De anderhalvemeter-universiteit: meer onderwijs, minder competitie

| Wiendelt Steenbergen

Na het uitbreken van de coronacrisis hebben de universiteiten in razend tempo hun onderwijs omgezet in een online-vorm. Het is behelpen, voor docenten en studenten en een aantal groepen studenten komen in de problemen. Maar in het algemeen zingen de universiteiten dit studiejaar wel uit.

Photo by: RIKKERT HARINK
Wiendelt Steenbergen, UT-hoogleraar Biomedical Photonic Imaging, schreef deze blog.

Maar hoe moet het na de zomer? De grote uitdaging wordt de vormgeving van het universitair onderwijs in het nieuwe studiejaar. Iedere universiteit heeft hiervoor zijn eigen denktank of taskforce opgetuigd. Ze zoeken vernuftige manieren om de vele studenten onderwijs van goede kwaliteit te bieden met respect voor de anderhalve meter, zowel binnen de muren van de universiteit als in bus en trein. Er zal veel aandacht zijn voor logistiek en online-onderwijs. Je kunt betwijfelen of goed universitair onderwijs online wel mogelijk is, en het is de vraag of deze vorm van onderwijs uiteindelijk niet de mentale draagkracht van veel docenten en studenten te boven gaat.

Het bestaansrecht van de universiteit

De bezinning op de nabije toekomst zou moeten beginnen met de vragen: wat vinden we nu écht belangrijk als universiteiten, wat is ons bestaansrecht, wat is ons kerndoel? Die vragen moeten de universiteiten gezamenlijk beantwoorden. En vervolgens moeten de universiteiten een krachtig beroep op de overheid doen om hen meer ruimte te geven voor het bereiken van dat kerndoel. Daar is niet eens in de eerste plaats meer geld voor nodig.

We hebben niet veel tijd voor deze bezinning, dus hierbij doe ik een voorzet. De universiteiten zijn er grofweg voor onderwijs en onderzoek. Maar zonder studenten geen universiteit, dus uiteindelijk is het onderwijs hun eerste bestaansrecht, en niet het onderzoek. Universiteiten hebben nu de kans om dit te bewijzen. Welke oplossingen er ook worden gevonden voor het wetenschappelijk onderwijs, het gaat meer tijd en meer inspanning kosten dan voorheen. Het komende studiejaar wordt het alle hens aan dek voor het onderwijs, en met de beperkte tijd en menskracht betekent dit, dat het onderzoek hoe dan ook een veer moet laten. Doen alsof het onderzoek straks met enige vertraging gewoon doorgaat betekent dat de universiteiten roofbouw gaan plegen op hun medewerkers.

Competitie stilleggen

De wetenschappelijke staf zal zich meer moeten gaan inspannen voor het onderwijs. Dat zal gevolgen hebben voor de intensiteit van het onderzoek, maar die zullen beperkt zijn: het onderzoek wordt toch al grotendeels gedaan door onderzoekers met een tijdelijke aanstelling, samen met de ondersteunende staf. De meeste ruimte ontstaat als de overheid de onderlinge competitie om onderzoeksgeld voor twee jaar stillegt en het geld dat klaarstaat competitievrij verdeelt over de universiteiten. Het is vooral deze competitie die veel energie en tijd van de universitaire wetenschappers opeist. Het stilzetten van de strijd om onderzoeksgeld zou een geweldige verlichting betekenen van de druk die veel onderzoekers ervaren; het stelt ze in staat om een grotere bijdrage te leveren aan het onderwijs van de universiteit van de nabije toekomst. Deze stap zou revolutionair zijn, maar we maken sowieso ongekende tijden mee. Er zijn al meer competities stilgelegd.