Meter bier als mascotte

| Jelle Posthuma

De UT kent meer sportverenigingen dan studies. Korfbal, turnen, boksen, alles is mogelijk. Maar wat doen de leden als ze dampend en moegestreden, na een klinkende overwinning of een smadelijke nederlaag, de kantine binnenstappen? In deze aflevering van onze studentenrubriek De Derde Helft: de honk- en softbalvereniging High-Tech-Hitters.

Photo by: Pascalle ten Bloemendal

DE CLUB.

Afgelopen zomer waren de High-Tech-Hitters, kortweg HTH, op sterven na dood. De honkbalvereniging bestond uit vijftien leden: net genoeg voor één team. Daarom werd een reddingspoging ondernomen tijdens de Kick-In. Met een slagkooi, waar de snelheid van je klap gemeten werd met een speedgun, trokken de Hitters veel bekijks. De reddingspoging had effect. Het ledental groeide na de introductietijd tot dertig, genoeg voor twee teams.  

De club is opgericht in 1987 en heeft momenteel één honkbal- en één softbalteam. Bij de laatste sporten de dames, die een combinatieteam met de Giants uit Hengelo vormen. Ze pitchen onderhands en spelen met een grotere bal. Bij het eerste team, dat honkbal speelt, doen alleen leden van de Hitters mee.  

De competitie begon afgelopen weekend en duurt tot en met oktober. Ze spelen in de warme maanden van het jaar, want honkbal is een blessuregevoelige sport. Bij de swing, waarbij het lichaam als een soort katapult fungeert, komt veel kracht kijken. Om blessures te voorkomen, spelen ze niet bij temperaturen onder de vijftien graden.

DE DERDE HELFT.

Het warme weer nodigt natuurlijk ook uit tot een goede derde helft. De Hitters nemen hun eigen biermeter mee naar de dug-out, waar het dient als een soort mascotte. Honkbalvelden zijn altijd een beetje weggestopt op een sportcomplex, leert de ervaring. Daarom gaan de kratten bier en de barbecue mee naar het veld, om na de wedstrijd het vlees en pils met de tegenstander te delen. Het kenmerkt de honk- en softbalwereld: een ons-kent-ons sfeer. Tegenstanders kennen elkaar en trekken na de wedstrijd samen op.

De Verenigde Staten zijn het honkbalwalhalla. Daar spelen de toppers, waaronder veel Nederlanders uit de Caraïben. Het eerste team van de Hitters heeft een gedeeld account voor de Major League (MLB), de Amerikaanse eredivisie van het honkbal, zodat ze de competitie in Nederland kunnen kijken. Zo’n account kost al gauw 130 euro per jaar, maar dat is het de Hitters waard. Elke wedstrijd is een show en iedere speler heeft wel een favoriet team.

Na trainingen gaat de laptop mee en sluiten ze het apparaat aan op de beamer in het Sportcentrum. Dan kunnen ze met hun account tot sluit de wedstrijd kijken in de kantine, biertje in de hand. Rond één uur in de nacht vindt het barpersoneel het welletjes, maar dat geldt niet voor de honkballers. Zij vertrekken naar het studentenhuis van een van de leden, waar ze de ontknoping van de wedstrijd kijken. Zo eindigt de derde helft van de honkballers diep in de nacht.