Een verslag vanaf de frontlinie

| Femke Nijboer

Columnist Femke Nijboer werkt als alleenstaande moeder van twee jonge kinderen nu ruim een week vanuit huis. 'Geen van de Europese partners heeft in de gaten dat het Nederlandse consortium twee minuten wordt vertegenwoordigd door een vijfjarig jongetje met appelstroop rondom zijn mond.'

Photo by: AJF

Onderwijs, onderzoek en ouderschap - in mijn geval single mom ouderschap welteverstaan -, en dat in tijden van een coronacrisis. Wij docenten kregen een week om ons onderwijs te transformeren naar digitaal onderwijs op afstand. Leuk dat de universiteit dat wilde, maar ondertussen wilde de ‘project officer’ in Brussel ook contingency plans hebben voor ons Europese onderzoeksproject Pharaon. Liefst op dinsdag, dus daar had ik drie dagen de tijd voor. Oh ja, en dan waren daar ook nog mijn twee dappere, montere kinderen, die niet meer naar school mogen. En die ik ook niet meer naar school of buitenschoolse opvang wilde hebben, zelfs al kon dat wel omdat de UT mij fijntjes tussen de regels van een medewerkersbrief door liet weten dat ik een vitaal beroep heb. Ammehoela, dacht ik, ze blijven lekker veilig bij mij, totdat we zien hoeveel mensen en welke mensen omkiepen van Covid-19. Werken met kinderen thuis kan wat uitdagend zijn, dacht ik al. Als alleenstaande moeder kan ik hen niet paardje laten rijden op een papa, terwijl mama even skypt met de zakenpartners in Italië. ‘Rise to the occasion!’ Ik vermande mezelf en toog te werk. Hieronder verslag vanaf de frontlinie.   

Dag 1: maandag

Ik zit in een serieuze teleconference over een Europees miljoenenproject en de gevolgen van COVID-19 op onze voortgang, als mijn dochter voor het raam staat met de deur van een kast uit de garage onder haar arm. ‘Hij is kapot gegaan’, zo wordt gemeld.

Na anderhalf uur vergaderen wil ik koffie uit de keuken halen, dus gebruik ik de interesse van de jongste in mijn koptelefoon en de pratende gezichten op het scherm. Ik zet hem erachter en piep er tussenuit. Geen van de Europese partners heeft in de gaten dat het Nederlandse consortium twee minuten wordt vertegenwoordigd door een vijfjarig jongetje met appelstroop rondom zijn mond.

Dag 2: dinsdag

Ik heb een online meeting met masterstudente Sefora, promovendus Kira en senior onderzoeker Christiane Grünloh van het Roessingh R&D. Vandaag stond onze workshop met bedrijven gepland bij het Nationaal Ouderenfonds in Amersfoort om op creatieve manier te denken over oplossingen om eenzaamheid tegen te gaan en mensen met elkaar te verbinden. In plaats daarvan moeten we nu eerst een manier vinden om onszelf en onze partners te verbinden. We besluiten Adobe Connect en Mular uit te proberen op donderdag.

Dag 3: woensdag

Mijn eerste online college uitgeprobeerd. Studenten uitgenodigd om mijn Tedx Talk te horen. Die duurt 13 minuten. Lekker kort voor een college. Het liep allemaal erg goed, behalve toen ik mezelf hoorde zeggen: ‘Excuseer me even, ik kijk naar buiten en zie dat mijn zoon met een hamer aan het rondzwaaien is en bijna zijn zus raakt.’ Ik rende naar buiten, confisqueerde de hamer en, god mag weten waarom, ik liet de hamer triomfantelijk aan zeventig studenten zien via de webcam.

Dag 4: donderdag

We testen Adobe Connect en Mural voor ons onderzoeksconsortium. Zijn enthousiast. Dochter maakt ondertussen de planning voor de dag: ‘Fandaag: schrijfen, op de ijpet, en daarna sporten’. (=Vandaag: schrijven, op de iPad en daarna sporten).

Ondertussen moet ook echt het onderwijsplan op Canvas gezet worden en samen met mijn collega’s leggen we de laatste hand aan een onderwijsplan. Niet alles is nog duidelijk, zoals het toetsen, maar er moet nu gecommuniceerd worden naar studenten.

Om 16.00 uur krijgen de kinderen echt even voorrang en fiets ik met ze naar een plein waar ze kunnen skateboarden. Om 17.00 uur belt een collega. Het plan moet voor 18.00 uur online, dus fietsen we terug en ga ik weer achter de laptop.

Dag 5: vrijdag

Studenten mogen tijdens een online Q&A vragen stellen over het nieuwe plan. Ik heb mijn webcam en audio aan. Zij willen dat blijkbaar niet. Een onvoorziene gebeurtenis. Ze geven aan dat ‘hun kamer een rommeltje is’ of grappen dat ze ‘te lelijk zijn’. Ze typen hun vragen in een chatvenster en in de gedeelde notities en het zijn zoveel vragen, dat ik ze niet allemaal kan beantwoorden. Veel vragen zijn begrijpelijk, maar er zijn ook vragen als ‘Kunnen we nu wel op coulance rekenen?’ en ‘Gaan jullie nu minder streng nakijken?’ waardoor ik geïrriteerd raak. Het is vreselijk om zelf zicht- en hoorbaar te zijn, terwijl de tegenpartij dat niet is en vragen op me afvuurt. Geen enkel geouwehoer of grapje. Het huilen staat me nader dan het lachen.

Weekend

Ik overweeg het hele weekend ontslag te nemen. Fantaseer over alternatieve carrières en verborgen talenten. Ik vier de verjaardag van mijn zoon, nu zes jaar. We lopen lang in een bos. Ik tank zon en frisse moed bij en zet de wekker voor week 2 in tijden van corona.

Dag 6: maandag

Er staan projectbesprekingen gepland. Ik ontvang studenten in groepjes van 6 in de online meeting room. Het eerste groepje komt online. Ze zetten hun webcam aan! Ze praten terug! En wat is het heerlijk ze weer te zien en te horen dat ze niet ziek zijn. Ze hebben enorme voortgang geboekt. Ik besluit geen ontslag te nemen.