Een coffeeshop op de campus

| Jelle Posthuma

Soms doet het heden terugverlangen naar het verleden. Daarom duikt U-Today om de week in haar eigen archiefkast, op zoek naar bijzondere voetnoten in de geschiedenis van de UT. Vandaag in onze rubriek 'Betere Tijden': plannen voor een coffeeshop op de campus.

Een proefballonnetje. Het is de munitie van iedere handige politicus die zo nu en dan de aandacht op zichzelf of de partij wil vestigen. Ook op de Universiteit Twente hingen er af en toe ballonnetjes in de lucht. Niet zelden klapten ze vlak boven de grond al uit elkaar. Wat rest is het gescheurde en verfrommelde hoopje latex. Toch jammer. Daarom een kleine terugblik op zo’n rubberen parel uit het verleden.

Jonge liberalen 

Zoals een coffeeshop op de campus. En nee, wij doelen hier niet op de Amerikaanse koffieboer die sinds 2015 de campusbewoners voorziet van een cup of joe. Nee, het gaat hier om een verkooppunt van cannabis. Begin jaren negentig laat de JOVD, de Jongerenorganisatie Vrijheid en Democratie, district Overijssel, het proefballontje op.

‘Veel studenten zijn afnemers van softdrugs, waarom zou je dan geen coffeeshop op de campus toelaten?’, vraagt Dennis Straat, student bestuurskunde en preses van de JOVD, zich af. Hij wordt gequoot in het UT-Nieuws (het huidige U-Today, red.). Het voornaamste doel van de jonge liberalen: een discussie losmaken. ‘Die discussie is tot nu toe eigenlijk nooit gevoerd, dus dat wordt tijd ook.’

De JOVD onderzoekt begin jaren 90 het drugsbeleid binnen de gemeente Enschede. Er verschijnt een nota ‘Beleidssuggesties drugsbeleid Enschede’. De jonge liberalen vinden dat softdrugs legaal verkocht moet worden in coffeeshops, maar deze cannabiscafés moeten niet in de buurt van middelbare scholen worden neergezet. Een universiteit is een ander verhaal, aldus de JOVD. Studenten zijn immers volwassenen, en die lusten af en toe een joint.  

De UT-bestuurslaag reageert lauwtjes. ‘Het is een suggestie en nog geen verzoek’, laat secretaris F.C. Verschoor weten aan het UT-Nieuws. ‘Wij zullen als college pas een mening vormen op het moment dat we een reële vraag binnenkrijgen. Als er bij ons een verzoek binnenkomt zullen wij de plussen en minnen afwegen.’ Raymond Lejeune, voorzitter van de Raad voor Campusvoorzieningen, is evenmin erg enthousiast. ‘Er is geen massale behoefte aan en er zijn genoeg mogelijkheden in de stad.’

Plagerijtje 

Ruim twintig jaar later is de voormalig voorzitter van de JOVD, Dennis Straat, waarnemend burgemeester van de gemeente Landsmeer. ‘Oh, dat wel is héél lang geleden’, antwoordt hij via de telefoon, wanneer de coffeeshop ter sprake komt. ‘Maar ik kan het me zeker herinneren. Je zou het kunnen kwalificeren als een proefballon. Een plagerijtje, maar wel een serieus plagerijtje. Het was geen oprisping op een borrelavond.’

‘Toentertijd speelde de discussie over het drugsbeleid, zeker in een grensstreek als Enschede. Daar hebben wij als JOVD in onze notitie een liberale blik op geworpen. Het was een serieuze discussie. Je kunt het drugsbeleid aan de voorkant reguleren, maar hoe komt de cannabis aan de achterkant binnen? Moeten we het drugsbeleid dan niet volledig reguleren, zowel de verkoop als de productie? Dat was een vraag waar wij over discussieerden.’

‘Wij legden het drugsbeleid in onze notitie langs de meetlat van de liberale beginselen. Mijn JOVD-tijd was wat dat betreft echt een leerschool. Het heeft mij gevormd. We konden in een fijne omgeving fundamentele discussies voeren. Ik zou het nu anders formuleren. Als burgemeester weet ik dat het drugsbeleid erg complex is. Mensen zijn vaak wel vóór een liberaal drugsbeleid, maar liever niet op de hoek van hun eigen straat. De tijdgeest is ook veranderd. We zien dat ons liberale drugsbeleid vooral internationaal zijn beperkingen kent.’

Goed plan? 

Terug naar de coffeeshop op de campus. Want hoe kwam dit idee in de notitie over het drugsbeleid van de gemeente Enschede terecht? Straat herinnert zich dat ze vooral aandacht probeerden te generen. ‘Maar het was een serieus idee. De JOVD voerde niet alleen filosofische discussies. We wilden het liberale drugsbeleid handen en voeten geven. Daaruit ontstond het voorstel voor een coffeeshop op de campus.’

Het bleef uiteindelijk bij een idee, weet de voormalig voorzitter. ‘We kregen de handen niet op elkaar bij de gemeenteraad en de universiteit. Dan houdt het op. De JOVD is een debatclub, geen actieclub. Zo’n coffeeshop op de campus was ook zeker niet uit eigen belang. Sterker nog: ik heb nog nooit een joint in mijn handen gehad. Als burgemeester snap ik de reactie van de universiteit inmiddels wel. Je denkt dan als bestuurder: eerst maar eens afwachten of het voorstel concreet wordt. Dat werd het nooit.’ 

Een proefballonnetje dus. Maar was het zo’n gek idee: een coffeeshop op de campus? Nog altijd houden UT-studenten van een pretsigaret op z’n tijd. Uit een recent grootschalig welzijnsonderzoek onder bijna 1700 UT-studenten bleek dat 34 procent van de UT-studenten het afgelopen jaar cannabis gebruikte, ten opzichte van 15,6 procent aan andere Nederlandse universiteiten. De afzetmarkt is nog altijd aanwezig, zullen we maar zeggen.

Maar een cannabistro op de campus lijkt op z’n zachts gezegd niet echt verstandig. Bovendien: roken is sinds vorige maand officieel verboden op UT-terrein. We zullen het daarom moeten doen met die andere coffeeshop op de campus: de Starbucks. En zelfs dat is nog even wachten. Weet u nog…? coronatijd.