Campus life

‘Er ligt altijd sneeuw in Winterberg’

| Jelle Posthuma

Vrijdagmorgen 1 februari 06.30 uur. Zo’n tachtig UT-medewerkers verzamelen zich bij de Spiegel. De reis gaat naar ‘het dak van Sauerland’ – Winterberg, om precies te zijn. Daar staat een dagje skiën met de UT-kring, de personeelsvereniging van de UT, op het programma.

De heenreis verloopt vlot. Al moet de bus onderweg een paar keer fors snelheid minderen. Dikke sneeuwvlokken dwarrelen op de Duitse autobahn. Het ski-avontuur staat op het punt van beginnen.

Auf die Piste, fertig, los!

Eenmaal aangekomen, ontvangt de UT-delegatie het juiste skigereedschap bij de verhuur. Nog even een skipas scoren en iedereen is fertig. De ervaren wintersporters vertrekken meteen richting de rode en zwarte pistes, terwijl een groepje mindere goden onder begeleiding van het Sportcentrum de minst steile baan probeert te temmen. Ze krijgen les in de skibeginselen. ‘Is er iemand die weet hoe je een pizzapunt maakt?’  

De pistes in Winterberg zijn goed gevuld. Nederlanders, Duitsers en Belgen verdringen zich bij de stoelliften voor een enkeltje heuvelop, om eenmaal boven met een hulpmiddel naar keuze (ski’s, snowboard of banaan) weer af te dalen. Wintersporters zijn onder te verdelen in twee categorieën: De eerste groep heeft het allemaal al eens meegemaakt. Ze vinden de afdalingen in Winterberg peanuts in vergelijking met het hooggebergte in Oostenrijk of Zwitserland – been there, done that. De tweede groep, de groep beginners, staat doodsangsten uit en heeft aan de Sauerlandse heuvels haar handen vol.

Volle bus

Trudie Hondelink, organisator van het skiuitje en beheerder van Boerderij Bosch, skiet dit jaar niet mee, maar is wel van de partij. ‘Het is de twaalfde keer dat we met de UT-kring naar Winterberg gaan’, vertelt ze. ‘Een aantal jaar was er te weinig animo, maar de laatste vier jaar zitten we vol. En bovendien: er is altijd sneeuw. Daar hebben we geluk mee. Dit jaar zijn er ook zes leden van GEWIS mee, de seniorenvereniging van de UT. Zij gaan wandelen in de omgeving. Dat kan hier ook heel mooi.’

Naast Trudie zit haar man. Dat hij meegaat naar het personeelsuitje in Winterberg is vaste prik. Trudie: ‘Wij zijn wel van de wintersport. Het is altijd zo gezellig. Over twee weken gaan we zelf naar Oostenrijk. Het personeelsuitje naar Winterberg is voor een groot deel in handen van het Sportcentrum, dat is wel belangrijk om even te zeggen. Zij zorgen voor vijf instructeurs die de skibeginselen uitleggen aan nieuwkomers.’ 

Een pijnlijke heup verhindert Hondelink sinds een paar jaar het skiën. ‘Vorig jaar ging het ook al niet meer. Misschien volgend jaar, als ik geopereerd ben. Het is wel opvallend dat we in twaalf jaar tijd nooit brokkenpiloten in Winterberg hebben gehad. Het is altijd goed gegaan. Vorig jaar is er wel iemand verdwaald op de bult. We stonden op het punt om te vertrekken. De hele bus schrikt, want we misten er ééntje. Gelukkig hebben we haar uiteindelijk teruggevonden.’

Cowboys en cowgirls

Dit jaar gelukkig geen vermisten op de berg. Rond vier uur ’s middags zit iedereen weer heelhuids in de bus voor de terugreis. De tocht naar Nederland verloopt soepel. Na vier uurtjes rijden, schuiven de skiërs aan voor een afsluitende maaltijd in het Ribhouse Texas te Boekelo. De dienstdoende cowboy of cowgirl neemt de bestellingen op. Flinke hompen vlees worden uitgeserveerd. Goed tegen de skispierpijn van morgen, zullen we maar zeggen.

Het zit er op. Trudie zwaait uit en roept nog even na: 'Volgend jaar gaan jullie toch weer mee? Dan doen we met een overnachting. Kunnen we mooi de hele dag skiën en ook nog naar de après-ski.’