'Trots op het studentenleven dat wij opbouwden'

| Maaike Platvoet

Ze zijn nu rond de zestig jaar, studeerden in de jaren tachtig aan de UT en verloren elkaar nooit uit het oog. De tien oprichters van jaarclub Rossinant keren zaterdag terug naar Enschede om hun veertigjarig jubileum te vieren. ‘We delen een bijzondere basis met elkaar.’

In de jaren tachtig stelde het studentenleven van Enschede nog niet zoveel voor. Dat veranderde met de oprichting van jaarclub Rossinant. ‘Founding fathers’ Menno van den Bosch en Robert-Jan Vermeulen vertellen hoe hun club de basis legde van het studentenleven in Enschede.

Hoe ervaarden jullie die jaren als student?

Vermeulen: ‘Wij zijn van de lichting ‘85/’86 en misten contact met jaargenoten van andere studierichtingen. Met Cheiron hadden we niet zoveel. Leuke mensen die leden, maar niet degenen die het voor het zeggen hadden. We vermaakten ons wel hoor in dat jaar, vooral bij de Drienerlose Hockey Club was veel gezelligheid. Daar werd ik dan ook meteen lid van. Maar gezelligheid in de stad, dat ontbrak. Op een gegeven moment zat ik te borrelen met wat jaargenoten en besloten we onze eigen jaarclub op te richten. Ter plekke maakten we een lijstje met namen aan. Die tien jongens – onder wie wijzelf – nodigden we uit voor een kennismaking in de toenmalige kegelbar, onderin de Bastille.’

Van den Bosch: ‘De kern studeerde vooral bedrijfs- en bestuurskunde, maar er zaten ook werktuigbouwkunde-, chemie- en natuurkundejongens bij. Met elkaar deden we heel leuke dingen, vooral op bezoek gaan bij andere jaarclubs in het land en naar studentikoze feesten. We lunchten elke dinsdag samen in de Mensa.’

Vermeulen: ‘In de loop van 1986 was onze oprichting een feit. Menno vond een kartonnen papiertje en daar zetten we onze handtekening op. Dat kartonnetje heeft hij nog steeds. In de zomer van ’86 ontstond het idee om een doegroep op te richten, en daaruit vloeide weer een volgende jaarclub voort. En dus gaven wij onze jaarclubbokaal – een leeg fust bier – door. Uiteraard vierden we dat met een borreltje. Ook organiseerden we een paar borrels in de tuin van huize Patatras en nodigden daarbij andere huizen uit. Het jaar erop volgden weer nieuwe jaarclubs en ook voor het eerst ook een vrouwenjaarclub. Als welkomstcadeau gingen wij voor de dames naar de sloop en deden ze een trekhaak cadeau. Nee, dat zou echt niet meer kunnen nu.’

Kortom, Rossinant legde een stevige basis voor een bruisend studentenleven in Enschede?

Van den Bosch: ‘Uiteindelijk was er sprake van een mannetje of 150. Het hele jaarclubcollectief is toen bij elkaar gestopt in DJC Rossinant, oftewel het Drienerloos Jaarclub Convent Rossinant. Wij hielpen op afstand nog wel een beetje mee.’

Vermeulen: ‘Ik vloog zelf uit in 1991. Op initiatief van de voorzitter van het college van bestuur – en later rector – Frans van Vught werd de Pakkerij aan de Oude Markt aangekocht. Die man vond het studentenleven erg belangrijk, en eiste uiteindelijk ook – als ze een plekje wilden in de Pakkerij – dat er een fusie kwam tussen Cheiron en Rossinant. Zo ontstond in 1996 Audentis, dat natuurlijk wel de twee grootste verdiepingen kreeg in de Pakkerij.’

Hoe hecht is de band van jullie tienen na al die jaren?

Vermeulen: ‘Er is onderling altijd contact gebleven, maar als groep waren we voor het laatst 35 jaar geleden bij elkaar. Veel van ons woonden in studentenhuizen als Pip, W6 en Patatras. Velen waren tevens lid van College Cnødde en met een dispuut is de band vaak sterker. Ook qua interesses en hobby’s. Ik doe nog altijd een zeilweekendje met mensen van toen – en de vrouwen erbij – uit Enschede.’

Van den Bosch: ‘Contact was er altijd. Zo zie ik Hans Steensma zakelijk nog regelmatig. De toenmalige rector zei destijds dat die jaren dat je studeert bepalend zijn voor de rest van je leven. Ik denk dat dat klopt. Soms kom je mensen tegen van toen en dan is er heel snel die herkenning: ‘Oh, weet je nog?’ Dan maken we weer dezelfde grappen, of we hebben het over vriendinnetjes van vroeger.’

Vermeulen: ‘Nu de kinderen het huis uit zijn is er meer ruimte ontstaan voor contact met oude vrienden. Even naar Utrecht voor een biertje met een oud-studiegenoot, dat kan nu weer.’

Van den Bosch: ‘Bijzonder is dat iedereen van onze groep heel divers terecht is gekomen. De een op een ministerie, de andere renteniert of runt een eigen bedrijf. Iedereen vult zijn leven anders in, maar we zaten allemaal in diezelfde jaarclub en delen daardoor een bijzondere basis met elkaar.’

Wat is jullie het meest bijgebleven uit die tijd?

Van den Bosch: ‘De vele uitjes, zoals een rugbytoernooi in Nijmegen. En natuurlijk met de grote bus naar Parijs als jaarclubuitje. Dat werd vaste traditie, we gingen uiteindelijk meerdere keren naar de Franse hoofdstad. Maar ik ben ook trots dat hetgeen wij opbouwden in onze studententijd altijd is blijven voorbestaan.’

Hoe vieren jullie de reünie aanstaande zaterdag?

Vermeulen: ‘We beginnen met een bezoekje aan hofleverancier Grolsch, daar sluiten we natuurlijk af met een proeverij. Dan richting het centrum van Enschede om te borrelen in de Kater, een hapje eten, en om 19 uur is er een ontvangst door de praeses van Audentis in de Pakkerij.’

Van den Bosch: ‘Als founding fathers willen we iets overhandigen aan het huidige bestuur, daarover kunnen we nu nog niets verklappen. Maar het wordt wel hoog tijd dat er iets van ons aan die muur komt te hangen op de sociëteit.’

Hoe ontstond Audentis?

In navolging van jaarclub Rossinant volgde in 1986 de volgende jaarclub, in 1987 waren er al twee jaarclubs en de eerste vrouwen jaarclub. Zo groeide dit eind jaren tachtig uit tot meer dan 150 studenten binnen zo’n twintig verschillende jaarclubs. In 1991 zijn al deze jaarclubs formeel verenigd in het Drienerloos Jaarclub Convent Rossinant (DJC Rossinant), vernoemd naar de eerste onafhankelijke jaarclub uit 1985/1986. In 1996 fuseerde DJC Rossinant met Drienerloos Studenten Corps Cheiron tot het huidige Audentis.

 

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.