'Samen de sterren bekijken'

| Jelle Posthuma

De UT kent meer sportverenigingen dan studies. Roeien, turnen, schaatsen, alles is mogelijk. Maar wat doen de leden als ze dampend en moegestreden, na een klinkende overwinning of een smadelijke nederlaag, de kantine binnenstappen? In deze aflevering van onze nieuwe studentenrubriek De Derde Helft: de Drienerlose Hockeyclub (DHC).

Photo by: Gijs van Ouwerkerk
THUISHONK.

De boortoren, zonder meer de opvallendste sportkantine op de campus. Het is de thuishaven van de Drienerlose Hockeyclub. Ooit geschonken door AkzoNobel tijdens het eerste lustrum van DHC. Voor het symbolische bedrag van één gulden mochten ze hem hebben.

De hockeyclub werd in 1964 opgericht als DHC Rubbish. Twee jaar later wilden ze zich aansluiten bij de Koninklijke Nederlandse Hockeybond, maar de bond vond de naam ‘Rubbish’ (rotzooi) niet zo’n goed idee. Rotzooi, dat paste niet bij een chique sport. De campushockeyers maakten er geen punt van: ze veranderden hun naam in Drienerlose Hockey Club Drienerlo, met twee keer Drienerlo om de bond een beetje te pesten.  

CULTUUR.

Op de club heerst het algemene hockeycultuurtje: veel polootjes en net een beetje te gaaf doen. Het hele elitaire is er wel van af, maar DHC heeft nog altijd die lichte ‘èr’. Zo’n kwart van de leden is lid van Audentis of Taste. Er zijn zelfs teams die volledig uit Audentis-leden bestaan. Het past wel bij de hockeyers, dat actieve bestaan. Een echte Drienerliaan – zo noemen ze zichzelf - staat immers midden in het studentenleven en neemt geen genoegen met alleen studeren.

DE DERDE HELFT.

De clubhuiscommissie (CHC) zorgt ervoor dat alles goed verloopt in de Toren. Ze bemannen de bar, zorgen voor onderhoud en houden de voorraadkast op peil. Voor de CHC gelden een aantal privileges. Zo mogen ze ‘hoog borrelen’. Een touwladder leidt naar de eerste verdieping van de Toren, waar de Grolsch-beugels en Apfelkorn klaar staan voor de CHC. Hoe hoger in de Toren, hoe gezelliger het wordt. Helemaal bovenin, alleen bereikbaar via een gammele trap, kunnen stelletjes samen ‘de sterren bekijken’. Als het hoogtepunt is bereikt, kalkt het koppel naam en datum op de muur. Samen vereeuwigt in de oude zoutboortoren.  

Na een wedstrijd op zondag is het standaard feest. Een knusse, gezellige sfeer vult de Toren. In het weekend gaat het los, maar ook op doordeweekse trainingen blijft er altijd wel een groepje hangen. Dan is een tocht naar de binnenstad nooit uitgesloten.

(tekst loopt verder onder foto)

Elk team heeft een eigen biermeter: een plank die je kunt vullen met glazen bier. Heren één, het vlaggenschip van de vereniging, heeft een meter in de vorm van een schip, maar er is ook brancard, een hartje en een toren. Het kleinste plankje biedt ruimte voor twaalf bier, terwijl in de grootste al gauw 42 passen.

Sinds kort is er een biercompetitie. Welk team zuipt wat en hoeveel? Het is informatie die zorgt voor de nodige rivaliteit. Bij DHC zijn teams namelijk hechte vriendengroepen en je vrienden die laat je niet in de steek. Er zijn zelfs oud-leden die al 30 jaar lang terugkeren op de Toren voor de slag van Drienerlo. Dan spelen de oude heren en dames, als het lichaam het toelaat, een potje tegen het huidige hockeyteam. En natuurlijk, na afloop, is het tijd voor een goede derde helft.