeloos veel baantjes: horeca, bewaking, freelance journalistiek, noem maar op. Het was geen noodzaak, want we hadden het breed genoeg in het ouderlijk huis. Toen ik zelf genoeg verdiende, belde ik m’n vader: stop maar even met geld overmaken. Daarna was het logisch dat ik zelf m’n kostje bij elkaar verdiende. Het was af en toe sappelen, de maand duurde dan langer dan de financiën. Maar dat lag ook aan mezelf, er ging veel op aan het reisvirus.’

‘Amsterdam was destijds een heel andere stad dan nu. Rauw, arm en vervuild. Er was veel drugsoverlast. Het was romantisch om er te studeren. Ik probeerde er een stickie en spacecake, maar vond er niets aan. Een beetje feesten deed ik graag. Die vrijheid, om te reizen en te ontdekken, gun ik de student van vandaag ook.’

(tekst loopt door onder de foto)

V Eer uw vader en uw moeder

‘Mijn jeugd was harmonieus, ondanks de verzuilde maatschappij. Dat wil ik ook voor mijn kinderen. Het is bijzonder om te zien dat de huidige generatie studenten veel serieuzer is. Zo hebben ze een afkeer van roken en mijn oudste heeft totaal geen belangstelling voor alcohol. Misschien is het cultureel. Als mijn zoon een uur niet op school is, krijg ik een melding. Het idee is dat ik dan in gesprek ga. Dat probeer ik dan maar open te doen. Want joh, de pubertijd is toch ook het moment om de grenzen een beetje op te zoeken.’

‘Mijn ouders zijn overleden. Daarna is het gezin los zand geworden. We zien elkaar nauwelijks, twee zussen wonen in Australië. Ik had vier broers, twee zijn overleden. Het reisvirus zit in de familie en dat combineert slecht met een hechte band. Eén broer woont trouwens weer in Ommen, toch zie ik hem nauwelijks. Ik huurde tot twee jaar geleden een campuswoning om het reizen te beperken, maar Theo Toonen, decaan bij BMS, had in zijn arbeidsvoorwaarden laten opnemen dat ‘ie wel in Twente kon wonen. Ik heb hem mijn sleutels gegeven.’

VI Gij zult niet doodslaan

‘Hieronder versta ik: leg geen restricties op. Geef mensen de vrijheid om zich te ontwikkelen en hun hart te volgen, zeker studenten. We leiden de toekomstige elite op, van bestuurders tot managers in het bedrijfsleven. Ik vind het belangrijk dat ze zich breed ontwikkelen en weten wat er in de wereld speelt. Dat is misschien mijn afkeer van de verzuiling waarin ik opgroeide. Beleef juist andere culturen, daar word je wijzer van. Dat geldt ook op kleinere schaal. Ik ben voorstander van maatschappelijke dienstplicht. Buiten je zuil stappen en werken met andere mensen, daar word je rijker van.’

VII Gij zult niet echtbreken

‘Ik ben negen jaar geleden gescheiden. Ik roep uiteraard niet op om buiten het huwelijk te kijken. Maar als je echtbreken meer figuurlijk benadert, dan kun je zeggen dat echtbreken een zegen is. Toon ambitie, wees niet per se gelukkig met wat je hebt.’

‘Ik heb op veel verschillende plekken gewoond. Vier jaar in Hong Kong, toen ik bij ING werkte, in een bijzondere tijd. Het was de bestuurlijke overgang van het Verenigd Koningrijk naar China. Het is fascinerend om zo’n historisch moment van dichtbij mee te maken. Mijn hart heb ik later verloren aan New York waar ik begin twintigste eeuw in Manhattan woonde toen ik bij Schiphol werkte. Wat een stad is dat!’

‘Die geslaagde smeltkroes van culturen, het ritme. Manhattan is een plek waar iedereen samenkomt, eigenlijk heeft niemand daar zijn roots. Dat maakt je lotgenoten. Iedereen doet z’n eigen ding, maar wel een beetje samen. Ik liep daar de marathon, het ene moment ren je door een wijk vol chassidische joden, compleet met hoeden en pijpenkrullen. Dan door de gekleurde Bronx, waar de levenslust en de muziek door de staten galmen. Tot voor kort was New York dé plek waar de wereld samenkomt en waar ik graag naar terugkeerde. Ik zie met lede ogen aan hoe die geslaagde smeltkroes afbrokkelt onder Trump.’

VIII Gij zult niet stelen

‘Mijn studietijd was lang, zeven en een half jaar. Daar zat een postdoc bij. En na afloop had ik nul schuld. De studenten van nu zijn niet te benijden, we leggen zoveel druk op ze. Ze moeten nominaal studeren en als beloning ligt een schuld van dertig tot vijftig mille op de eindstreep en dat in een arbeidsmarkt die compleet geflexibiliseerd is. Vind je het gek dat ze tot hun achtentwintigste thuis blijven wonen? Als het aan mij ligt, gaat dat systeem weer op de schop. Het afschaffen van de basisbeurs is een vergissing.’

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

‘Natuurlijk wil ik mijn kinderen niet bang maken, maar ik wil ze wel bewust maken van de onomkeerbare dingen die we de wereld aandoen. Ik las onlangs een opinieartikel in de Financial Times: het antwoord op klimaatverandering moet van wetenschap, technologie en engineering komen. En niet van politici. Dat geloof ik ook. De oplossingen komen van experts, mensen die iets radicaal nieuws bedenken.’

‘Politici zijn nodig, maar ik zie ze meer als makelaar tussen samenleving en wetenschap. De politiek moet nog in die rol groeien. Als je kijkt naar het klimaatakkoord, dan zie je dat partijen zich in de eigen loopgraven terugtrekken. En het is moeilijk om burgers te vertellen: het moet allemaal veel minder als ze niet echt overtuigd zijn het lot van de wereld vorm te geven. We ontkomen er niet aan om minder te vliegen en minder vlees te eten.’

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

‘Als universiteit zitten we gevangen in het systeem. We willen allemaal het hoogst op de rankings staan. Maar eigenlijk past dat helemaal niet bij het DNA van de UT. Wij zijn een unieke universiteit, nauw verbonden met de maatschappij. Zowel regionaal, nationaal als internationaal. Misschien moeten we niet meedoen aan die ratrace. Laten we ons richten op waar we goed in zijn. De UT is een speler in verschillende nichemarkten, verbonden door maatschappelijke relevantie en de uitdagingen van deze tijd. We zijn nu aan het nadenken over onze nieuwe strategie, de opvolger van Vision 2020. Ik kan me voorstellen dat we ons nog sterker op die maatschappelijk rol richten.’

‘Uit zo’n systeem stap je natuurlijk niet zomaar. Er zijn heel wat hoogleraren die het niet zien zitten, zij hebben veel citaties en doen mee met de wereldtop. Toch gun ik onze universiteit zo’n discussie. De wereld verandert in rap tempo en we moeten een stevig antwoord vinden op toenemende concurrentie, een snel veranderende arbeidsmarkt en verdere digitalisering.’

‘Die verantwoordelijkheid wil ik nemen en misschien moet dat deels met een heel ander systeem. Want die verzuiling waar we inzitten, werkt contraproductief. Dat geldt voor een organisatie niet minder dan een individu.’