Top 5 campusmomenten in de nieuwe Buwalda

| Jelle Posthuma

Peter Buwalda’s nieuwe roman Otmars zonen ligt sinds een paar weken in de boekhandel. Net als in Bonita Avenue speelt het verhaal zich gedeeltelijk af op de campus. Niet gek: Buwalda werkte vier jaar voor UT-nieuws (nu U-Today). We lazen zijn roman en stelden een top vijf campusmomenten samen, zonder spoilers, uiteraard.

5. Gastronomisch Enschede

Afhaalmaaltijden: ze spelen een interessante bijrol in Otmars zonen, zeker als het gaat om de pittigheid van de geserveerde loempia’s, foeyonghai’s en zakjes sambal. We volgen hoofdpersoon Ludwig Smit, een student chemische technologie naar Afhaalcentrum Jumbo in Twekkelerveld, waar hij op een decemberavond zijn maaltijd bestelt. De toko bestaat overigens nog steeds – we zijn er even langsgefietst om het te factchecken.

Voor een borrel neemt Otmars zonen ons mee naar slijterij Hennie Berendsen aan de Deurningerstraat. ‘’WIJ VERKOPEN 1200 SOORTEN WHISKY’S EN 1000 SOORTEN BIER; HEBBEN WE NIET, KENNEN WE NIET!’’, staat op het houten bord dat aan de gevel hangt. Hoofdpersoon Ludwig Smit is wanhopig op zoek naar een fles absint. Helaas voor Ludwig is het groene drankje verboden in Nederland, de scene in het boek speelt rond het jaar 2000. Een schrale troost: inmiddels is absint toegevoegd aan het assortiment van slijterij Berendsen, zo blijkt uit onderzoek van regiokrant Tubantia.

4. De rector

In het universum van Buwalda heet de Twentse universiteit Tubantia University. Rector Siem Sigerius, bekend van Buwalda’s eerste roman Bonita Avenue, keert kortstondig terug in Otmars zonen. Volgens de schrijver stond de echte oud-rector van de UT, Frans van Vught, voor twintig procentpunt model voor Sigerius. Dat de rector indruk maakte op Buwalda, die van 1998 tot 2002 werkte voor UT-nieuws, blijkt uit een passage over Frans van Vught – excuus – Siem Sigerius in Bonita Avenue:  

‘’Sigerius was sinds zijn aantreden in 1993 het blakende middelpunt van Tubantia University, een zon waaromheen achtduizend studenten en hardwerkende academici hun kalme ellipsjes draaiden, verbaasd maar dankbaar dat hij juist hun campus verwarmde en niet het Binnenhof, waar hij een staatssecretarisschap had laten lopen, of een van de grote Amerikaanse universiteiten die naar zijn gunsten dongen.’’ Keert Siem Sigerius ook terug in de volgende twee delen van de Buwalda-trilogie? We wachten het af.

  

3. De campus

Waar Bonita Avenue zich voor het grootste deel op en rond de campus afspeelt, beslaat het universiteitsterrein in Otmars zonen hooguit één hoofdstuk van de vuistdikke roman. We lezen over de Bastille en de Vrijhof, Euros-roeiers, een potente campusdokter en ‘’gestapelde studentenhuizen’’: de piramidewoningen.

Hoofdpersoon Ludwig Smit woont in zo’n piramide. De woning aan de Witbreuksweg heeft nogal dunne muren, blijkt uit Buwalda’s roman: ‘’Het was triest voor Ludwig om zo’n ‘A-wijf’ achter zijn gipswandje te hebben wanneer er niks te knallen viel, en of hij dan wel al, voor tijdens het masten, kijk- en luistergaatjes had geboord?’’ Herkenbaar voor de huidige bewoners?

Ook de Pakkerij, een stukje campusterritorium in de binnenstad, komt en passant voorbij. Isabelle Orthel (naast Ludwig een van de hoofdpersonen in het boek) bestempelt Enschede als ‘’een tikje suffe studentenstad’’. ‘’Wat je kon afleiden uit het feit dat alle verenigingen in één gebouw zaten, een totale ‘ondenkbaarheid’ in de grote, klassiekere steden, als haar moeder niet in de prehistorie bij chemische technologie had gewerkt, was ze nooit op het idee gekomen zich voor Tubantia in te schrijven.’’

2. Audentis

Audentis, het meest officiële, onofficiële corps van Enschede, krijgt een mooi bijrolletje in Otmars zonen, en dan met name ‘’het beruchte damesdispuut De Groene Fee’’. We hebben gezocht, maar voor zover wij weten is het een gefingeerd Audentis-dispuut. De Groene Feeën houden er in Buwalda’s roman in ieder geval bijzondere ontgroeningsrituelen op na. Naast de alledaagse speurtochten, collectes voor CliniClowns verkleed als clown en andere opdrachten, moeten de aspirant-feeën een bijzondere ontgroeningsrite uitvoeren.

‘’Ze hadden zich met z’n zevenen op een rij moeten opstellen, waarna nummer één, Isabelle, een fles Zwarte Kip in haar handen kreeg geduwd. De bedoeling was dat ze er steeds een teug uit nam en die dan zonder morsen in de mond van haar buurvrouw, ene Judith, door ‘tongzoende’ – want daar kwam het op neer, schreef ze, waarna die Judith de kledder advocaat op haar beurt doorspuugde aan het volgende meisje, en zo verder, tot de laatste in de rij, een niet te benijden Nicolette, de gele kwak, inmiddels meer speeksel dan advocaat, uitspuugde in een glazen bierpul.’’

Isabelle Orthel wordt na afloop van het ritueel naar voren geroepen en mag, omdat ze het haar jaargenoten moeilijk heeft gemaakt, de gele kwak in twee etappes ad fundum nuttigen. Herkenbaar voor de Enschedese damesdisputen? Wij hopen van niet.

1. TC Ludica

De hoofdrol onder de bijrollen is weggelegd voor TC Ludica, de tennisvereniging van de campus. Ludwig Smit sluit zich als eerstejaarsstudent aan bij de club. Hij beleeft er zijn moment suprême (meerdere malen en vaak voortijdig): ‘’Populairder dan in zijn tweede jaar aan Tubantia University is hij nooit meer ergens geweest; om de haverklap stond hij de complete club, kruin tegen het plafond, toe te spreken vanaf de bar, een gevernist hazelnootbruin podium dat hem de onversneden liefde van alle tennisrokjes opleverde.’’ Probleem voor Ludwig: hij kon de onversneden liefde niet consumeren. Om erachter te komen waarom, en om duizend andere redenen, moet je toch echt naar de boekhandel.