Hoe ziet je werk als beveiliger eruit?
‘We draaien drie verschillende diensten: ochtend-, avond- en nachtdienst. Tijdens de ochtendshift zitten we in de meldkamer in de Spiegel en helpen UT’ers met een vraag aan de balie. Tijdens de avond- en nacht lopen we vaste routes over de campus om te controleren of alle ramen en deuren gesloten zijn en of alles brandveilig is.’
Je komt tijdens zo’n dienst vast van alles tegen…
‘Zeker. Vaak zijn het mensen van buitenaf die niets op de campus te zoeken hebben. Ze roken hier joints en dan verzoeken we ze vriendelijk te vertrekken. Maar wat ik ook wel eens meemaak zijn - hoe zeg ik dat netjes - stelletjes die op afgelegen parkeerplaatsen de liefde met elkaar bedrijven.
Twee weken geleden nog, op een parkeerplaats stond een auto met de koplampen aan. Omdat ik het niet vertrouwde, gingen ik en een collega er met zaklampen op af. Wat bleek? We troffen een duo aan dat zat te kleuren, met stiften en al. Dat heb ik in acht jaar op de UT nog nooit meegemaakt.’
Ben je weleens in een gevaarlijke situatie terecht gekomen?
‘Eerder werkte ik als evenementenbeveiliger en dan droeg ik bij bepaalde evenementen wel eens een steekvest. Op de UT is dat nog niet voorgekomen. Hier heb je toch met een andere doelgroep te maken. Er lopen weleens dronken studenten rond die onvoorspelbaar kunnen zijn. Maar zolang je van een situatie een lolletje kunt maken, los je het vaak met een grapje op.’
Wat is het leukste aan je werk?
‘Veel mensen zeggen: geen dag is hetzelfde. En dat is bij ons echt zo. De zomerperiode is wel erg rustig, dan zie je alleen egels, hazen en reeën en af en toe een marter. Zodra de Kick-In begint en de eerste fietsers weer op de beeldschermen in de meldkamer verschijnen, weten we: het begint weer.
Die omslag van rust naar drukte is gek, maar als beveiliger staan we altijd op scherp. Dat ben ik zelfs in mijn vrije tijd. Zo check ik onbewust de nooduitgangen in de Albert Heijn en let ik op het gedrag en de veiligheid van mensen op straat of tijdens evenementen.’
Verliefd, verloofd, getrouwd?
‘Ik woon in Almelo samen met mijn hond, een Engelse Stafford. Hij is vijf jaar en heet Billy. Het is een ras dat bekendstaat als een ‘hoogrisicohond’, maar ondanks zijn stoere uiterlijk is het best een mietje. Bij een inbraak blijf ik dus zelf de beveiliger. Geef hem een stukje ananas en hij helpt je zelfs mee de spullen inpakken.
Ik groeide deels op in Rotterdam, dat nog steeds als thuis voelt. Toch is Almelo lekker rustig. Wat ik wel mis, is de keuze bij Thuisbezorgd. In Rotterdam kun je uit honderdduizend gerechten kiezen, in Almelo blijft het beperkt tot shoarma.’
Wat is je favoriete keuken?
‘Ik eet eigenlijk alles, behalve aardappelen en zuurkool. Ik ben opgegroeid met rijstgerechten.’
Hoe komt dat?
‘Mijn moeder is Surinaams en kan heerlijk koken. Daarnaast ga ik veel om met Molukkers en Indische mensen. Het is de cultuur die mij aanspreekt. Er zit veel respect in de opvoeding. En natuurlijk zijn er de Indische gerechten met rijst en saté. Hoewel ik zelf geen Indo ben, help ik in mijn vrije tijd ook bij de stichting Indo Ketiga.’
Als je een superkracht mocht kiezen, welke zou dat zijn?
‘Dan zou ik willen horen wat andere mensen denken. Lijkt me geweldig. Het maakt mijn werk nog leuker.’
Je hebt aardig wat tattoos. Zitten daar verhalen achter?
‘Zeker. Op mijn rechterarm heb ik een sleeve met een vos en een raaf. Vroeger vertelde mijn oma voor het slapengaan namelijk het klassieke fabeltje over de vos en de raaf. Dat was mijn lievelingsverhaal. De tattoo was eerst klein, maar toen zei ik: maak er maar een sleeve van. Tussendoor zitten ook roosjes, de lievelingsbloemen van mijn oma. Daarnaast heb ik het logo van mijn vriendengroep, de stamboomnaam van mijn vroegere hond en de tekst ‘Sterker door de strijd’. Het is de wapenspreuk van Rotterdam en past qua betekenis precies bij mij als persoon.’