Pitchers en patat met Lacrosse

| Jelle Posthuma

De UT kent meer sportverenigingen dan studies. Korfbal, turnen, boksen, alles is mogelijk. Maar wat doen de leden als ze dampend en moegestreden, na een klinkende overwinning of een smadelijke nederlaag, de kantine binnenstappen? In deze aflevering van onze studentenrubriek De Derde Helft: Lacrosse-vereniging Phoenix.

Photo by: Arjan Reef

DE SPORT.

De Haagsche Courant, 5 augustus 1928:

‘De sport Lacrosse maakte op ons den indruk van ,,sla-maar-raak" — een combinatie van tennis, hockey, rugby, boksen, eierenlopen en mattenkloppen. De scheidsrechter hield zich wijselijk nagenoeg buiten alles, blijkbaar bang, ook een „tik op z'n head" te krijgen... Toen twee tegenstanders met elkaar slaags geraakten, achtte de onfeilbare het toch maar raadzaam, op zijn fluit te blazen… Als demonstratie was Lacrosse een volslagen mislukking.’

Dit schrijft een journalist in 1928 over een demonstratiewedstrijd Lacrosse, gehouden tijdens de Olympische Spelen te Amsterdam. Het is de eerste keer dat Lacrosse in Nederland wordt gespeeld. En niet iedereen is onverdeeld enthousiast, zo blijkt uit het artikel.  

DE CLUB.

Hoe anders is dat anno 2018? Lacrosse is volgens de beoefenaars een van de snelst groeiende sporten van Nederland en vooral onder studenten is het spelletje razend populair. Ook de UT heeft een eigen vereniging: Phoenix. Het ledenaantal is de laatste jaren naar eigen zeggen ‘geskyrocket’ naar zestig stuks. Doel van het spel: met behulp van een netje, de bal in de goal van de tegenstander werpen.  

Lacrosse is komen overwaaien uit Amerika, waar het al jaren een grote sport is. De oorsprong van het spel ligt bij de Native Americans. Zij beslechtten grensconflicten met de sport; het ging er dan ook weinig zachtzinnig aan toe. Franse kolonisten zagen het spel, noemden het Lacrosse, en de rest is geschiedenis.

DE DERDE HELFT.

Hoewel het er bij Phoenix in het veld niet zo extreem aan toe gaat, weten ook zij van wanten. De onderlinge duels zijn intens. Ze spelen meerdere potjes bij één vereniging, want het regelen van een bekwame scheidsrechter is moeilijk. Door de wekelijkse ontmoetingen kennen de teams elkaar goed. Ze gaan gemoedelijk met elkaar om en drinken, ondanks de blauwe plekken, samen na afloop een biertje.

Na de doordeweekse trainingen blijft er een mooi groepje zitten voor pitchers en patat. Ook de internationale studenten – Phoenix bestaat voor 40% uit buitenlandse studenten – blijven regelmatig hangen. De sport Lacrosse is volledig Engelstalig. Zowel spelers als scheidsrechters spreken onderling Engels en dat maakt het aantrekkelijk voor internationals

Tijdens uitwedstrijden gaan ze meestal met de trein. De sticks met netten zorgen voor veel bekijks. Het is wachten tot de eerste medereiziger vraagt wat ze met de netten gaan doen. Toch merken ze de laatste tijd dat steeds meer mensen hun Lacrosse-uitrusting herkennen. Waar de sport in 1928 als ‘volslagen mislukking’ werd betiteld, wekt het nu oprechte interesse op. Het moge duidelijk zijn: Nederland went aan Lacrosse.